Artikel
1
Dit besluit neemt de begripsbepalingen van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky over.
Besluit:
Dit besluit neemt de begripsbepalingen van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky over.
Nadat onderzoek, zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Verordening heeft aangetoond dat er sprake is van de Ziekte van Aujeszky of nadat op grond van het door het bestuur vastgestelde bestrijdingsplan, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Verordening, is vastgesteld dat er sprake is van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens, is de voorzitter bevoegd tot het aan de ondernemer opleggen van individuele bestrijdingsmaatregelen, zoals voorzien in artikel 5, eerste en derde lid, van de Verordening.
De voorzitter stelt vast op welk bedrijf de besmetting is geconstateerd, welke bedrijven binnen een straal van tien kilometer van het besmette bedrijf zijn gelegen, en van of naar welke bedrijven varkens zijn aan- of afgevoerd van het besmette bedrijf.
De vaststelling als bedoeld in het vorige lid, wordt door middel van een persbericht en publicatie in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie bekendgemaakt.
Het bedrijf waarop de besmetting is vastgesteld ontvangt hierover onverwijld bericht. Bedrijven welke binnen een straal van tien kilometer van het besmette bedrijf zijn gelegen, en bedrijven waarvan of waarnaar varkens zijn aan- of afgevoerd van het besmette bedrijf, ontvangen hierover zo mogelijk allereerst telefonisch en vervolgens schriftelijk bericht dat ofwel persoonlijk aan de ondernemer wordt overhandigd, ofwel dat per aangetekende post wordt toegezonden.
Aan de hand van het door het bestuur vastgestelde bestrijdingsplan kan de voorzitter met betrekking tot het bedrijf waarop een verdenking van een besmetting rust, dan wel een besmetting is geconstateerd, overgaan tot het opleggen van de volgende maatregelen:
Het verbieden van aan- en afvoer van varkens, varkenssperma, varkensembryo’s en varkensmest naar en van het besmette bedrijf;
Het verplichten de varkens binnen 24 uur (voor de eerste keer) en vervolgens na 14 dagen (voor een tweede vaccinatie) na de constatering van de besmetting te doen vaccineren;
Het toestaan van afvoer van varkens naar het slachthuis, vanaf 14 dagen na de tweede vaccinatie;
Het verplichten tot het onmiddellijk na de afvoer van alle dieren uit de stal de stal te reinigen en te ontsmetten. Het CBD zal vervolgens een R&O verklaring opstellen die aan de dienst, als bedoeld in artikel 4 van de Verordening, wordt verstuurd.
Met betrekking tot bedrijven die zich bevinden binnen een straal van tien kilometer vanaf een bedrijf waarop een besmetting is geconstateerd, geldt het volgende:
Aan- en afvoer van varkens, varkenssperma, varkensembryo’s en varkensmest naar en van het bedrijf gevestigd binnen een straal van tien kilometer vanaf een bedrijf waarop een besmeting is geconstateerd, is niet toegestaan;
De varkens worden voor de eerste keer binnen 72 uur na de constatering van de besmetting gevaccineerd en voor de tweede keer tussen de 14 dagen en de 21 dagen daarna nog eens;
Het is tot 14 dagen nadat de tweede vaccinatie is verricht verboden varkens af te voeren van en naar varkensbedrijven binnen een straal van tien kilometer vanaf een bedrijf waarop een besmetting is geconstateerd;
Binnen 72 uur wordt klinische inspectie door de eigen dierenarts uitgevoerd. Tussen de 14 dagen en 21 dagen na de klinische inspectie worden bloedmonsters bij de varkens genomen, die voor onderzoek worden gezonden naar het CIDC;
Afvoer van de varkens naar het slachthuis is eerst toegestaan, vanaf 14 dagen nadat de tweede vaccinatie is verricht;
Aanvoer van varkens afkomstig van bedrijven eveneens gelegen binnen een straal van 10 kilometer van het besmette bedrijf, is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de voorzitter;
Afvoer van varkens naar bedrijven eveneens gelegen binnen een straal van 10 kilometer van het besmette bedrijf, is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de voorzitter.
Met betrekking tot bedrijven waarvan varkens zijn afgevoerd naar het besmette bedrijf, dan wel waarop varkens zijn aangevoerd van het besmette bedrijf dan wel er sprake is van intensieve persoonscontacten met het besmette bedrijf, geldt het volgende:
Aan- en afvoer van varkens, varkenssperma, varkensembryo’s en varkensmest naar en van het besmette bedrijf waarvan varkens zijn afgevoerd naar het besmette bedrijf, dan wel waarop varkens zijn aangevoerd van het besmette bedrijf is niet toegestaan;
Binnen 24 uur wordt een klinische inspectie uitgevoerd door de eigen dierenarts;
35 dagen na het contact worden bloedmonsters genomen;
De varkens worden binnen 24 uur na de constatering van de besmetting gevaccineerd en voor een tweede keer tussen de 14 dagen en de 21 dagen na de eerste vaccinatie. Het voorgaande is niet van toepassing op varkens van bedrijven waarvan het contact langer is dan 35 dagen geleden, gerekend vanaf het moment van vaststelling van een uitbraak en waarbij het bloedonderzoek negatief is.
De voorzitter doet mededeling van het einde van de uitbraak van de Ziekte van Aujeszky op de wijze als omschreven in artikel 2, derde en vierde lid.
De ondernemer is verplicht de genomen bestrijdingsmaatregelen vast te leggen in het formulier ‘rapportage bestrijdingsmaatregelen’, waarvan een model is opgenomen in de bijlage van dit besluit.