Artikel
1
Begripsbepalingen
1
In deze regeling gelden de begripsbepalingen die zijn gegeven in artikel 1 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
2
Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
-
•
’Algemeen bestuur’: het Algemeen Bestuur van de CEVO
-
•
’Dagelijks Bestuur’: het Dagelijks Bestuur van de CEVO
-
•
’voorzitter’: de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de CEVO
-
•
’vaksectie’: een vaksectie van de CEVO
-
•
’opdracht’: een vraag of opdracht in een toets;
-
•
’uitvoering van een opdracht’: de wijze waarop een kandidaat een opdracht heeft uitgevoerd en het eindresultaat van die uitvoering;
-
•
’antwoord’: de uitvoering van een opdracht
-
•
’opgave’: enige bij elkaar behorende opdrachten in een toets die als zodanig zijn aangemerkt
-
•
’praktische toets’ : het in artikel 41 a van het Eindexamenbesluit genoemd praktische gedeelte van het centraal examen, onderscheiden in een centraal praktisch examen en een centrale integratieve eindtoets, zoals genoemd in paragraaf 2.2. van het Examenprogramma;
-
•
’’tweede examinator’: de door de directeur aangewezen medebeoordelaar van een examentoets;
-
•
’Examenbesluit’ : het Eindexamenbesluit v.w.o.- ha.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o, dan wel het Staatsexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 2000