Verordening van het Productschap Tuinbouw van 25 september 2001, houdende de vaststelling van een bestemmingsheffing ten behoeve van de teelt van uien voor het jaar 2000

Verordening PT Bijzondere heffing uien 2000

Het bestuur van het Productschap Tuinbouw;
op voorstel van de Sectorcommissie Groenten en Fruit;
gelet op de artikelen 100 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op de artikelen 14, 15 en 19 van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Heffingsplicht

Artikel

2

§

3

Grondslag en hoogte

Artikel

3

De heffing die is verschuldigd wordt opgelegd naar de grondslag grondgebruik, een en ander overeenkomstig de volgende artikelen.

Artikel

4

De heffing naar de grondslag grondgebruik wordt berekend aan de hand van de oppervlakte van de bij de onderneming behorende cultuurgrond en bedraagt ten hoogste voor:

a.

groep 20

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt in de open grond van poot- en plantuien:

ƒ 35,00 (15,88 euro) per ha;

b.

groep 21

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt in de open grond van zaaiuien:

ƒ 89,00 (40,38 euro) per ha.

Artikel

5

§

4

Oplegging en inning

Artikel

6

Indien een heffingplichtige gegevens, die hem krachtens deze verordening of de Verordening PT Registratie en verstrekking van gegevens 1997 ten behoeve van de onderhavige verordening zijn gevraagd, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met fl. 90,– (40 euro) in verband met administratiekosten.

Artikel

7

Artikel

8

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming als bedoeld in artikel 6 niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Artikel

9

Artikel

10

Aan de heffingplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 9 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van maximaal fl. 50,– (22,50 euro) in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning, bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel

11

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten, als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 10.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

12

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en is van toepassing op het kalenderjaar 2000.

Artikel

13

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PT Bijzondere heffing uien 2000.

Zoetermeer,J. van derVeenvoorzitterC.Kuijvenhovensecretaris