Verordening van het Productschap Vis van 4 oktober 2007, houdende de instelling van een fonds voor de groothandelssector en opheffing van het oude onderzoek- en projectenfonds voor de groothandelssector (Verordening instelling van een fonds voor de groothandelssector 2007)

Verordening instelling van een fonds voor de groothandelssector 2007

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Instellingsbesluit Productschap Vis:

Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Staatsblad 2003, 253);

b.

productschap:

het Productschap Vis, als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis;

c.

bestuur:

het bestuur van het productschap;

d.

dagelijks bestuur:

het dagelijks bestuur van het productschap;

e.

voorzitter:

de voorzitter van het productschap;

f.

fonds:

het fonds, genoemd in artikel 2.

Artikel

2

Artikel

3

De baten van het fonds bestaan uit:

  • a.

    de opbrengsten voortkomend uit de inning van (bestemmings-) heffingen, verminderd met eventuele inningskosten;

  • b.

    rente van belegde gelden;

  • c.

    terugbetaling van uitkeringen;

  • d.

    andere baten, met uitzondering van de opbrengst van heffingen wegens het invoeren uit staten die lid zijn van de Europese Unie of partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel

4

De middelen van het fonds zijn bestemd voor:

  • a.

    een bijdrage aan onderzoek- of ontwikkelingsprojecten (waaronder opleiding en voorlichting, verwerking en afzet) voor de groothandelssector in de meest ruime zin van het woord;

  • b.

    uitgaven ten bate van belangenbehartiging, opleiding en voorlichting in de meest ruime zin van het woord.

Artikel

5

Artikel

6

Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven, in welk geval de voorzitter namens het bestuur als liquidateur optreedt en het bestuur aan een eventueel batig liquidatiesaldo een bestemming geeft ten behoeve van de groothandelssector.

Artikel

9

Rijswijk
B.J. Odink voorzitter
W.G. van de Fliert secretaris