Artikel
1
Deze beleidsregels zijn van toepassing op vergunningen tot het organiseren van een incidenteel kansspel of prijsvraag die verleend worden door de Minister van Justitie op grond van artikel 3 of artikel 28 van de Wet op de kansspelen.
Besluit:
Deze beleidsregels zijn van toepassing op vergunningen tot het organiseren van een incidenteel kansspel of prijsvraag die verleend worden door de Minister van Justitie op grond van artikel 3 of artikel 28 van de Wet op de kansspelen.
Onder algemeen belang als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 28, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, wordt niet begrepen een particulier, individueel belang of een commercieel belang.
De aanvraag geschiedt door middel van een aanvraagformulier, verkrijgbaar bij het Ministerie van Justitie, projectbureau Kansspelen.
De kostenbegroting, die deel uitmaakt van het aanvraagformulier, wordt gebaseerd op de aanname dat ten hoogste 80% van de totaal te verkopen deelnamebewijzen verkocht zal worden.
De duur van een vergunning is ten hoogste zes maanden. Deze periode wordt berekend vanaf de eerste verkoopdag van de deelnamebewijzen tot en met de dag waarop de laatste trekking plaatsvindt.
Per vergunning wordt één in de vergunning omschreven incidenteel kansspel of prijsvraag georganiseerd, bestaande uit ten hoogste 13 trekkingen.
Aan een aanvrager wordt per kalenderjaar ten hoogste één vergunning verleend.
In de vergunning wordt opgenomen dat bij een incidenteel kansspel of prijsvraag geen prijzen worden uitgeloofd of uitgekeerd buiten de in de vergunning genoemde trekkingen.
Aan de vergunning worden voorwaarden verbonden betreffende:
de gegevens die gedrukt worden op de loten en in andere publicaties aangaande het incidenteel kansspel of de prijsvraag;
het bekendmaken van de uitslag van de trekkingen;
de uitkering van de prijzen.
Als gerede twijfel bestaat of de vergunninghouder zal kunnen voldoen aan de verplichting om ten minste 50% van de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen ten goede te laten komen aan de in de vergunning aangewezen begunstigden als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Kansspelenbesluit, kan aan de vergunning de voorwaarde verbonden worden dat de vergunninghouder zekerheid stelt voor de afdracht aan het gekozen doel.
In het geval een vergunninghouder niet voldoet aan de verplichting om ten minste 50% van de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen af te dragen aan de in de vergunning aangewezen begunstigden als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Kansspelenbesluit, zal aan een volgende vergunning de voorwaarde verbonden worden dat de vergunninghouder zekerheid stelt voor de afdracht aan het gekozen doel.
De vergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat de vergunninghouder binnen drie maanden na afloop van de vergunning rekening en verantwoording aflegt als bedoeld in artikel 2, onder h en i, van het Kansspelenbesluit.
Een niet-jureerbare prestatie of een jureerbare prestatie die niet door een jury gewaardeerd wordt, is geen prijsvraag als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de kansspelen, maar is een kansspel waarvoor een vergunning op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen is vereist.
De opbrengst van een prijsvraag moet ten goede komen aan enig algemeen belang.
Een prijsvraag waarbij uitsluitend een wetenschappelijke, kunstzinnige of technische prestatie wordt gevraagd, die door een jury gewaardeerd wordt en waarbij geen inleg wordt gevraagd, is niet vergunningplichtig.
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels incidentele kansspelen en prijsvragen.