Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
1.
Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
2.
school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, alsmede een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor wat betreft het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs;
-
3.
culturele activiteiten: activiteiten waarmee culturele en kunstzinnige vorming in brede zin wordt beoogd;
-
4.
ckv: culturele en kunstzinnige vorming;
-
5.
kcv: klassieke en culturele vorming;
-
6.
ckv-bonnen: bonnen met een geldwaarde waarmee culturele activiteiten kunnen worden bekostigd;
-
7.
CJP/ckv-pas: op naam gestelde pas waarmee een leerling zich moet identificeren bij het gebruik van één of meer ckv-bonnen en waarmee korting op de toegangsprijs voor culturele activiteiten kan worden verkregen;
-
8.
ckv-docentenpas: een op naam gestelde pas waarmee een leraar van een school zich moet identificeren bij het gebruik van één of meerdere ckv-bonnen en waarmee korting op de toegangsprijs voor culturele activiteiten kan worden verkregen;
-
9.
CJP: stichting cultureel jongerenpaspoort, gevestigd te Amsterdam;
-
10.
CKV-acceptant: culturele organisatie of individuele kunstenaar die voor de uitvoering van culturele activiteiten betaald kan worden met ckv-bonnen;
-
11.
nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in artikel 19 van de Wet op het voortgezet onderwijs.