Artikel
1
Het aantal bestuursleden, alsmede het rooster van aftreden, wordt op voorstel van het bestuur door de ledenvergadering vastgesteld.
Het aantal bestuursleden, alsmede het rooster van aftreden, wordt op voorstel van het bestuur door de ledenvergadering vastgesteld.
De leden van het bestuur verlaten de bestuursvergadering indien daarin aangelegenheden ter sprake komen die hun, of degenen met wie zij in verhouding staan als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, persoonlijk aangaan.
Het bestuur is bevoegd tot het instellen, wijzigen en ontbinden van Raden van Advies en Redactieraden.
De voorzitter kan zijn bevindingen in de vorm van een klacht ter kennis van de accountantskamer brengen indien hem bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die grond kunnen opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans tot gegrondverklaring van de klacht.
De bestuurssecretaris is onder andere belast met het voorbereiden van de vergaderingen van het bestuur en het opstellen van de agenda van het bestuur. Voorts draagt hij zorg voor de uitvoering van de genomen bestuursbesluiten voor zover zij niet de taken dan wel de bevoegdheden van de algemeen directeur betreffen.
Het bestuur stelt de bestuurssecretaris en de algemeen directeur, alsmede eventuele overige directieleden aan, beoordeelt hen, schorst hen en ontslaat hen.
Het bestuur kan besluiten tot samenstelling van een directie die naast de algemeen directeur bestaat uit een of meerdere overige directieleden die aan de algemeen directeur ondergeschikt zijn, samen met hem de directie voeren en ieder een eigen taak hebben.
Het bestuur verleent, onder nader door hem vast te stellen voorwaarden, volmacht aan de algemeen directeur voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.
Het bestuur sluit bij de indiensttreding van de algemeen directeur met hem een convenant over de wijze waarop hij zijn taken dient te vervullen.
In het convenant wordt ten minste opgenomen dat de algemeen directeur:
jaarlijks en wel uiterlijk in de maand november een activiteitenplan aan het bestuur ter beoordeling en besluitvorming voorlegt dat tevens dient als basis voor de door het bestuur op te stellen herziene begroting en begroting;
per kwartaal schriftelijk rapporteert over de uitvoering van het activiteitenplan en over alle andere van belang zijnde zaken.
De verordening op het bestuur, vastgesteld op 14 oktober 1993, Stcrt. 1993, 202, laatstelijk gewijzigd op 23 juni 2003, Stcrt. 2003, 125 wordt ingetrokken op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.