Artikel
1
Begripsbepalingen
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister:
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, of, voorzover het betreft het landbouwonderwijs, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
b.
bevoegd gezag:
bevoegd gezag van een school, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs
-
c.
school:
uit ’s Rijks kas bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of uit ’s Rijks kas bekostigd agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover daaraan voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd wordt;
-
d.
Kwaliteitsagenda Voortgezet Onderwijs:
publicatie ‘Onderwijs met Ambitie’ gevoegd bij de brief van 4 juli 2008 van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2007/2008, 31 289, nr. 42)
-
e.
leerling
leerling als bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. of artikel 2.1.2, onderdeel g, van het Uitvoeringsbesluit WEB die op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt verstrekt aan een school is ingeschreven.
2
Voor de toepassing van de artikelen 1, onderdeel e, 6, eerste lid, en 7 wordt onder ‘aanvullende bekostiging’ mede verstaan de extra middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.