Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder de Minister: de Minister van Justitie;
In deze regeling wordt verstaan onder de Minister: de Minister van Justitie;
De Minister kan aan een rechtspersoon die werkzaam is op een of meer van de zeven door de Minister aangewezen risicolocaties, op aanvraag een projectsubsidie verlenen als bijdrage in de kosten van CTOV.
De subsidieaanvraag dient te voldoen aan de volgende eisen:
De subsidieaanvrager dient vóór 31 juli 2008 een aanvraag in bij de Minister;
Het ingediende plan betreft een gezamenlijk voorstel voor een cameratoezichtsysteem van alle betrokken partners op de risicolocatie;
Er wordt één penvoerder/subsidieaanvrager namens de risicolocatie aangewezen die zorg draagt voor de subsidieaanvraag en het vervolgtraject;
De samenwerking tussen alle betrokken partners is afdoende geregeld in een samenwerkingsovereenkomst;
Er is een schriftelijk bewijs van instemming van alle betrokken partners (tekenbevoegden);
In de aanvraag zijn aanwezig:
Een risicoanalyse
Een plan van aanpak
Een projectbegroting
Een inventarisatie van de huidige getroffen maatregelen
Een beschrijving van de beoogde toegevoegde waarde
Een beschrijving van hoe in het eigen aandeel in de financiering is voorzien;
Toekenning over het jaar 2008 geschiedt op volgorde van moment van binnenkomst. Na 31 juli 2008 binnengekomen plannen worden niet in behandeling genomen, maar doorgeschoven naar latere jaren en worden meegenomen in de tranches voor de jaarschijven 2009 en 2010.
Een aanvraag voor subsidie wordt beoordeeld door een beoordelingsadviescommissie aan de hand van de volgende criteria:
Het voorstel moet in voldoende mate bijdragen aan:
Verbetering van de samenwerking in de keten;
Verbetering van de opsporing;
Een bijdrage leveren aan terrorismebestrijding;
Verbetering van de hulpverlening bij een calamiteit.
De toepassing van resultaten van deze projecten door andere bedrijven in de OV-sector;
In het voorstel moet gemotiveerd worden ingegaan op de volgende onderwerpen:
Mate van medefinanciering door de betrokken organisatie(s);
Opgave risicoanalyse met betrekking tot terrorismebestrijding of zware criminaliteit op de betreffende locatie;
Opgave van op de betreffende locatie reeds getroffen maatregelen: i) op het gebied van terrorismebestrijding; ii) ten aanzien van vermindering van de kwetsbaarheid en iii) door middel van cameratoezicht;
De toegevoegde waarde van het project moet duidelijk zijn omschreven; i) doelomschrijving ii) relatie met doelstellingen en iii) strategie van programma CTOV;
Een plan van aanpak moet zijn bijgevoegd met aanduiding van de realisatieplanning van af het moment van toezegging van de subsidie.
Niet voor vergoeding in aanmerking komen:
Exploitatiekosten;
Vervangingsinvesteringen;
Kosten van de normale bedrijfsvoering.
De projectsubsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor de kalenderjaren 2008, 2009 en 2010 in totaal ten hoogste eenentwintig miljoen euro.
Gedurende de looptijd van de activiteiten kan tot maximaal 80% van de verleende projectsubsidie worden bevoorschot.
Bevoorschotting vindt plaats op basis van de liquiditeitsbegroting per kwartaal, gerelateerd aan de goedgekeurde begroting, waarbij de voorafgaande periode in ogenschouw wordt genomen.
De gesubsidieerde activiteiten worden conform het goedgekeurde voorstel ex artikel 5 en het goedgekeurde plan van aanpak en de projectbegroting ex artikel 3, uitgevoerd.
De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt conform de doeleinden waarvoor ze wordt verstrekt en dat – naast de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen – alle overige verplichtingen die aan de subsidieverstrekking zijn verbonden en zijn opgenomen in bijlage 3 van het plan van aanpak CTOV, worden nageleefd.
De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die voldoet aan de volgende eisen:
de inrichting van de administratie sluit aan bij het goedgekeurde voorstel, het plan van aanpak en de bijbehorende begroting zoals bedoeld in de artikelen 3 en 5; zij bevat informatie die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de subsidiabele activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking.
de administratie is zodanig ingericht dat de juistheid en volledigheid van de financiële gegevens er op eenvoudige wijze uit kunnen worden opgemaakt.
er zijn bewijsstukken aanwezig ten name van de gesubsidieerde activiteiten, waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.
Door de subsidieontvanger wordt over de kalenderjaren 2008 en 2009 een voortgangsrapportage binnen dertien weken na afloop van het kalenderjaar, met betrekking tot het voorstel, het plan van aanpak en de bijbehorende begroting zoals bedoeld in de artikelen 3 en 5, ter verantwoording van de bestede kosten bij de Minister ingediend.
Belangrijke verschillen tussen voortgangsrapportage en voorstel, plan en begroting worden toegelicht. De rapportage is inclusief een financiële verantwoording, welke is gerelateerd aan de goedgekeurde begroting.
Indien daartoe aanleiding bestaat kunnen er tussentijdse rapportages door de subsidieverstrekker worden gevraagd.
De subsidieontvanger geeft aan de departementale auditdienst van het Ministerie van Justitie op verzoek inzage aan de in artikel 10 bedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te krijgen in de uitvoering van de projectplannen en de besteding van de subsidie.
Binnen dertien weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie in.
De aanvraag omvat in ieder geval een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht en een financiële verantwoording is gerelateerd aan de goedgekeurde begroting.
De financiële verantwoording is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.