Wet van 20 december 2007 tot wijziging van de Loodsenwet en enige andere wetten in verband met de invoering van markttoezicht op het aanbod van dienstverlening door registerloodsen en een herziening van de loodsgeldtariefstructuur (Wet markttoezicht registerloodsen)

Wet markttoezicht registerloodsen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de invoering van markttoezicht op het aanbod van dienstverlening door registerloodsen en een herziening van de loodsgeldtariefstructuur noodzakelijk is de Loodsenwet en enige andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Loodsenwet.

Artikel

II

Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet.

Artikel

III

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel

VII

Artikel

IX

De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie stelt binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet voor de eerste maal een vergelijkend onderzoek als bedoeld in artikel 27k van de Loodsenwet op.

Artikel

X

De op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen B, D en E, en II van deze wet geldende loodsgeldtarieven en loodsvergoedingen, vastgesteld krachtens de artikelen 14a, 15 en 15a van de Scheepvaartverkeerswet, en de vergoedingen vastgesteld krachtens de artikelen 13, derde lid, en 21, tweede lid, van de Loodsenwet, zoals deze artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen B, D en F, van deze wet, blijven van kracht tot het tijdstip waarop het besluit waarbij het desbetreffende tarief voor eerste maal met toepassing van de artikelen 27c tot en met 27g van de Loodsenwet is vastgesteld.

Artikel

XI

De hoofdstukken I tot en met VI en VIII tot en met X en de artikelen II en III van de Loodsenwet, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet, blijven van kracht ten aanzien van:

  • a.

    voor dat tijdstip ingediende aanvragen om enig besluit op grond van deze hoofdstukken en artikelen;

  • b.

    de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen enig besluit op grond van deze hoofdstukken of artikelen dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet onherroepelijk is;

  • c.

    de behandeling van het bezwaar of het beroep gericht tegen enig besluit op grond van deze hoofdstukken of artikelen dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld;

  • d.

    de behandeling van het bezwaar of het beroep dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld en dat is gericht tegen enig besluit op grond van deze hoofdstukken of artikelen waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk beroep is ingesteld.

Artikel

XIII

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

XIIIA

Wijzigt de Loodsenwet.

Artikel

XIV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

XV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet markttoezicht registerloodsen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, C. M. P. S. Eurlings
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin