programmadocument: een document dat een voorstel aan de minister voor een gebiedsgericht programma en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen bevat;
Er is een Programmacommissie Oost-Nederland, een programmacommissie Noordvleugel Randstad, een programmacommissie Zuidvleugel Randstad, een programmacommissie Zuidwest-Nederland, een programmacommissie Zuidoost-Nederland en een programmacommissie Noord-Nederland;
2
Een commissie heeft voor het gebied waarvoor zij is ingesteld tot taak:
a.
een programmadocument op te stellen;
b.
zorg te dragen voor voldoende bekendheid van het gebiedsgericht programma;
Een commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste tien andere leden, waarvan:
a.
ten hoogste drie leden afkomstig zijn uit de kring van onderzoekorganisaties van het desbetreffende gebied;
b.
ten hoogste drie leden afkomstig zijn uit de kring van ondernemers van het desbetreffende gebied;
c.
ten hoogste drie leden afkomstig zijn uit de kring van publieke cofinanciers van het desbetreffende gebied;
d.
één lid ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken is.
2
De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste vijf jaar benoemd.
3
De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
Artikel
4
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Oost-Nederland worden voor een periode van vijf jaar als leden benoemd:
a.
mevrouw M.H.H. van Haaren, te Ede, tevens voorzitter;
b.
de heer H.A.J. Aalderink, te Doesburg;
c.
mevrouw drs. C. Abbenhues, te Zwartsluis;
d.
de heer dr.ir. A.A. Dijkhuizen, te Wijk bij Duurstede;
e.
de heer drs. E. van der Eijk, te Haarlem;
f.
de heer dr. A.H. Flierman, te Markelo;
g.
de heer H.J. Hazewinkel RA, te Almelo;
h.
de heer B. de Jongh, te Druten;
i.
de heer ir. W. Jouwsma, te Lochum;
j.
de heer P.E.J. den Oudsten, te Enschede;
k.
de heer drs. F.J.M. Werner, te Arnhem.
Artikel
5
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Noordvleugel Randstad worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:
a.
de heer mr.dr. L.F. Asscher, te Amsterdam, tevens voorzitter;
b.
de heer H.W. Broeders, te Hilversum;
c.
mevrouw prof.dr. L.J. Gunning-Schepers, te Maarssen;
d.
mevrouw A. Jorritsma-Lebbink, te Almere;
e.
de heer mr. J.H. Ekkers, te Vianen;
f.
mevrouw mr. Y.C.M.T. van Rooy, te Den Haag;
g.
de heer ir. R.F.C. Stroink, te Wassenaar;
h.
de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden;
i.
de heer H. Zwarts, te Bilthoven.
Artikel
6
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidvleugel Randstad worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:
a.
de heer ir.drs. H.N.J. Smits, tevens voorzitter, te Den Haag;
b.
de heer drs. W.J. Breebaart, te Leiden;
c.
de heer drs. W.J. Deetman, te Den Haag;
d.
de heer dr. J.W.A. van Dijk, te Sassenheim;
e.
de heer ir. J.C. Huis in ’t Veld, te Den Haag;
f.
de heer ir. G.J. van Luijk, te Den Haag;
g.
de heer mr. I.W. Opstelten, te Rotterdam;
h.
de heer ing. M.C.J. van Pernis, te Moordrecht;
i.
de heer J.P. Teelen, te Naaldwijk;
j.
de heer drs. P.A.T. Tetteroo, te Oegstgeest;
k.
de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.
Artikel
7
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidwest-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:
a.
de heer P.A.C.M. van der Velden, te Breda, tevens voorzitter;
b.
de heer ir. A.P. de Buck, te Middelburg;
c.
de heer K.J. Coppoolse, te Oostkapelle;
d.
de heer ir. E.L. de Graaf, te Middelburg;
e.
de heer ir. W.N.C. Heeren, te Essen (België);
f.
de heer ir. G.L.E.M. Koopman, te Breda;
g.
de heer drs. C. Kortleve, te Oud-Alblas;
h.
mevrouw J.M.P. Moons, te Schijndel;
i.
de heer J.G. Uijterwijk, te Den Haag;
j.
de heer M.J. Wiersma, te ’s-Heer-Hendrikskinderen.
Artikel
8
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidoost-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:
a.
mevrouw drs. J.M.P. Moons, te Schijndel, tevens voorzitter;
b.
de heer drs. A.A.M. Jacobs, te Helmond;
c.
de heer drs. H.J.G. Hendriks, te Eindhoven;
d.
de heer J. Lamkin, te Eijsden;
e.
de heer ing. A.H. Lundqvist, te Eindhoven;
f.
de heer F. Pistorius, te Geleen;
g.
de heer dr.ir. J.J.M. Ritzen, te Maastricht;
h.
de heer drs. N. Verbraak, te Eindhoven;
i.
de heer ir. H.T.J. Vrehen, te Nieuwstadt;
j.
de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.
Artikel
9
Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Noord-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:
a.
de heer drs. E.H.T.M. Nijpels, te Diken, tevens voorzitter;
b.
de heer prof.dr. J.Th.A. Bressers, te Enschede;
c.
de heer J.J. Dijkstra, te Groningen;
d.
de heer prof.dr. K. Duppen, te Kropswolde;
e.
de heer H.P.K.M. Looman, te Smilde;
f.
de heer H. Roeten, te Drachten;
g.
de heer A. Terpstra, te Grou;
h.
de heer J.P. Vaessen, te Maarn;
i.
de heer R. Veenstra MBA, te Burgum;
j.
de heer ir. H.A.F. van der Vlist, te Harenermolen;
k.
de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.
Artikel
10
1
Een commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissies geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van een commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
Artikel
11
Een commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2007.
Artikel
14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit programmacommissies pieken in de delta.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
Den Haag
De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven