Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.;
-
b.
budgethouderskaart: kaart met daaraan gekoppeld een collectief cultureel tegoed;
-
c.
CJP: stichting Cultureel Jongeren Paspoort, gevestigd te Amsterdam;
-
d.
cultureel tegoed: het aan de Cultuurkaart of budgethouderskaart gekoppelde tegoed;
-
e.
culturele activiteiten: activiteiten waarmee culturele en kunstzinnige vorming in brede zin wordt beoogd;
-
f.
Cultuurkaart: een op naam gestelde kaart met daaraan gekoppeld een individueel tegoed waarmee culturele activiteiten kunnen worden bekostigd, of korting op toegangsprijzen voor culturele activiteiten kan worden verkregen en waarmee de houder van de kaart zich bij het gebruik ervan moet identificeren;
-
g.
Cultuurkaart-acceptant: culturele organisatie of individuele kunstenaar die voor de uitvoering van culturele activiteiten betaald kan worden met de Cultuurkaart;
-
h.
nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
i.
school:
-
1°.
school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
2°.
school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal onderwijs voor zover het betreft het voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor zover het betreft het voortgezet speciaal onderwijs, instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor zover het betreft het voortgezet speciaal onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
-
3°.
agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor wat betreft het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs.
-
1°.