Artikel
1
De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Het Commissariaat voor de Media,
Gelet op de artikelen 134 en 135 van de Mediawet;
Gelet op de artikelen 4:81 en 5:16 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: de Mediawet;
besluit: het Mediabesluit;
Commissariaat: het Commissariaat voor de Media;
omroepvereniging: een vereniging die voldoet aan de eisen genoemd in artikel 14 van de wet en waaraan een erkenning op grond van artikel 32 van de wet is verleend.
De activiteiten van een omroepvereniging bestaan uitsluitend, althans hoofdzakelijk uit het verzorgen van een programma voor algemene omroep en alle activiteiten met betrekking tot programmaverzorging en uitzending die daartoe nodig zijn.
De vereniging stelt zich ten doel in haar programma een bepaalde, in de statuten aangeduide, maatschappelijke, culturele of godsdienstige dan wel geestelijke stroming te vertegenwoordigen en zich in haar programma te richten op de bevrediging van in het volk levende maatschappelijke, culturele of godsdienstige dan wel geestelijke behoeften.
Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de wet worden verstaan:
activiteiten die voortvloeien uit de democratische verenigingsstructuur van de omroepverenigingen; en
activiteiten die redelijkerwijs nodig zijn voor het goed en democratisch functioneren van de vereniging.
Niet als verenigingsactiviteiten worden aangemerkt activiteiten die bestaan uit:
het verzorgen van elektronische producten met beeld of geluid; en
die bedoeld zijn, al dan niet tegen betaling, al dan niet gecodeerd of al dan niet op individueel verzoek analoog of digitaal via elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van de Telecommunicatiewet, te worden uitgezonden of verspreid;
én bestemd zijn voor ontvangst door het algemene publiek of een deel daarvan.
Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, onder a, van deze regeling worden verstaan bijeenkomsten waar leden een feitelijk vaststelbare bijdrage kunnen leveren aan het goed en democratisch functioneren van de omroepvereniging én waar leden in staat worden gesteld op democratisch aanvaardbare wijze invloed uit te oefenen op het beleid van de omroepvereniging.
Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, onder b, van deze regeling worden verstaan:
activiteiten die gebruikelijk zijn in een actief functionerende vereniging om de band tussen de leden onderling of tussen hen en de vereniging te versterken en die gekoppeld zijn aan de identiteit van de omroep of aan programma’s van de omroep;
andersoortige activiteiten die gekoppeld zijn aan de identiteit van de omroep en waarmee geen commerciële markt wordt betreden;
ledenwerfacties;
een éénmaal per jaar georganiseerde activiteit voor leden en niet-leden, die mede bedoeld is om leden te werven.
Verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 7, onder a, van deze regeling zijn uitsluitend toegankelijk voor leden van de omroepvereniging.
Verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 7, onder b, c en d, van deze regeling zijn toegankelijk voor leden en niet-leden van de omroepvereniging.
De aard van de activiteit is bepalend voor de beoordeling van de activiteit en niet de wijze van financiering.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
1. Instellingen die zendtijd hebben verkregen zijn met al hun activiteiten, behoudens het bepaalde in de artikelen 26, 43a, 52 en 52b, niet dienstbaar aan het maken van winst door derden. Desgevraagd tonen zij dit ten genoegen van het Commissariaat voor de Media aan.
1. Alle activiteiten en werkzaamheden van een instelling die zendtijd heeft verkregen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, worden aangemerkt als nevenactiviteiten, met uitzondering van de verenigingsactiviteiten van een omroepvereniging.
1. Alle inkomsten van een instelling die zendtijd heeft verkregen, waaronder de inkomsten uit nevenactiviteiten en vermogen, worden, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, aangewend voor de verzorging van het programma waarvoor zij zendtijd heeft verkregen.
2. In afwijking van het eerste lid, kunnen inkomsten uit programmabladen van omroepverenigingen tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag worden besteed aan verenigingsactiviteiten.
1. Omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep:
verstrekken hun leden geen op geld waardeerbare voordelen zonder toestemming van het Commissariaat voor de Media,
tonen ten genoegen van het Commissariaat aan dat hun leden op een democratisch aanvaardbare wijze invloed op hun beleid kunnen uitoefenen.