Artikel
1
Er is een Adviescommissie ‘Veiligheid en persoonlijke levenssfeer’, hierna te noemen: de commissie.
Besluit:
Er is een Adviescommissie ‘Veiligheid en persoonlijke levenssfeer’, hierna te noemen: de commissie.
De commissie heeft tot taak te adviseren over regulering van, voorlichting over, werkwijzen bij en indien nodig protocollisering van de omgang met persoonsgegevens, zodat deze de veiligheid van personen bevorderen.
De commissie onderzoekt:
hoe mogelijke belemmeringen, die rechtshandhavers en hulpverleners ervaren bij hun werk in veiligheidsdomein en hulpverlening, weggenomen kunnen worden;
hoe zowel de doelstellingen op het gebied van de persoonlijke levenssfeer als die op het gebied van veiligheid zo goed mogelijk in samenhang met elkaar verwerkelijkt kunnen worden;
hoe technologische ontwikkelingen benut kunnen worden op de raakvlakken van bescherming van persoonlijke levenssfeer en veiligheid;
de mogelijkheid van een overkoepelende visie op regulering en facilitering van de omgang met persoonsgegevens voor de publieke en private sfeer;
hoe de bevindingen en adviezen van de commissie zich verhouden tot de internationaal-rechtelijke context.
Het secretariaat van de commissie wordt vervuld door ambtenaren van de ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het ministerie van Justitie.
De voorzitter van de commissie ontvangt overeenkomstig het Vergoedingenbesluit per vergadering € 310.
De leden van de commissie ontvangen overeenkomstig het Vergoedingenbesluit per vergadering € 235.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2009.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.