Instellingsbesluit programmacommissies pieken in de delta

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Oost-Nederland worden voor een periode van vijf jaar als leden benoemd:

  • a.

    mevrouw M.H.H. van Haaren, te Ede, tevens voorzitter;

  • b.

    de heer H.A.J. Aalderink, te Doesburg;

  • c.

    mevrouw drs. C. Abbenhues, te Zwartsluis;

  • d.

    de heer dr.ir. A.A. Dijkhuizen, te Wijk bij Duurstede;

  • e.

    de heer drs. E. van der Eijk, te Haarlem;

  • f.

    de heer dr. A.H. Flierman, te Markelo;

  • g.

    de heer H.J. Hazewinkel RA, te Almelo;

  • h.

    de heer B. de Jongh, te Druten;

  • i.

    de heer ir. W. Jouwsma, te Lochum;

  • j.

    de heer P.E.J. den Oudsten, te Enschede;

  • k.

    de heer drs. F.J.M. Werner, te Arnhem.

Artikel

5

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Noordvleugel Randstad worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:

  • a.

    de heer mr.dr. L.F. Asscher, te Amsterdam, tevens voorzitter;

  • b.

    de heer H.W. Broeders, te Hilversum;

  • c.

    mevrouw prof.dr. L.J. Gunning-Schepers, te Maarssen;

  • d.

    mevrouw A. Jorritsma-Lebbink, te Almere;

  • e.

    de heer mr. J.H. Ekkers, te Vianen;

  • f.

    mevrouw mr. Y.C.M.T. van Rooy, te Den Haag;

  • g.

    de heer ir. R.F.C. Stroink, te Wassenaar;

  • h.

    de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden;

  • i.

    de heer H. Zwarts, te Bilthoven.

Artikel

6

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidvleugel Randstad worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:

  • a.

    de heer ir.drs. H.N.J. Smits, tevens voorzitter, te Den Haag;

  • b.

    de heer drs. W.J. Breebaart, te Leiden;

  • c.

    de heer drs. W.J. Deetman, te Den Haag;

  • d.

    de heer dr. J.W.A. van Dijk, te Sassenheim;

  • e.

    de heer ir. J.C. Huis in ’t Veld, te Den Haag;

  • f.

    de heer ir. G.J. van Luijk, te Den Haag;

  • g.

    de heer mr. I.W. Opstelten, te Rotterdam;

  • h.

    de heer ing. M.C.J. van Pernis, te Moordrecht;

  • i.

    de heer J.P. Teelen, te Naaldwijk;

  • j.

    de heer drs. P.A.T. Tetteroo, te Oegstgeest;

  • k.

    de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.

Artikel

7

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidwest-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:

  • a.

    de heer P.A.C.M. van der Velden, te Breda, tevens voorzitter;

  • b.

    de heer ir. A.P. de Buck, te Middelburg;

  • c.

    de heer K.J. Coppoolse, te Oostkapelle;

  • d.

    de heer ir. E.L. de Graaf, te Middelburg;

  • e.

    de heer ir. W.N.C. Heeren, te Essen (België);

  • f.

    de heer ir. G.L.E.M. Koopman, te Breda;

  • g.

    de heer drs. C. Kortleve, te Oud-Alblas;

  • h.

    mevrouw J.M.P. Moons, te Schijndel;

  • i.

    de heer J.G. Uijterwijk, te Den Haag;

  • j.

    de heer M.J. Wiersma, te ’s-Heer-Hendrikskinderen.

Artikel

8

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Zuidoost-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:

  • a.

    mevrouw drs. J.M.P. Moons, te Schijndel, tevens voorzitter;

  • b.

    de heer drs. A.A.M. Jacobs, te Helmond;

  • c.

    de heer drs. H.J.G. Hendriks, te Eindhoven;

  • d.

    de heer J. Lamkin, te Eijsden;

  • e.

    de heer ing. A.H. Lundqvist, te Eindhoven;

  • f.

    de heer F. Pistorius, te Geleen;

  • g.

    de heer dr.ir. J.J.M. Ritzen, te Maastricht;

  • h.

    de heer drs. N. Verbraak, te Eindhoven;

  • i.

    de heer ir. H.T.J. Vrehen, te Nieuwstadt;

  • j.

    de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.

Artikel

9

Ter gelegenheid van de instelling van de Programmacommissie Noord-Nederland worden voor een periode van 5 jaar als leden benoemd:

  • a.

    de heer drs. E.H.T.M. Nijpels, te Diken, tevens voorzitter;

  • b.

    de heer prof.dr. J.Th.A. Bressers, te Enschede;

  • c.

    de heer J.J. Dijkstra, te Groningen;

  • d.

    de heer prof.dr. K. Duppen, te Kropswolde;

  • e.

    de heer H.P.K.M. Looman, te Smilde;

  • f.

    de heer H. Roeten, te Drachten;

  • g.

    de heer A. Terpstra, te Grou;

  • h.

    de heer J.P. Vaessen, te Maarn;

  • i.

    de heer R. Veenstra MBA, te Burgum;

  • j.

    de heer ir. H.A.F. van der Vlist, te Harenermolen;

  • k.

    de heer mr. E.J. de Vries, te Leiden.

Artikel

10

Artikel

11

Een commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel

12

Het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 oktober 2006, nr. WJZ 6087161 (Stcrt. 2006, 215), het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 oktober 2006, nr. WJZ 6087149 (Stcrt. 2006, 215), het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 oktober 2006, nr. WJZ 6087187 (Stcrt. 2006, 215), het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 oktober 2006, nr. WJZ 6087190 (Stcrt. 2006, 215) en het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 oktober 2006, nr. WJZ 6087180 (Stcrt. 2006, 215) worden ingetrokken.

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2007.

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit programmacommissies pieken in de delta.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven