Besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912

Besluit vaststelling nadere regels vergoeding ex artikel 16c Auteurswet 1912 (hoogte en verschuldigdheid)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 11 juli 2007, nr. 5494360/07/6, Directie Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 21 augustus 2007, nr. W03.07.0220/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 2 november 2007, nr. 5514145/07/6, Directie Wetgeving,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

bij het Besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912

Op de volgende voorwerpen, bestemd om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, rust de volgende vergoeding, als bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912:

Audio analoog

€ 0,23 p/u

Video analoog

€ 0,33 p/u

Minidisk

€ 0,32 p/u

Audio cd-r/rw

€ 0,42 p/u

Data cd

€ 0,14 per disk

DVD-R/RW

€ 0,60 per 4,7 Gb

DVD+R/RW

€ 0,40 per 4,7 Gb

HI MD

€ 1,10 per drager

Voor blanco dvd’s van het type –R/RW resp. +R/RW met een kleinere of grotere opslagcapaciteit dan 4,7 gigabite geldt een proportionele vergoeding.