1
De Minister verleent op aanvraag van het bestuur drie maal per kalenderjaar een voorschot: per 1 maart, 1 augustus en 1 december. De hoogte van een voorschot wordt bepaald aan de hand van de bij de aanvraag voor subsidieverlening gevoegde begroting van de Stichting.
Voorschotverlening geschiedt in totaal tot ten hoogste het voor het kalenderjaar verleende subsidiebedrag.
2
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van de betreffende voorschotperiode ingediend. De aanvraag geschiedt middels een factuur van de Stichting waarin het voor de desbetreffende periode gevraagde voorschotbedrag is opgevoerd. Deze factuur vermeldt eveneens datum en nummer van de beschikking tot subsidieverlening.