Wet van 25 februari 2008, houdende regeling van het conflictenrecht betreffende het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken, vorderingsrechten, aandelen en giraal overdraagbare effecten (Wet conflictenrecht goederenrecht)

Wet conflictenrecht goederenrecht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijke regeling te geven van het conflictenrecht betreffende het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken, vorderingsrechten, aandelen en giraal overdraagbare effecten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel

1

– Algemene bepalingen

Artikel

1

Titel

2

– Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Onverminderd artikel 6, aanhef en onder a, van de Wet van 18 maart 1993, Stb. 168, houdende enige bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot het zeerecht, het binnenvaartrecht en het luchtrecht, worden het ontstaan en de inhoud van een recht van retentie bepaald door het recht dat de daaraan ten grondslag liggende rechtsverhouding beheerst. Een recht van retentie kan slechts geldend worden gemaakt voor zover het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt, zulks toelaat.

Artikel

5

Rechten op een zaak, die overeenkomstig het ingevolge deze wet toepasselijke recht zijn verkregen of gevestigd, blijven daarop rusten, ook wanneer die zaak wordt overgebracht naar een andere staat. Deze rechten kunnen niet worden uitgeoefend op een wijze die onverenigbaar is met het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich ten tijde van die uitoefening bevindt.

Artikel

6

De rechtsgevolgen van de verkrijging van een zaak van een beschikkingsonbevoegde worden beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich ten tijde van die verkrijging bevond.

Artikel

7

Artikel

8

Titel

3

– Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot vorderingsrechten

Artikel

9

Indien een vordering belichaamd is in een stuk, bepaalt het recht van de staat op welks grondgebied het stuk zich bevindt, of de vordering een vordering op naam dan wel een vordering aan toonder is.

Artikel

10

Artikel

11

Titel

4

– Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot aandelen

Artikel

12

Indien een stuk een aandeelbewijs is volgens het recht dat van toepassing is op de in dat stuk vermelde uitgevende vennootschap, bepaalt het recht van de staat op welks grondgebied het aandeelbewijs zich bevindt, of het een aandeel op naam dan wel een aandeel aan toonder betreft.

Artikel

13

Artikel

14

Titel

5

– Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot giraal overdraagbare effecten

Artikel

15

Indien een aandeel behoort tot een verzameling van effecten die giraal overdraagbaar zijn, is op het goederenrechtelijke regime met betrekking tot dat aandeel titel 4 niet van toepassing voor zover de bepalingen daarvan afwijken van artikel 16.

Artikel

16

Titel

6

– Slotbepalingen

Artikel

17

Wijzigt de Wet algemene bepalingen.

Artikel

18

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3.

Artikel

19

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel

20

Wijzigt de Faillissementswet.

Artikel

21

Wijzigt de Wet bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot zeerecht en binnenvaartrecht.

Artikel

22

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

23

Deze wet wordt aangehaald als: Wet conflictenrecht goederenrecht.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin