Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juli 2008, nr. DE/30569, houdende regels voor het verstrekken van subsidie in het kader van het emancipatiebeleid (Subsidieregeling emancipatie)

Subsidieregeling emancipatie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel

1.2

Subsidieaanvraag

De Minister verleent subsidie op aanvraag.

Artikel

1.3

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen, verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

1.4

Meldingsplicht veranderde omstandigheden

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel

1.5

Informatieplicht

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel

1.6

Voorschot

De Minister verleent de subsidieontvanger voorschotten tot ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

Hoofdstuk

2

Subsidies (homo-)emancipatiekennisinfrastructuur

§

2.1

Inleidende bepalingen

Artikel

2.1

COC

De Minister kan aan de Federatie van Nederlandse Verenigingen tot Integratie van Homoseksualiteit COC Nederland, verder te noemen het COC, subsidie verstrekken per boekjaar voor de landelijke agenderende, consulterende en ondersteunende rol van het COC op het terrein van het bevorderen van sociale acceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in de samenleving.

Artikel

2.2

IIAV

De Minister kan aan de Stichting Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging, verder te noemen IIAV, subsidie verstrekken per boekjaar voor het beheren en toegankelijk maken van het erfgoed van de vrouwenbeweging.

Artikel

2.3

Stichting Her world

De Minister kan aan Stichting Her world subsidie verstrekken per boekjaar voor de landelijke ontwikkeling van WOMEN Inc. voor de nationale functie van platform voor de ontwikkeling van vrouwen ongeacht leeftijden, culturen en disciplines.

Artikel

2.4

E-Quality

De Minister kan aan het Kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit E-Quality, verder te noemen E-Quality, subsidie verstrekken per boekjaar voor het vervullen van de functie van kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit.

Artikel

2.5

IHLIA

De Minister kan aan de Stichting Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief, verder te noemen IHLIA, subsidie verstrekken per boekjaar voor het in stand houden van de bibliotheek, archief, informatie- en documentatiefunctie met betrekking tot homoseksualiteit en seksuele diversiteit.

Artikel

2.6

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de subsidieontvanger, bedoeld in de artikelen 2.1 tot en met 2.5, is gelijk aan het bedrag in de bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediende Rijksbegroting OCW, artikel 25 Emancipatie.

§

2.2

Subsidieaanvraag

Artikel

2.7

Vereisten aanvraag

Naast een activiteitenplan en een begroting als bedoeld in artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht omvat de subsidieaanvraag:

  • a.

    voor het boekjaar 2009 een meerjarenvisie met daarin de ambities voor drie jaar en de manier waarop deze ambities gerealiseerd kunnen worden;

  • b.

    de beoogde resultaten van de voorgenomen activiteiten.

§

2.3

Subsidieverlening

Artikel

2.8

Tijdvak subsidieverlening

De Minister verleent subsidie voor ten hoogste een jaar.

§

2.4

Verplichtingen subsidieontvanger

§

2.4

Subsidievaststelling

Artikel

2.11

Subsidievaststelling

De Minister stelt de subsidie uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vast.

Hoofdstuk

3

Subsidies voor innovatieve projecten van netwerken ter bevordering van de emancipatie van meisjes of vrouwen

§

3.1

Inleidende bepalingen

Artikel

3.1

Doelomschrijving

De Minister kan subsidie verstrekken voor de kosten van de uitvoering van een project dat bijdraagt aan de verbetering van de positie van meisjes en vrouwen in onze maatschappij, als beschreven in de emancipatienota 2008–2011.

Artikel

3.2

Subsidieontvanger

Subsidie wordt verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel

3.3

Vaststelling subsidieplafond

§

3.2

Subsidieaanvraag

Artikel

3.4

Vereisten aanvraag

Artikel

3.5

Activiteitenplan

Het activiteitenplan omvat:

  • a.

    een beschrijving en analyse van het probleem waar het project zich op richt;

  • b.

    een beschrijving van de doelstellingen en beoogde resultaten en effecten van het project;

  • c.

    een beschrijving van de te bereiken doelgroep; en

  • d.

    een beschrijving van de uit te voeren activiteiten.

Artikel

3.6

Begroting

De begroting omvat een overzicht van de aan de activiteiten verbonden begrote inkomsten en uitgaven van de aanvrager.

Artikel

3.7

Termijn indiening

§

3.3

Subsidieverlening

Artikel

3.8

Criteria verdeling bij subsidieverlening

Artikel

3.9

Tijdvak subsidieverlening

De Minister verleent subsidie voor ten hoogste een jaar.

§

3.4

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

3.10

Verplichtingen

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

  • a.

    de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor de subsidie wordt verleend; en

  • b.

    de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden nageleefd.

§

3.5

Subsidievaststelling

Artikel

3.11

Verslaglegging

Binnen drie maanden na afloop van het project waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

Artikel

3.12

Subsidievaststelling

De Minister stelt de subsidie uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vast.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

4.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling emancipatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en op www.emancipatieweb.nl worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A. Plasterk