Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen))

Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)

§

1

Algemene bepaling

§

2

Inrichtingen

Artikel

2

§

3

Infrastructuur

Artikel

3

§

4

Kantoorlocaties en woningbouwlocaties

Artikel

4

§

5

Activiteiten of handelingen

Artikel

5

§

5a

Uitgezonderde gebieden en categorieën

Artikel

5b

Artikel 5a is niet van toepassing op voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel ingediende aanvragen voor een omgevingsvergunning.

§

6

Overige bepalingen

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

Bijlage

1a

Voorschrift 1A.1 (Landbouwinrichtingen)

Aangewezen ingevolge artikel 2, eerste lid, worden:

  • a.

    akkerbouw- of tuinbouwbedrijven met open grondteelt;

  • b.

    inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor witloftrek of teelt van eetbare paddestoelen of andere gewassen in een gebouw;

  • c.

    permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen;

  • d.

    permanente en verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen, mits niet groter dan 2 hectare;

  • e.

    kinderboerderijen.

Voorschrift 1A.2 (Spoorwegemplacementen)

Aangewezen ingevolge artikel 2, eerste lid, worden spoorwegemplacementen onder voorwaarde dat door de aanleg of uitbreiding daarvan of door een wijziging van de activiteiten op een spoorwegemplacement de toename van het aantal dieseltractie-uren niet meer bedraagt dan 7500 uur op jaarbasis.

Voorschrift 1A.3 (Defensie-inrichtingen)

(gereserveerd)

Bijlage

1b

Voorschrift 1B.1 (Landbouwinrichtingen)

Aangewezen ingevolge artikel 2, tweede lid, worden:

  • a.

    akkerbouw- of tuinbouwbedrijven met open grondteelt;

  • b.

    inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor witloftrek of teelt van eetbare paddestoelen of andere gewassen in een gebouw;

  • c.

    permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen;

  • d.

    permanente en verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen, mits niet groter dan 0,7 hectare;

  • e.

    kinderboerderijen.

Voorschrift 1B.2 (Spoorwegemplacementen)

Aangewezen ingevolge artikel 2, tweede lid, worden spoorwegemplacementen onder voorwaarde dat door de aanleg of uitbreiding daarvan of door een wijziging van de activiteiten op een spoorwegemplacement de toename van het aantal dieseltractie-uren niet meer bedraagt dan 2500 uur op jaarbasis.

Voorschrift 1B.3 (Defensie-inrichtingen)

(gereserveerd)

Bijlage

2a

(gereserveerd)

Bijlage

2b

(gereserveerd)

Bijlage

3a

Voorschrift 3A.1 (Kantoorlocaties)

Aangewezen ingevolge artikel 4, eerste lid, worden kantoorlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 200.000 m2 omvat.

Voorschrift 3A.2 (Woningbouwlocaties)

Aangewezen ingevolge artikel 4, eerste lid, worden woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3000 woningen omvat.

Voorschrift 3A.3 (Woningbouw- en kantoorlocaties)

1. Aangewezen ingevolge artikel 4, eerste lid, worden locaties die een combinatie vormen van een woningbouwlocatie en een kantoorlocatie, onder de volgende voorwaarde:

0,0008 * aantal woningen + 0,000012 * bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2.

2. Het in de voorschriften 3A.1 en 3A.2 bepaalde in geval van twee ontsluitingswegen is van overeenkomstige toepassing.

Bijlage

3b

Voorschrift 3B.1 (Kantoorlocaties)

Aangewezen ingevolge artikel 4, tweede lid, worden kantoorlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 33.333 m2 omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 66.667 m2 omvat.

Voorschrift 3B.2 (Woningbouwlocaties)

Aangewezen ingevolge artikel 4, tweede lid, worden woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 1000 woningen omvat.

Voorschrift 3B.3 (Woningbouw- en kantoorlocaties)

1. Aangewezen ingevolge artikel 4, tweede lid, worden locaties die een combinatie vormen van een woningbouwlocatie en een kantoorlocatie, onder de volgende voorwaarde:

0,0008 * aantal woningen + 0,000012 * bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 0,4.

2. Het in de voorschriften 3B.1 en 3B.2 bepaalde in geval van twee ontsluitingswegen is van overeenkomstige toepassing.

Bijlage

4a

(gereserveerd)

Bijlage

4b

(gereserveerd)

Bijlage

5

Uitgezonderde gebieden

Onderdeel 1 Gebied in de gemeente Asten
Onderdeel 2 Gebied in de gemeente Nederweert
Onderdeel 3 Gebied dat bestaat uit delen van de gemeenten Barneveld, Ede, Renswoude en Scherpenzeel
Onderdeel 4 Gebied in de gemeente Deurne