Besluit ex artikel 37 van de Wet op de economische delicten

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 27 April 1951, 2de Afdeling A, no. 2273;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De bevoegdheid tot het stellen van een voorwaarde of van voorwaarden, door vrijwillige voldoening waaraan het recht tot strafvordering wegens economische delicten vervalt, wordt verleend aan:

  • a.

    De Nederlandsche Bank N.V., te Amsterdam;

  • b.

    de directeurs van 's Rijks belastingen en domeinen te Amsterdam, Arnhem, Breda, Groningen, Maastricht, Rotterdam, Utrecht en Zwolle.

Artikel

2

De aan de Nederlandsche Bank verleende bevoegdheid geldt uitsluitend de overtredingen van het Deviezenbesluit 1945.

Artikel

3

Artikel

4

Evaluatie

Artikel

5

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn afkondiging.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk
Juliana
De Minister van Justitie, H.Mulderije