Mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening

De Minister van Financiën,
Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht en de schriftelijke instemming van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening van 23 mei 2008;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

besluit: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;

College: College Deskundigheid Financiële Dienstverlening, zoals ingesteld bij besluit van 13 maart 2006, nr. 06.000845 (Stcrt. 2006, 63);

Minister: Minister van Financiën;

Exameninstituut: exameninstituut als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de Wft;

instituut voor permanente educatie: instituut voor permanente educatie als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht;

voorzitter: voorzitter van het College of diens plaatsvervanger.

Artikel

2

De voorzitter oefent in naam van de Minister de volgende bevoegdheden uit.

Het ingevolge:

vaststellen van een vergoeding voor de leden van het College en andere personen die op basis van werkzaamheden voor het College aanspraak hebben op een vergoeding.

Artikel

4

Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 2 luidt de ondertekening:

De Minister van Financiën,

namens deze:

gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter.

Artikel

5

Het College verschaft de minister desgevraagd schriftelijk informatie over de wijze waarop de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2 en 3, worden uitgeoefend.

Artikel

5a

Artikel

7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2008.

Artikel

8

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.J.Bos