Besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat tot mandaatverlening aan de algemeen directeur van SenterNovem voor de uitvoering van het Programma MobiliteitsManagement 2007 (Besluit mandaat en machtiging SenterNovem Programma MobiliteitsManagement 2007)

Besluit mandaat en machtiging SenterNovem Programma MobiliteitsManagement 2007

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gezien de schriftelijke instemming van de algemeen directeur van SenterNovem van 24 juli 2007 (kenmerk: ZJZ0785640);

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De in de artikelen 1 en 2 bedoelde functionarissen van SenterNovem oefenen de bij dit besluit verleende bevoegdheden uit met inachtneming van de algemene instructie opgenomen in de van dit besluit deel uitmakende bijlage.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging SenterNovem Programma MobiliteitsManagement 2007.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.C.Huizinga-Heringa

Bijlage

als bedoeld in artikel 3 van het Besluit mandaat en machtiging SenterNovem Programma MobiliteitsManagement 2007

Algemene instructie

  • 1.

    De in de artikelen 1 en 2 van dit besluit bedoelde functionarissen verzenden op verzoek een afschrift van de aanvraag, van het op een aanvraag genomen besluit, van een daartegen gericht bezwaarschrift en van een op het bezwaarschrift genomen besluit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. Afschriften van de op een beroepsprocedure betrekking hebbende stukken worden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat gezonden.

  • 2.

    De in artikel 2 van dit besluit bedoelde functionarissen voeren in het kader van een beroepsprocedure overleg met de betrokken ambtelijke diensten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over de in te nemen standpunten.

  • 3.

    De in artikel 1 van dit besluit bedoelde functionarissen onderzoeken regelmatig ten aanzien van ieder besluit tot subsidieverlening of er omstandigheden zijn op grond waarvan het besluit moet worden ingetrokken of gewijzigd.

  • 4.

    De in de artikelen 1 en 2 van dit besluit bedoelde functionarissen treden tenminste eenmaal per kwartaal in overleg met de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over hun uitvoering van het Programma MobiliteitsManagement 2007.

  • 5.

    De in de artikelen 1 en 2 van dit besluit bedoelde functionarissen richten hun administratie zodanig in, dat daarin alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zijn opgenomen. Zij verschaffen de Minister van Verkeer en Waterstaat desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de bij dit besluit verleende bevoegdheden.

  • 6.

    De in de artikelen 1 en 2 van dit besluit bedoelde functionarissen signaleren tijdig problemen die zijn gerezen in het kader van de uitvoering van het Programma MobiliteitsManagement 2007 en melden deze tijdig aan het hoofd van de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.