Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • betrokkene: de (gewezen) ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aan wie ontslag is verleend;

  • extra opbouw ouderdomspensioen: het verschil tussen de opbouw conform artikel 7.5 van het pensioenreglement en de opbouw conform overgangsbepaling A bij genoemd artikel;

  • inkoop aanspraken ouderdomspensioen: de inkoop van aanspraken op ouderdomspensioen, als bedoeld in overgangsbepaling C bij artikel 7.5 van het pensioenreglement;

  • Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • ontslag: een ontslag als bedoeld in artikel 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • pensioenreglement: pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;

  • Reglement FPU : het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering;

  • Stichting Pensioenfonds ABP: Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;

  • uitkering: de uitkering bij ontslag als bedoeld in artikel 3;

  • verlof: buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging dat in verband met ontslag is verleend.

Artikel

2

Bezoldiging

Artikel

3

Recht op uitkering

Artikel

4

Uitkering bij categorie B functies

Artikel

5

Uitkering bij categorie A functies

De hoogte en duur van de uitkering van de betrokkene die is geboren in 1965 of later bij ontslag uit een functie als bedoeld in artikel 97, tweede lid, Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt, afhankelijk van de leeftijd van de betrokkene op de datum van ontslag, bepaald volgens onderstaande tabel.

60 jaar en 8 maanden:

80%

2 jaar en 4,5 maand

61 jaar en 8 maanden:

84%

1 jaar en 6 maanden

62 jaar en 8 maanden:

88%

7 maanden

Artikel

6

Overgangsrecht

Artikel

7

Overgangsrecht

Artikel

8

Anticumulatie pensioenuitkering

Artikel

9

Anticumulatie arbeidsongeschiktheidsuitkering

De uitkering van de betrokkene die na zijn ontslag nog rechten heeft of krijgt uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid in verband met de functie waaruit hij is ontslagen, wordt tot het einde van de periode waarover die rechten bestaan verminderd met het bedrag daarvan. Artikel 8, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

10

Anticumulatie neveninkomsten

Artikel

11

Verstrekken van inlichtingen

Artikel

12

Einde van het recht op uitkering

Het recht op uitkering eindigt in ieder geval:

  • a.

    met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;

  • b.

    met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden.

Artikel

13

Overlijdensuitkering

Artikel

14

Intrekking regeling

Het Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies wordt ingetrokken, met dien verstande dat ten aanzien van een betrokkene die vóór 1 januari 2006 recht op een uitkering ingevolge dit besluit heeft verkregen, de bepalingen van dit besluit van toepassing blijven.

Artikel

15

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. ter Horst