Artikel
1
1
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007, met uitzondering van de artikelen 28 en 29, ten aanzien van ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken op wie het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 van toepassing is of van toepassing is verklaard.
2
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van hoger beroep.