Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat.
De Minister kan op aanvraag de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan vliegtuigen met een maximum startmassa tot 5700 kg en helikopters met een maximum startmassa tot 2730 kg:
AB voor werkzaamheden aan vliegtuigen en helikopters en de voortstuwingsinstallatie hiervan, van een klasse volgens het tweede lid, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring CF, CEF, of DG vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld;
CF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur en elektrische installaties;
CEF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur, klimaatregeling en elektrische installaties;
DG voor werkzaamheden aan automatische vluchtgeleidingssystemen en communicatie-, navigatie- en identificatie-installaties.
De klassen, bij de bijzondere bevoegdverklaring AB zijn:
1Z vliegtuigen zonder drukcabine met één zuigermotor;
1T vliegtuigen zonder drukcabine met één turbinemotor;
2Z vliegtuigen met drukcabine of meerdere zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld;
2T vliegtuigen met drukcabine of meerdere turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld;
3Z helikopters met zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld;
3T helikopters met turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld.
De Minister kan op aanvraag de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen:
A voor werkzaamheden aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring B of C vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld;
B voor werkzaamheden aan de voortstuwingsinstallatie;
C voor werkzaamheden aan elektrische en elektronische installaties.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B vereist is.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z en B vereist is.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2T, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1T vereist is.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een meermotorig vliegtuig met drukcabine, is bevoegd werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z en alle overige vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine.
De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld in artikel 2 of 3, eerste lid, mits voorzien van een bijzondere bevoegdverklaring A en B dan wel C, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten aan een MLA of een amateurbouwluchtvaartuig.
De houder van een AML met bijzondere bevoegdverklaring AB als bedoeld in artikel 2 of met de bijzondere bevoegdverklaringen A en B, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s.
Een bijzondere bevoegdverklaring AML wordt afgegeven, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen inzake basiskennis, typekennis en ervaring voor afgifte van de bijzondere bevoegdverklaring. Deze eisen zijn opgenomen in het onderstaande schema:
basiskennis: de aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaar geleden met voldoende resultaat is afgelegd.
typekennis: de aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat een door de Minister geaccepteerde cursus met betrekking tot het type luchtvaartuig met inbegrip van de voortstuwingsinstallatie, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met voldoende resultaat is gevolgd. Wanneer een cursus niet meer bestaat of reeds een aantal typecursussen met voldoende resultaat is gevolgd, kan de aanvrager voldoende kennis met betrekking tot het type vliegtuig, inclusief de motor, aantonen door met voldoende resultaat een examen af te leggen;
ervaring: de aanvrager toont aan:
voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist;
voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag tenminste zes maanden ervaring is verkregen met betrekking tot het type luchtvaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, de werkzaamheden, bedoeld onder a en b, zijn verricht onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie.
Wanneer de aanvrager houder is van een AML, zijn in afwijking van het eerste lid, de eisen inzake ervaring van toepassing volgens de onderstaande tabel.
|
AB1Z |
– |
12 maanden |
n.v.t. |
12 maanden |
6 maanden |
12 maanden |
|
AB1T |
12 maanden |
– |
12 maanden |
n.v.t. |
12 maanden |
6 maanden |
|
AB2Z |
12 maanden |
18 maanden |
– |
12 maanden |
12 maanden |
18 maanden |
|
AB2T |
18 maanden |
12 maanden |
12 maanden |
– |
18 maanden |
12 maanden |
|
AB3Z |
12 maanden |
18 maanden |
12 maanden |
18 maanden |
– |
12 maanden |
|
AB3T |
18 maanden |
12 maanden |
18 maanden |
12 maanden |
12 maanden |
– |
De werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, derde lid, en artikel 3, tweede lid, worden op de AML vermeld, nadat de aanvrager heeft aangetoond dat hij of zij een door de Minister geaccepteerde training met betrekking tot die werkzaamheden met voldoende resultaat heeft gevolgd.
De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring, bedoeld in artikel 2 en 3, bedraagt ten hoogste twee jaren en kan vervolgens steeds met twee jaren worden verlengd.
De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is.
Een bijzondere bevoegdverklaring waarvan de geldigheidsduur langer dan twee maanden is verstreken, wordt op aanvraag wederafgegeven, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is onder de voorwaarde dat de ervaring na de vervaldatum van de bijzondere bevoegdverklaring is verkregen onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie.
De Minister zet op verzoek van de aanvrager de reeds afgegeven nog geldige bijzondere bevoegdverklaringen om naar een Part-66-AML voor vliegtuigen en helikopters met een maximum startmassa van 5700 kg of minder.
Op de in het eerste lid bedoelde Part-66-AML worden de bijzondere bevoegdverklaringen en bijbehorende beperkingen zodanig vermeld dat deze overeenkomen met de eerder afgegeven bevoegdheden als genoemd in artikel 2 en 5 en de machtiging om namens een volgens Part-145 of JAR-145 erkende onderhoudsorganisatie werkzaamheden te mogen vrijgeven.
De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1.2, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B volgens artikel 3, eerste lid, vereist is.
De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten en vrij te geven aan:
luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder als genoemd in onderdeel a van Bijlage II bij verordening (EG) nr. 216/2008 (PbEU L 79),
amateurbouwluchtvaartuigen en
MLA’s.
De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1 voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s.
De Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en de Regeling bijzondere bevoegdverklaringen JAR-66-AML worden ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.