Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juli 2008, nr. WJZ/32760 (4850), houdende regels in verband met de erkenning van EG-beroepskwalificaties voor cultuurberoepen (Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties cultuurberoepen)

Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties cultuurberoepen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Gereglementeerde beroepen in de cultuursector

Deze regeling is van toepassing op:

  • a.

    de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verlenen van erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot of uitoefening van de volgende gereglementeerde beroepen:

    algemene rijksarchivaris, rijksarchivaris, provinciearchivaris, gemeentearchivaris en waterschapsarchivaris als bedoeld in de Archiefwet 1995;

  • b.

    de verklaring vooraf, bedoeld in artikel 23 van de wet, van een dienstverrichter die een gereglementeerd beroep als bedoeld onder a wenst uit te oefenen.

Artikel

3

Uitvoeringsinstantie

Vervallen

Artikel

4

Aanvraag erkenning beroepskwalificaties

Artikel

5

Proeve van bekwaamheid

Artikel

6

Aanpassingsstage

Artikel

7

Herkansing

Indien het resultaat van de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage onvoldoende is, heeft de aanvrager het recht nogmaals een proeve van bekwaamheid af te leggen of een aanpassingsstage te volbrengen.

Artikel

8

Verklaring vooraf

Een dienstverrichter verstrekt aan de Minister de volgende documenten, bedoeld in artikel 23 van de wet:

  • a.

    een schriftelijke verklaring waaruit blijkt welk gereglementeerd beroep de dienstverrichter tijdelijk en incidenteel in Nederland komt verrichten en waarin gegevens zijn opgenomen betreffende verzekering of soortgelijke bescherming tegen de financiële risico’s van beroepsaansprakelijkheid;

  • b.

    een bewijs van nationaliteit, alsmede, indien de definitie van migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 2° van toepassing is, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 van richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 016) of een door een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, of, indien de definitie van migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in de wet onder 3° van toepassing is, een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat de dienstverrichter het verblijfsrecht of het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III, respectievelijk hoofdstuk IV van richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PbEU L 158 en L 229);

  • c.

    een attest dat de dienstverrichter gerechtigd is om in een andere betrokken staat dan Nederland de betrokken beroepswerkzaamheden uit te oefenen;

  • d.

    bewijs van beroepskwalificaties;

  • e.

    voor gevallen als bedoeld in artikel 22, onder b, van de wet een bewijs van de daar omschreven beroepservaring.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

10

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties cultuurberoepen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk