Besluit van 27 oktober 2008, houdende nieuwe eisen inzake de publieke gezondheid (Besluit publieke gezondheid)

Besluit publieke gezondheid

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 mei 2008, kenmerk PG/ZP-2848098;
De Raad van State gehoord (advies van 23 juni 2008, nummer W13.08.0193/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 oktober 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2885172;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

II

Algemene taken publieke gezondheidszorg

Artikel

2

Hoofdstuk

III

Jeugdgezondheidszorg

Artikel

3

Artikel

4

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de gezondheidstoestand van jeugdigen en de gezondheidsbeïnvloedende factoren omvat de volgende aspecten:

  • a.

    het afnemen van een algemene anamnese van de jeugdige,

  • b.

    het beoordelen van de lichamelijke verschijning van de jeugdige,

  • c.

    het meten en beoordelen van de groei van de jeugdige,

  • d.

    het beoordelen van de ontwikkeling van de jeugdige,

  • e.

    het beoordelen van het functioneren van de jeugdige,

  • f.

    het beoordelen van medisch-biologische parameters van de jeugdige,

  • g.

    het beoordelen van het gedrag van de jeugdige,

  • h.

    het beoordelen van het sociaal milieu van de jeugdige,

  • i.

    het beoordelen van het fysieke milieu rondom de jeugdige,

  • j.

    het in kaart brengen van het zorgsysteem rondom de jeugdige.

Artikel

5

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de behoeften aan zorg omvat, naast het maatwerk deel, bedoeld in artikel 7 van dit besluit, de volgende aspecten:

  • a.

    het schatten van de verhouding tussen de draaglast en draagkracht van de jeugdige en van het gezin waartoe hij behoort,

  • b.

    het schatten van de behoefte aan advies en voorlichting van de jeugdige en van het gezin waartoe hij behoort,

  • c.

    het inventariseren van de zorg die de jeugdige al ontvangt,

  • d.

    het nagaan of de jeugdige tot een of meer risicogroepen behoort.

Artikel

6

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de opsporing en preventie van specifieke stoornissen omvat de volgende aspecten:

  • a.

    het nagaan of bij de jeugdige sprake is van oogpathologie,

  • b.

    het nagaan of bij de jeugdige sprake is van maldescensus testis,

  • c.

    het nagaan of bij de jeugdige sprake is van congenitale hartafwijkingen,

  • d.

    het nagaan of bij de jeugdige sprake is spraak- of taalstoornissen,

  • e.

    het nagaan of bij de jeugdige sprake is van perceptief gehoorverlies,

  • f.

    het zonodig aanbieden van vaccinatie tegen hepatitis B,

  • g.

    het zonodig aanbieden van vaccinatie tegen tuberculose.

Artikel

7

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de behoeften aan zorg omvat, naast het uniform deel, bedoeld in artikel 5 van dit besluit, de volgende aspecten:

  • a.

    het ramen welke zorgverlening op maat nodig is,

  • b.

    het ramen welke risicogroep gerichte zorg nodig is.

Artikel

8

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van de wet genoemde werkzaamheid inzake voorlichting omvat de volgende aspecten:

  • a.

    het geven van individugerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding,

  • b.

    het geven van groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding.

Artikel

9

De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van de wet genoemde werkzaamheid inzake gezondheidsbedreigingen omvat de volgende aspecten:

  • a.

    het formuleren welke individuele maatregelen, afgestemd op het gezin van de jeugdige, nodig zijn,

  • b.

    het formuleren welke maatregelen, afgestemd op de groep gezinnen waartoe het gezin van de jeugdige behoort, nodig zijn,

  • c.

    het formuleren welke individuele maatregelen, afgestemd op buurt of school van de jeugdige, nodig zijn,

  • d.

    het formuleren welke maatregelen, afgestemd op de groep buurten of scholen waartoe de buurt of school van de jeugdige behoort, nodig zijn.

Hoofdstuk

IV

Infectieziektebestrijding

Artikel

11

Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet zorgt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval voor:

  • a.

    het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de wet, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst,

  • b.

    het doorlopend verzamelen, analyseren en toepassen van epidemiologische gegevens over infectieziekten,

  • c.

    het op grond van de gegevens, bedoeld onder b, inventariseren van relevante trends en risico’s onder de bevolking of specifieke groepen, alsmede het anticiperen daarop,

  • d.

    het geven van voorlichting en begeleiding, alsmede het beantwoorden van vragen uit de bevolking,

  • e.

    het zorg dragen voor preventieve bronbehandeling bij de bestrijding van tuberculose,

  • f.

    het bevorderen van de samenwerking van de gemeentelijke gezondheidsdienst met huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuizen, laboratoria en overige organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten,

  • g.

    de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte,

  • h.

    het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen,

  • i.

    de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek.

Artikel

12

De infectieziekten behorende tot groep C zijn: anthrax, bof, botulisme, brucellose, gele koorts, hantavirusinfectie, heamophilus influenza infectie, pneumokokkenziekte, legionellose, leptospirose, listeriose, malaria, meningokokkenziekte, mrsa-infectie, psittacose, q-koorts, tetanus, trichinose, west-nile virusinfectie, ziekte van creutzfeldt-jakob.

Artikel

13

Artikel

14

Een krachtens artikel 48 van de wet als behorende tot categorie A aangewezen haven of luchthaven beschikt, naast de voorzieningen, bedoeld in artikel 13 van dit besluit, tevens over de volgende voorzieningen:

  • a.

    een te allen tijde bereikbare crisisdienst die kan worden ingezet ter uitvoering van het plan voor noodsituaties, bedoeld in artikel 13 van dit besluit,

  • b.

    een van sanitaire voorzieningen voorziene ruimte waar aankomende reizigers, afgezonderd van andere reizigers, aan quarantaine of medische controle kunnen worden onderworpen.

Artikel

15

Artikel

16

Hoofdstuk

V

Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Artikel

17

Hoofdstuk

VI

Overige bepalingen

Artikel

18

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.

Artikel

19

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

20

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Artikel

21

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel

22

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

23

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit publieke gezondheid.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, A. Klink
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin