Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juni 2007, nr. DJZ2007015959, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds

Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • b.

    project: samenhangend geheel van activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • c.

    subsidieplafond: bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens het Waddenfonds;

  • d.

    uitvoeringsorganisatie: door de Minister aan te wijzen organisatie belast met de uitvoering van deze regeling;

  • e.

    wet: Wet op het Waddenfonds.

Paragraaf

2

Algemene bepalingen

Artikel

1.2

Subsidie en subsidieplafond

Artikel

1.3

Subsidiabele kosten

Paragraaf

3

Subsidieverlening

Artikel

1.4

Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

1.5

Aanvraagperiode

Artikel

1.6

Drempelbedrag

Artikel

1.7

Beschikking tot subsidieverlening

Artikel

1.8

Toelatingscriteria

Artikel

1.9

Beoordeling

Paragraaf

4

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

1.10

Artikel

1.11

Artikel

1.12

Artikel

1.13

Paragraaf

5

Voorschotten en termijnbetalingen

Artikel

1.14

Aanvraag tot voorschotverlening

Artikel

1.15

Beschikking tot voorschotverlening

Paragraaf

6

Subsidievaststelling

Artikel

1.16

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

1.17

Beschikking tot subsidievaststelling

Artikel

1.18

Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente die wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugvorderingsverplichting aan de subsidieontvanger en de terugbetaling door de subsidieontvanger.

Paragraaf

7

Algemene bepalingen lagere overheden

Artikel

1.19

Voorschotverstrekking lagere overheden

Indien de subsidieaanvrager een lagere overheid is, geldt in afwijking van artikel 1.14 en 1.15 met betrekking tot voorschotverstrekking het volgende:

  • a.

    de Minister kan in het jaar waarin de uitvoeringswerkzaamheden van het project aanvangen, een voorschot verlenen van maximaal 100 procent op de verleende subsidie;

  • b.

    het voorschot wordt voor de aanvang van de uitvoeringswerkzaamheden betaalbaar gesteld. De subsidieaanvrager dient daartoe tenminste vier weken voor de aanvang schriftelijk een verzoek tot betaalbaarstelling in bij de Minister;

  • c.

    het voorschot wordt in rekening-courant aangehouden bij ’s Rijks schatkist. De Minister van Financiën vergoedt de subsidieaanvrager over het creditsaldo op de rekening-courant een marktconforme rente;

  • d.

    ten behoeve van de rekening-courantverhouding met ’s Rijks schatkist opent de subsidieaanvrager speciaal daartoe een bankrekening, die in concernverband met ’s Rijks schatkist wordt gebracht;

  • e.

    de modaliteiten van de rekening-courant met ’s Rijks schatkist worden in een rekening-courantovereenkomst tussen het Ministerie van Financiën en de subsidieaanvrager vastgelegd.

Artikel

1.20

Subsidievaststelling lagere overheden

Hoofdstuk

2

Steun aan lagere overheden, niet-gouvernementele organisaties en particulieren

Artikel

2.1

Reikwijdte

Artikel

2.2

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.3

Subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    loonkosten of kosten voor eigen arbeid, mits deze rechtstreeks betrekking hebben op het project;

  • b.

    kosten van verbruikte materialen en verbruikte hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

  • c.

    kosten in verband met aankoop van tweedehands materialen, mits de prijs redelijk is en het materiaal vergezeld gaat van een verklaring van de verkoper omtrent de herkomst van het materiaal;

  • d.

    kosten van duurzame kapitaalgoederen, bijvoorbeeld machines en apparatuur;

  • e.

    kosten van grond;

  • f.

    kosten van aan derden uitbestede activiteiten mits sprake is van marktconforme prijzen;

  • g.

    een opslag voor algemene kosten, tot ten hoogste 20 procent van de onder a bedoelde kosten.

Hoofdstuk

3

Overige bepalingen

Artikel

3.1

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op het Waddenfonds in werking treedt.

Artikel

3.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer