Artikel
1
Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
school: een uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
-
c.
bevoegd gezag: schoolbestuur van een hierboven bedoelde school;
-
d.
voortgezet onderwijs: het onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, dat aan scholen wordt gegeven die worden bekostigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
e.
risicoregio: de regio’s in het voortgezet onderwijs met de grootste arbeidsmarktknelpunten die als zodanig worden genoemd in hoofdstuk 5 van het Actieplan LeerKracht van Nederland (Kamerstukken 2007/08, 27 923, nr. 45);
-
f.
regionaal platform: een regionaal samenwerkingsverband dat is samengesteld uit bevoegde gezagsorganen, instellingsbesturen van opleidingen voor onderwijspersoneel en besturen van andere relevante instellingen in een risicoregio die samen een regionaal convenant hebben ondertekend;
-
g.
regionaal convenant: het document waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de partijen in het regionale platform;
-
h.
project: een samenhangend geheel van activiteiten ten dienste van de doelomschrijving in artikel 2;
-
i.
projectsubsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 2;
-
j.
subsidieaanvrager: het regionale platform dat op grond van deze regeling subsidie aanvraagt ten behoeve van de in het regionale platform of het gesubsidieerde project participerende scholen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere in het platform of project samenwerkende instellingen, dan wel de rechtspersoon bedoeld in artikel 3, tweede lid;
-
k.
subsidieontvanger: het regionale platform dat op grond van deze regeling subsidie ontvangt ten behoeve van de in het regionale platform of het gesubsidieerde project participerende scholen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere in het platform of project samenwerkende instellingen, dan wel de rechtspersoon bedoeld in artikel 3, tweede lid;
-
l.
stille reserve: personen in het bezit van een onderwijsbevoegdheid die werkzaam zijn buiten het onderwijs.