Wet van 8 mei 2008 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 in verband met het beëindigen van de taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot verstrekking van subsidie ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie alsmede ter bevordering van een doelmatig gebruik van warmte

Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998 (beëindigen taak netbeheerder landelijk hoogspanningsnet tot verstrekking subsidie ten behoeve van stimulering milieukwaliteit van elektriciteitsproductie)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot verstrekking van subsidie ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie alsmede ter bevordering van een doelmatig gebruik van warmte, te beëindigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

II

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

III

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

IV

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

V

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

VI

De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt op verzoek van Onze Minister van Economische Zaken gegevens beschikbaar met betrekking tot de verlening, bevoorschotting en vaststelling van subsidie als bedoeld in Hoofdstuk 5, paragraaf 2.2, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde onmiddellijk voor 1 januari 2007 en met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

VII

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

VIII

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

IX

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Economische Zaken, M. J. A. van der Hoeven
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin