Artikel
1
1
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling wordt voor geldtransactiekantoren vastgesteld op € 3.000,–.
2
De verdeelsleutels en bandbreedtes, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de regeling worden vastgesteld als volgt:
|
De totale waarde van de geldtransacties bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren over een periode van 12 maanden, die geldtransactiekantoren ten behoeve van hun cliënten uitvoeren |
Voor gedeelte waarde transacties: |
|
|
€ 1 tot en met € 10 mln. |
€ 1 per € 1.000,– |
|
|
€ 10 mln. tot en met € 100 mln. |
€ 0,35 per € 1.000,– |
|
|
> € 100 mln. |
€ 0,05 per € 1.000,– |