Bij de aanvraag tot erkenning van een beroepskwalificatie worden de volgende gegevens en documenten verschaft:
-
a.
een bewijs van nationaliteit van de aanvrager alsmede:
-
1°
indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 2 van de definitie in artikel 1 van de wet, een door Nederland afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 8 van richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 016), of een door een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven zodanige EG-verblijfsvergunning en een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, of
-
2°
indien de migrerende beroepsbeoefenaar voldoet aan onderdeel 3 van de definitie in artikel 1 van de wet, een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie of een duurzame verblijfskaart of een ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat de aanvrager het verblijfsrecht of het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in hoofdstuk III, respectievelijk hoofdstuk IV van richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PbEU L 158 en L 229);
-
b.
een kopie van het diploma, het certificaat of het bekwaamheidsattest, bedoeld in artikel 9 van de wet, gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van oorsprong of herkomst;
-
c.
gegevens over de door de aanvrager gevolgde opleiding tot politiemedewerker, waaronder in ieder geval gegevens over de totale duur van de door hem gevolgde opleiding en de bestudeerde vakgebieden, en zo mogelijk over de door het opleidingsinstituut opgestelde leerstofomschrijving van deze vakgebieden en de aan deze vakgebieden bestede studieduur, en
-
d.
indien de opleiding is genoten buiten de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese economische ruimte van toepassing is, een bewijsstuk, gewaarmerkt door de daartoe bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of herkomst, waar uit blijkt dat de aanvrager ten minste drie jaren relevante beroepservaring heeft opgedaan.
-
e.
een document dat vereist is in de lidstaat van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat de aanvrager over voldoende lichamelijke en geestelijke gezondheid beschikt voor de uitoefening van de functie waarvoor hij zijn aanvraag doet of, indien een dergelijk document in die lidstaat niet vereist is, een attest dat is afgegeven door het bevoegd gezag van die lidstaat;
-
f.
een bewijs van de daartoe bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong of herkomst dat de aanvrager geen antecedenten heeft en nooit strafrechtelijk is veroordeeld;
-
g.
Indien de aanvraag en de onder b tot en met f bedoelde stukken in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen.