Ingevolge het besluit van de Minister van 5 november 2008 (Stcrt. 2008, 227) worden twee vergunningen voor digitale omroep verdeeld. Beide vergunningen alsmede de voorschriften en beperkingen die hieraan zullen worden verbonden zijn in de bijlagen A en B vastgesteld. Die onderdelen van de vergunning die pas na de procedure van veiling kunnen worden vastgesteld, zijn niet opgenomen in de bijlagen A en B. Hierbij valt te denken aan de naam van de toekomstige vergunninghouder. De inhoud van de CD-rom, bedoeld in bijlage III van beide vergunningen, kan tot en met 31 mei 2009 worden geraadpleegd op de website van Agentschap Telecom, www.agentschap-telecom.nl.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
namens deze:
Hoofd Spectrummanagement, J.T.M.Derksen
Bijlage
A
Modelvergunning A
De Staatssecretaris van Economische Zaken
Gelezen de aanvraag van [naam] te [plaats] van [datum], kenmerk [kenmerk];
MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in het Radio Reglement van de ITU;
d.
notificatieverzoek: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen;
e.
GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174–230 MHz and 470–862 MHz; Genève 2006.
§
2
Verlening
Artikel
2
1
Aan [naam], ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel [plaats] onder nummer [inschrijfnummer], hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 174,160 MHz–175,696 MHz (frequentieblok 5A), 175,872 MHz–177,408 MHz (frequentieblok 5B), 177,584 MHz–179,120 MHz (frequentieblok 5C), 179,296 MHz–180,832 MHz (frequentieblok 5D), 191,584 MHz–193,120 MHz (frequentieblok 7C), 198,592 MHz–200,128 MHz (frequentieblok 8C), 216,160 MHz–217,696 MHz (frequentieblok 11A), 217,872 MHz–219,408 MHz (frequentieblok 11B), 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12B), binnen de met betrekking tot de onderscheidenlijke frequentiegebieden in bijlage I opgenomen geografische gebieden.
2
De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende nationaal frequentieplan.
§
3
Voorschriften en beperkingen
Artikel
3
Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB transmitters operating in sensitive cases en de technische beschrijving zoals deze beide in de bijlagen I en III zijn opgenomen.
Artikel
4
1
De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover er sprake is van belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte.
2
Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte.
3
Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die in het MIFR is geregistreerd.
4
Teneinde registratie in het MIFR te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek daartoe indienen bij de Minister.
5
Het notificatieverzoek geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek’, bedoeld in bijlage II.
Artikel
5
1
De vergunninghouder neemt tenminste vijf van de frequentieblokken genoemd in artikel 2 binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik,
2
De vergunninghouder neemt elk frequentieblok genoemd in artikel 2 binnen 72 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in gebruik en houdt deze in gebruik.
3
Per in gebruik genomen frequentieblok is er tenminste een opstelpunt.
Artikel
6
1
Bij het gebruik van de frequentieruimte 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12 B) veroorzaakt de vergunninghouder geen interferentie op de frequentieruimte 226,592 MHz–228,128 MHz (frequentieblok 12C), voor zover op een hoogte van tien meter boven het maaiveld de verschilwaarde van de veldsterkten tussen voornoemde kanalen groter is dan 23 dB en de veldsterkte van frequentieblok 12C gelijk is aan, dan wel groter is dan 60 dB(µV/m).
2
Het eerste lid is van toepassing tot en met 31 augustus 2010.
Artikel
7
1
Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radiozendapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de vergunninghouder er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onverwijld op zijn kosten worden verholpen, voor zover ter plaatse:
a.
de hoogfrequentiedichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde heeft van ten minste 70 dB, en
b.
het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBµV.
2
De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBµV.
3
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die:
a.
niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBµV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of
b.
een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben.
Artikel
8
Onverminderd artikel 7 veroorzaakt de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.
§
4
Kennisgevingen en correspondentie
Artikel
9
Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II.
Artikel
10
Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.
Artikel
11
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
§
5
Slotbepaling
Artikel
12
Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
namens deze:
Hoofd Spectrummanagement, Agentschap Telecom,
J.T.M. Derksen
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop zij is verzonden een bezwaarschrift indienen bij de afdeling Juridische zaken van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, Postbus 450, 9700 AL te Groningen. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht, en de gronden van het bezwaar te bevatten.
Bijlage I, behorende bij de beschikking houdende verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in band III
De figuur, bedoeld in artikel 3, is als volgt:
Figuur 1: Spectrum mask for T-DAB transmitters operating in sensitive cases
Bron: GE06 pagina 169
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 3, luidt als volgt:
Het regionale kavel 2 heeft de omtrek beschreven in figuur 2.0. Het kavel is opgebouwd uit de GE06 allotments 23 FR, 23 NH, 23 GR, 23 DR, 23 FL, 23 OV, 23 GL, 23 UT, 23 RM, 23 WE, 23 ZL, 23 NB, 23 LN, 23 LZ.
De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn in een CD-ROM neergelegd. De CD-ROM maakt onderdeel uit van bijlage I.
Figuur 2.0: Geografische indeling van de frequentieruimte
1.1
Frequentieblok 5A (174,160 MHz–175,696 MHz)
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 174,160 MHz–175,696 MHz.
Figuur 2.1: Overzicht frequentieblok 5A, allotment 23 FR
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
De cumulatieve veldsterkte van het Engelse allotment G_50080 (Suffolk) op de grens van het Nederlandse allotment 23 FR zal 40 dB(μV/m) niet overschrijden.
De cumulatieve veldsterkte van het Nederlandse allotment 23 FR op de grens van het Engelse allotment G_50080 (Suffolk) zal 40 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment (D-NW-DUE-23-05) toegestaan op de grens van het Nederlandse T-DAB allotment 23FR.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 FR toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment (D-NW-DUE-23-05).
België (BEL)
De Nederlandse administratie accepteert zonder restricties voor allotment 23FR de implementatie van Referentie Netwerk RN 6 (RPC5) van de allotments BELDABVG003 en BELDABVG004
De maximale interferentie veldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse allotment 23 FR is op de grens van de allotments BELDABVG003 en BELDABVG004 beperkt tot 37 dB(μV/m)
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 FR
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 FR
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale afspraak. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 FR
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.2
Frequentieblok 5B (175,872 MHz–177,408 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 5B heeft betrekking op frequentieblok 175,872 MHz–177,408 MHz en bestaat uit de allotments 23WE, 23RM, 23ZL.
Figuur 2.2: Overzicht frequentieblok 5B, allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 36 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 31 dB(μV/m) niet overschrijden.
Tot 1-01-2011 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 34 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2011 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 40 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 55 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment
(D-NW-MUE-23-05) toegestaan op de grens van de Nederlandse T-DAB allotments 23 WE, 23 RM en 23 ZL.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van de Nederlandse T-DAB allotments 23 WE, 23 RM en 23 ZL toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment
(D-NW-MUE-23-05).
België (BEL)
De maximale interferentie veroorzaakt door het Belgische allotment BELDABCF303 is op de grens van de Nederlandse allotments 23 WE, 23 RM en 23 ZL beperkt tot 38 dB(μV/m)
De maximale interferentie veldsterkte veroorzaakt door de Nederlandse allotments 23 WE, 23 RM en 23 ZL is op de grens van het allotment BELDABCF303 beperkt tot 38 dB(μV/m)
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotment 23 RM, 23 WE en 23 ZL.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL met de restrictie dat tot 1-1-2012 de cumulatieve veldsterkte niet de 34 dB(μV/m) overschrijdt op de testpunten 02-31-00 Oost / 51-04-45 N en 01-50-00 Oost / 50-57-45 Noord om analoog station Lille Bouvigny te beschermen.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Tot 13 juli 2009 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 34 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 13 juli 2009 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 40 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1 januari 2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 55 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
Tot 1-12-2011 moeten de analoge TV stations Dinant en Malmedy volgens de GE06 overeenkomst worden beschermd
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.3
Frequentieblok 5C (177,584 MHz–179,120 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 5C heeft betrekking op frequentieblok 177,584 MHz–179,120 MHz en bestaat uit de allotments 23 LN en 23 NB.
Figuur 2.3: Overzicht frequentieblok 5C, allotments 23 LN en 23 NB
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 38 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 38 dB(μV/m) niet overschrijden.
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 LN en 23 NB op de Engelse kust 36 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Nederlandse allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL op de Engelse kust 36 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment
(D–NI-LIN-23-05) toegestaan op de grens van de Nederlandse T-DAB allotments 23 NB en 23 LN.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van de Nederlandse T-DAB allotments 23 NB en 23 LN toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment D--NI-LIN-23-05.
België (BEL)
De interferentie veroorzaakt door het Belgische allotment BELDABCF301 (RPC5/RN6 implementatie) op de Nederlandse allotments 23 NL en 23 NB wordt gereduceerd met 2 dB.
De Nederlandse allotments 23 NL en 23 NB worden samengevoegd. Gezamenlijk kan een RPC5/RN6 netwerk zonder beperking worden geïmplementeerd.
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 LN en 23 NB.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 LN en 23 NB.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
Tot 1-12-2011 moeten de analoge TV stations Dinant en Malmedy volgens de GE06 overeenkomst worden beschermd
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.4
Frequentieblok 5D (179,296 MHz–180,832 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 5D heeft betrekking op frequentieblok 179,296 MHz–180,832 MHz.
Figuur 2.4: Overzicht frequentieblok 5D, allotment 23 FL
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 36 dB(μV/m) niet overschrijden.
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van het Nederlandse allotment 23 FL op de Engelse kust 34 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 37 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van het Nederlandse allotment 23 FL op de Engelse kust 34 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment
(D-NI-AUR-23-04) toegestaan op de grens van de Nederlandse T-DAB allotment 23 FL.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 FL toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment (D-NI-AUR-23-04).
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment
(D-NW-ESS-23-05) toegestaan op de grens van de Nederlandse T-DAB allotment 23 FL.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 FL toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment (D-NW-ESS-23-05).
België (BEL)
De Nederlandse administratie accepteert zonder restricties voor allotment 23FL de implementatie van Referentie Netwerk RN 6 (RPC5) van de allotments BELDABVG006 en BELDABVG007
De maximale interferentie veldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse allotment 23 FL is op de grens van de allotments BELDABVG006 en BELDABVG007 beperkt tot 37 dB(μV/m)
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale overeenkomsten
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van het allotment 23 FL.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van het allotment 23 FL.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van het allotment 23 FL.
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.5
Frequentieblok 7C (191,584 MHz–193,120 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 7C heeft betrekking op frequentieblok 191,584 MHz–193,120 MHz en is samengesteld uit de allotments 23 DR en 23 GR.
Figuur 2.5: Overzicht frequentieblok 7C, allotments 23 DR en 23 GR
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment D-NI-STA-23-05 toegestaan op de grens van de Nederlandse T-DAB allotments 23 DR en 23GR.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van de Nederlandse T-DAB allotments 23 DR en 23 GR toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment D-NI-STA-23-05.
België (BEL)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale overeenkomsten
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 GR en 23 DR.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 GR en 23 DR.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.6
Frequentieblok 8C (198,592 MHz–200,128 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 8C heeft betrekking op frequentieblok 198,592 MHz–200,128 MHz.
Figuur 2.6: Overzicht frequentieblok 8C, allotment 23 LZ
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 31 dB(μV/m) niet overschrijden.
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van de Engelse PMR toepassingen op de Nederlandse kust 31 dB(μV/m) niet overschrijden.
Tot 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van het Nederlandse TDAB allotment 23 LZ en het DVB-T allotment 0903H op de Engelse kust 50 dB(μV/m) niet overschrijden.
Vanaf 1-01-2013 zal de cumulatieve veldsterkte van het Nederlandse allotment 23 LZ en het DVB-T allotment 0903H op de Engelse kust 55 dB(μV/m) niet overschrijden.
Duitsland (D)
Maximaal 44 dB(µV/m, BW 7 MHz) is van het Duitse T-DAB allotment D-NW-O-09-05 toegestaan op de grens van het Nederlandse T-allotment 23 LZ.
Maximaal 35 dB(µV/m, BW 1,75 MHz) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 LZ toegestaan op de grens van het Duitse DVB-T allotment D-NW-O-09-05.
België (BEL)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 LZ.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 LZ.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 LZ. Het analoge TV station Wavre moet conform de GE06 overeenkomst worden beschermd to 1-12-2011.
Als de bescherming van TV station Wavre teveel beperkingen oplegt voor de implementatie van frequentieblok 8C kan als alternatief een frequentieblok uit frequentieblok 7 in coördinatie worden gebracht.
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Ter bescherming van het Nederlandse DVB-T allotment 903H is op de grens de maximale interferentieveldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse T-DAB allotment 23 ZL beperkt tot 44 dB(μV/m). De veldsterkte wordt gemeten over een bandbreedte van 7 MHz.
Ter bescherming van het Nederlandse T-DAB allotment 23 ZL is op de grens de maximale interferentieveldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse DVB-T allotment 903H beperkt tot 35 dB(μV/m). De veldsterkte wordt gemeten over een bandbreedte van 1,75 MHz.
1.7
Frequentieblok 11A (216,160 MHz–217,696 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 11A heeft betrekking op frequentieblok 216,160 MHz–217,696 MHz.
Figuur 2.7: Overzicht frequentieblok 11A, allotment 23 NH
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
De cumulatieve interferentie veldsterkte van het Engelse allotment, G_60004 op de grens van allotment 23 NH is beperkt tot 38 dB(μV/m).
Het Nederlandse allotment 23 NH kan zonder coördinatie worden geïmplementeerd als de procedures van de GE06 overeenkomst worden gevolgd.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment D-N-22-04 toegestaan op de grens van het Nederlandse T-DAB allotment 23 NH.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 NH toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment D-NI-22-04.
België (BEL)
De Nederlandse administratie accepteert zonder restricties voor allotment 23NH de implementatie van Referentie Netwerk RN 6 (RPC5) van het Belgische allotment BELDABVG002.
De maximale interferentie veldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse allotment 23 NH is op de grens van het allotment BELDABVG002 beperkt tot 39 dB(μV/m).
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 NH.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 NH.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Voor het gebruik van deze frequentieruimte is nodig dat mhet notificatieverzoek, bedoeld in artikel 4, noodzakelijk.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 NH.
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.8
Frequentieblok 11B (217,872 MHz–219,408 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 11B heeft betrekking op frequentieblok 217,872 MHz–219,408 MHz.
Figuur 2.8: Overzicht frequentieblok 11B, allotment 23 OV
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van de Duitse T-DAB allotments D-NI-HAN-23-05 en D-NW-WUP-23-04 toegestaan op de grens van het Nederlandse T-DAB allotment 23 OV.
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Nederlandse T-DAB allotment 23 OV toegestaan op de grens van de Duitse T-DAB allotments D-NI-HAN-23-05 en D-NW-WUP-23-04.
België (BEL)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 OV.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 OV.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van allotment 23 OV.
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
1.9
Frequentieblok 12B (224,880 MHz–226,416 MHz)
Het gebied gemarkeerd met 12 B heeft betrekking op frequentieblok 224,880 MHz–226,416 MHz en samengesteld uit de allotments 23 GL en 23 UT.
Figuur 2.9: Overzicht frequentieblok 12B, allotments 23 GL en 23 UT
Resultaten afspraken Nederland omringende landen
a
Afspraken gemaakt tijdens conferentie
Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.
Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.
Tabel 1 Resultaten van de vastgestelde bilaterale afspraken tijdens GE06
Verenigd Koninkrijk (G)
Het Engelse allotment G-90001 kan worden geïmplementeerd volgens de conformiteits criteria in sectie II van Annex 4 van de GE06 overeenkomst . Na juli 2009 wordt een marge van 3 dB geaccepteerd. De volgens Wiesbaden 1995 reeds gecoördineerde assignments moeten worden gerespecteerd.
Het Nederlandse allotment 23 UT kan worden geïmplementeerd volgens de conformiteits criteria in sectie II van Annex 4 van de GE06 overeenkomst . Na juli 2009 wordt een marge van 3 dB geaccepteerd.
Duitsland (D)
Maximaal 38 dB(μV/m) is van het Duitse T-DAB allotment D-NI-HBU-23-04 toegestaan op de grens van het Nederlandse T-DAB allotments 23 GL en 23 UT.
Maximaal 38 dB(μV/m) zijn van de Nederlandse T-DAB allotments 23 GL en 23 UT toegestaan op de grens van het Duitse T-DAB allotment D-NI-HBU-23-04.
België (BEL)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Frankrijk (F)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen beperkingen of verruimingen
Geen beperkingen of verruimingen
Denemarken (DNK)
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Actuele netwerken kunnen worden geïmplementeerd zolang op de allotment grenzen de maximaal te accepteren cumulatieve interferentie veldsterkte Emax int niet wordt overschreden:
Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel I.
De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.
Tabel 2 Resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Duitsland (D)
Geen verruimingen
De Duitse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 GL en 23 UT.
België (BEL)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Frankrijk (F)
Geen verruimingen
De Franse administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 GL en 23 UT.
Luxemburg (LUX)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen verruimingen
Geen verruimingen
c
Indicatie aanvullende verruimingen
Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.
Tabel 3 Indicatie van aanvullende verruimingen
Verenigd Koninkrijk (G)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Duitsland (D)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
België (BEL)
Geen aanvullende verruimingen
De Belgische administratie is akkoord met het in dienst brengen van de allotments 23 GL en 23 UT.
Frankrijk (F)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Luxemburg (LUX)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Denemarken (DNK)
Geen aanvullende verruimingen
Geen aanvullende verruimingen
Bijlage II, behorende bij de beschikking houdende verlening aan [..] van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in band III
1.
Het formulier ‘notificatieverzoek’, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, luidt:
1
site name
O
2
het ID van het allotment waar het assignment bij hoort
O
3
de identicatiecode voor het Single Frequency Network (SFN) die bij het allotment hoort, ingeval de vergunninghouder gebruikt maakt van een SFN.
O
4
geografische locatie (longitude/latitude, WGS84)
X
5
maximum zendvermogen ERP (in polarisatie H en V)
X
6
type antenne (omni of gericht diagram)
X
7
polarisatie van het signaal (H, V of M)
X
8
de hoogte van de antenne boven het maaiveld
X
9
de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de antenne (ten opzichte van NAP)
O
10
de effectieve hoogte van de antenne in alle richtingen (in stapjes van 10 graden)
O
invullen tabel B
11
het antennediagram in alle richtingen (voor polarisatie H en/of V)
X
invullen tabel B
12
de toegewezen frequentie (in MHz of aanduiding frequentieblok)
X
13
de datum waarop het station in dienst wordt gesteld
X
Toelichting bij kolom notificatie ITU:
X een gegeven dat noodzakelijk is voor het doen van de notificatie of melding
O een gegeven dat door de houder als relevant gegeven kan worden aangemerkt
– voor de toepassing (zie kolom) is het gegeven niet relevant
Tabel B bij item 10 en 11
0.0
180.0
10.0
190.0
20.0
200.0
30.0
210.0
40.0
220.0
50.0
230.0
60.0
240.0
70.0
250.0
80.0
260.0
90.0
270.0
100.0
280.0
110.0
290.0
120.0
300.0
130.0
310.0
140.0
320.0
150.0
330.0
160.0
340.0
170.0
350.0
Ter bespoediging van de afhandeling van het notificatieverzoek, wordt verzocht het formulier in elektronische vorm aan te leveren. Het elektronische formulier is opgenomen in de CD-ROM, bedoeld in bijlage III.
2.
De melding bedoeld, in artikel 9, omvat de volgende gegevens:
1
geografische locatie (longitude/latitude, WGS84)
2
zendvermogen
3
de hoogte van de antenne boven het maaiveld
4
de in GE06 toegewezen frequentie
5
de datum waarop het station in dienst wordt gesteld
Bijlage
III
De volledige afspraken gemaakt tijdens ge06 en aanvullend, opgenomen op de cd-rom (pm)
1.
GE06 final acts
2.
GE06 NL allotments
3.
GE06 Bilaterale afspraken
4.
GE06 Aanvullende bilaterale afspraken
5.
MA02 final acts MA02revCO07
6.
MA02 NL allotments
7.
MA02 Bilaterale afspraken
8.
Notificatieverzoek
Toelichting
I
Algemeen
1
Doel en aanleiding.
Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale omroep, althans gebruik in overeenstemming met het vigerende nationaal frequentieplan. Aan de vergunning liggen de volgende beleidsuitgangspunten ten grondslag.
De radioplanning waarop de frequentie-indeling is gebaseerd volgt hoofdzakelijk uit internationale afspraken, waarvan de GE06-afspraken de meest in het oog springende afspraken zijn. De frequentieruimte bestaat uit verschillende frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn. Tijdens en na GE06 zijn nadere internationale afspraken gemaakt, doorgaans bilaterale afspraken, die als doel hebben om de inzetbaarheid en beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in Nederland te verruimen. Van alle afspraken zijn overzichten samengesteld die u in de bijlagen aantreft. De afspraken zelf zijn ook bijgevoegd.
2
Beschikbaarheid van frequentieruimte
Deze frequentieruimte bedoeld in de vergunning bevindt zich in de VHF-band III. binnen het frequentiebereik 174,160 MHz–175,696 (frequentieblok 5A), 175,872 MHz–177,408 MHz (frequentieblok 5B), 177,584 MHz–179,120 MHz (frequentieblok 5C), 179,296 MHz–180,832 MHz (frequentieblok 5D), 191,584 MHz–193,120 MHz (frequentieblok 7C), 198,592 MHz–200,128 MHz (frequentieblok 8C), 216,160 MHz–217,696 MHz (frequentieblok 11A), 217,872 MHz–219,408 MHz (frequentieblok 11B), 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12B), binnen de met betrekking tot de onderscheidenlijke frequentiegebieden in bijlage I opgenomen geografische gebieden
De resultaten van de GE06 gelden vanaf 17 juni 2006 en zijn gemaakt voor een eindsituatie waarin omroep in Band III alleen nog digitaal plaats vindt en daarnaast een aantal andere primaire diensten (other primary services) bestaan.
In de periode tot aan 17 juni 2015 is er in Europa een overgangssituatie waarin naast digitale omroep ook analoge omroep en andere diensten in band III geaccommodeerd zijn en nog beschermd moeten worden tegen interferentie.
Om de beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in de overgangsperiode te vergroten zijn ook na de GE06-conferentie nog aanvullende afspraken met de buurlanden gemaakt. Een overzicht van de aanvullende afspraken staat in de tabellen van de bijlage I omschreven.
3
Voorschriften en beperkingen
Aan het gebruik van frequentieruimte is een aantalvoorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen. Door toepassing van een spectrummasker wordt storing op naastliggende frequentieblokken (nabuurkanaalinterferentie) beperkt.
In deze vergunning is er bijzondere aandacht voor nabuurkanaalinterferentie tussen de frequentieblok 12B en frequentieblok 12 C. Nabuurkanaalinterferentie is het gevolg van de technische apparatuureigenschappen van zenders en ontvangers. Nabuurkanaalinterferentie is niet uniek voor T-DAB-netwerken maar treedt ook op in andere radiosystemen. Voor het gebruik van de frequentieruimte bedoeld in frequentieblok 12C is in 2003 een vergunning verleend aan de publieke en omroep. In deze vergunning zijn de opstelpunten die de vergunninghouder mag gebruiken voorgeschreven.
Een zender die werkt binnen de frequentieruimte van het frequentieblok 12B kan in de nabijheid van zijn opstelpunt over één of meerdere frequentieblokken (‘nabuurkanalen’) interferentie veroorzaken. In het geval van deze vergunning kan nabuurkanaalinterferentie optreden op die ontvangstlocaties waar het verzorgingsgebied van de geïnstalleerde 12B zender en het verzorgingsgebied van het publieke omroep (nabuurkanaal 12 C) T-DAB-netwerk elkaar overlappen. Een gevolg hiervan is dat binnen het 12C T-DAB netwerk een zogenoemd ‘verzorgingsgat’ kan ontstaan. Binnen dit verzorgingsgat is een goede ontvangst van het 12C-kanaal niet mogelijk. De omvang van het verzorgingsgat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij het ontwerpen en implementeren van het 12B zendernetwerk dient de vergunninghouder rekening te houden met deze nabuurkanaalinterferentie en deze te voorkomen. De periode waarin deze regel geldt tot en met augustus 2010, dat is de nog resterende looptijd van de vergunning van de publieke omroep voor het gebruik van frequentieruimte in frequentieblok 12C.
In opdracht van het Ministerie van economische zaken is naar nabuurkanaalinterferentie onderzoek gedaan door de universiteit Twente (Schiphorst, R., A T-DAB field trial using a low-mast infrastructure, university of Twente, paragraaf 4.5.5, november 2006). Dit document is beschikbaar op de website van Agentschap Telecom; www.agentschap-telecom.nl en op de website van het Ministerie van economische zaken www.ez.nl.
De voorschriften en beperkingen opgenomen in deze vergunning zijn mede op dit onderzoek gebaseerd, maar er is ook rekening gehouden met ervaringen met digitale omroep in Groot Brittannië (OFCOM-Industry MOU to permit the use of transmission sites, not contained within the Reserved Assignments List, to enhance coverage of licensed T-DAB broadcast networks, Appendix B, v1.0, 14november 2006.
4
Overig
Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld.
De in de vergunning genoemde frequentieruimte dient binnen 72 maanden in gebruik genomen te zijn (en in gebruik gehouden te worden). Bij het bepalen van de termijn is gelet op de verschillende potentiële businesscases en is rekening gehouden met het feit dat T-DAB nog in de aanloopfase zit qua ontwikkeling. Hierdoor is een zware uitrolverplichting niet opportuun. Voor elk frequentieblok moet uiteindelijk tenminste een opstelpunt in gebruik worden genomen, en in gebruik worden gehouden. Het gaat in casu om minimaal negen opstelpunten na 72 maanden, evenveel opstelpunten als het aantal frequentieblokken vervat in de vergunning. De looptijd van de vergunning is vijftien jaar.
Wellicht ten overvloede zij er op gewezen dat de opstelpunten steeds binnen de grenzen van het allotment en naar good engineering practice moeten worden geplaatst en gebruikt. Indien daartoe aanleiding bestaat zal de vergunning worden aangepast.
II
Artikelsgewijs
Artikel 1
In artikel 1 zijn de begripsomschrijvingen opgenomen.
Artikel 2
In artikel 2 wordt omschreven aan welke rechtspersoon de vergunning is toegekend en voor welke frequentieruimte dat is gebeurd. Voorts is de bestemming van de vergunning gekoppeld aan de bestemming in het geldende Nationaal Frequentieplan (NFP), zodat wijzigingen in het NFP direct doorwerken in de vergunning.
Artikel 3
Artikel 3 verwijst naar het voorgeschreven spectrummasker en naar de overige technische voorwaarden verbonden aan het gebruik van de frequentieruimte. Het spectrummasker is een set regels die de maximale bandbreedte van het radiosignaal regelt en is van belang om doelmatig ethergebruik te bevorderen. De voorwaarden zijn opgesomd in bijlage I van deze vergunning.
spectrummasker
Er is gekozen voor het zogenoemde ‘gevoelige’ spectrummasker, omdat dit de kans op nabuurkanaalinterferentie belangrijk verkleint. Dat is noodzakelijk gelet op het huidig gebruik, maar ook met betrekking tot toekomstig gebruik. Met het voorschrijven van het ‘gevoelige spectrummasker’ wordt bereikt dat het afgestraalde out of band spectrum in het 1e nabuurkanaal meer dan 10 dB wordt onderdrukt ten opzichte van het spectrummasker voor ‘niet kritische gevallen’.
Dit komt aan het doelmatig gebruik van schaarse frequentieruimte ten goede. Er zijn meerdere redenen aan te wijzen om een voorkeur te hebben voor een gevoelig masker, die hierna zijn beschreven. Het hierna beschreven overzicht is niet uitputtend.
Met het in gebruik nemen van frequentieblok 5 A (174,160 MHz–175,696 MHz) in de provincie Friesland kan hinder en/of storing worden ervaren door de gebruikers van zogenoemde draadloze ‘microfonen voor hulpbehoevenden’ (hearing aids). Deze toestellen werken in het frequentiegebied van 173,965 MHz–174,015 MHz dat grenst aan frequentieblok 5A. Met het toepassen van het ‘gevoelige spectrummasker’ wordt de afgestraalde energie binnen het banddeel waarin deze microfonen voor hulpbehoevenden zich bevinden met 47 dB onderdrukt ten opzichte van de afgestraalde energie binnen frequentieblok 5A. Hierdoor zal storing veroorzaakt door de inzet van frequentieblok 5A op deze hoortoestellen belangrijk verminderen. Daarnaast heeft Nederland tijdens de GE06-conferentie gebruiksrechten verworven voor de frequentieblokken 6 (A t/m D), 7 (A t/m D), 8 (A t/m D) en 9 (A t/m D). Indien de toekomstige vergunninghouder(s) in de Flevopolder en Noord-Oostpolder een netwerk met frequentieblok 6 uitrolt moeten de zenders in deze gebieden aan de onderzijde van frequentieblok 6 A voldoen aan de karakteristieken van het ‘gevoelige masker’ om storing te voorkomen op – ondermeer – frequentieblok 5D en vice versa.
Het spectrummasker is grafisch weergeven in bijlage I van deze vergunning en toont een (denkbeeldige) omhullende in een frequentieblok waarbinnen het frequentiegebruik plaats kan vinden. De waarden die bij dit ‘gevoelige’ spectrummasker horen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Het masker is ontleend aan GE06 Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for the planning of the digital terrestrial broadcasting service in parts of regions 1 and 3, in the frequencybands 174-230 MHz and 470-862 MHz (RRC06), chapter 3 to annex 2, chapter 3.6.1.
Out of band spectrumtabel voor het gevoelige masker:
Tabel waarden spectrummasker
+/- 0,77
–26
+/- 0,97
–71
+/- 1,75
–106
+/- 3,0
–106
Geografische grenzen van de frequentieblokken
In bijlage I wordt per frequentieblok omschreven in welk geografisch gebied binnen Nederland de frequentieruimte kan worden gebruikt en onder welke voorwaarden. De geografische gebieden zijn geschetst aan de hand van tijdens GE06 afgesproken grenspunten. De illustraties van de gebieden in Nederland zijn gebaseerd op deze grenspunten. Op de bijgesloten CD-ROM staan de geografische grenzen van elk frequentieblok nader gespecificeerd en is ook informatie te vinden over de ligging van een frequentieblok ten opzichte van andere frequentieblokken (in de GE06-terminologie: allotments) elders in West-Europa. De vergunninghouder moet zijn netwerk zo dimensioneren dat de waarden genoemd in de tabellen van bijlage I niet worden overschreden, zodat geen storing ontstaat op laatstgenoemde buitenlandse frequentieblokken.
Artikel 4
Dit artikel beschrijft de procedure om opgenomen te worden in het Master International Frequency Register (MIFR), het frequentieregister van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). Dit register is ingesteld om in het geval van storing tussen zenders te kunnen bepalen wie (internationaal) welke rechten heeft ten aanzien van het gebruik van de betwiste frequentieruimte. Opname in het register gaat per zenderopstelpunt (assignment) en kan niet voor een geheel frequentieblok (allotment) plaatsvinden. Omdat deze vergunning frequentiegebruiksrechten in de vorm van frequentieblokken bevat, zodat een vergunninghouder zijn eigen netwerk kan plannen, moet – indien de vergunninghouder voor zijn frequentiegebruik internationaal gezien bescherming wenst – elk opstelpunt worden aangemeld bij het MIFR. De procedure is facultatief, echter internationale bescherming van de frequentieruimte is volgens de ITU-regels pas bij inschrijving in het MIFR definitief. Voordat tot inschrijving wordt overgegaan worden de gegevens eerst ter inzage gelegd (notificatieprocedure). Inschrijving/notificatie gebeurt op basis van de gegevens bedoeld in bijlage II. Deze gegevens zijn gerangschikt in de vorm van een formulier, voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Het tijdige aanleveren van gegevens in een elektronisch bestand verdient de voorkeur. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.
Artikel 5
Dit artikel regelt de ingebruiknameverplichting van de frequentieruimte. Na 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning moet in tenminste vijf van de negen allotments frequentiegebruik zijn. Na 72 maanden geldt dit voor alle negen allotments. Uiteraard dient het gebruik in overeenstemming te zijn met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP), zie daarvoor artikel 2 van deze vergunning.
Uitgangspunt bij de keuze voor de ingebruiknameverplichting is dat het niet in gebruik nemen van uitgegeven frequentieruimte ondoelmatig is. Tevens is een uitgangspunt dat, gelet op de uiteenlopende bussinesscasus en onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de markt voor digitale omroep, geen te zware ingebruiknameverplichting moet worden opgelegd. De gekozen ingebruiknameverplichting voldoet aan beide uitgangspunten. Uiteindelijk dient voor elk frequentieblok tenminste een opstelpunt in gebruik genomen te worden en in gebruik gehouden te worden. Dat zijn dus tenminste negen opstelpunten, verspreid over Nederland.
Mocht in de praktijk blijken dat een vergunninghouder om defensieve redenen niet verder uitrolt dan strikt noodzakelijk is om aan de ingebruiknameverplichting te voldoen, dan zal worden bezien of het uit oogpunt van doelmatig ethergebruik nodig is om de uitrolverplichting aan te scherpen. Artikel 17 van het Frequentiebesluit biedt hiervoor de basis.
Artikel 6
Nabuurkanaalinterferentie van frequentieblok 12B op frequentieblok 12C
In artikel 6 is een (tijdelijke) bescherming van frequentieblok 12C voor nabuurkanaalinterferentie veroorzaakt door frequentieblok 12B vastgelegd. Uitgangspunt is dat op basis van onderzoek nabuurkanaalinterferentie van beperkte omvang kan worden verwacht indien geen bijzondere maatregelen worden getroffen.
Onderzoeksresultaten tonen aan dat nabuurkanaalinterferentie hinderlijke storing veroorzaakt indien op de ontvangstlocatie het vermogensverschil tussen de ontvangstsignalen van de twee (T-DAB) netwerken tussen de eerste nabuurkanalen (12B en 12C) met meer dan 23 dB wordt overschreden. Om de omvang van de nabuurkanaalinterferentie te kunnen schatten kunnen de onderzoeksresultaten voor band III T-DAB ontvangers van de Universiteit van Twente en van OFCOM – de Engelse administratie – worden gebruikt.Op deze onderzoeken zijn de navolgende nabuurkanaalprotectietabellen gebaseerd. De in de vergunning gebruikte verhouding (23 dB) is gebaseerd op een statistisch gecorrigeerde protectieverhouding bij eerste nabuurkanaalinterferentie (zie tabel 2).
Tabel 1
–35
–40
–45
Tabel 2
> 99
95
-23
-28
-33
Standaard deviatie = 4,3 dB (buitenomgeving)
Standaard deviatie = 7,41dB (binnenshuis)
Om verschil van inzicht omtrent de omvang van de nabuurkanaalinterferentie te voorkomen worden de nabuurkanaalinterferentieberekeningen volgens de in de GE06 overeenkomst beschreven procedures en het planningsmodel ITU-R P1546 steeds als uitgangspunt genomen.
Indien de vergunninghouder zijn netwerken uitrolt naar het principe van ‘good engineering practice’ kan veel storing in het geografische gebied dat hoort bij een frequentieblok worden voorkomen (notabene, het frequentieblok 12B wordt gevormd door het samenvoegen van de alltoments 23 GL (Gelderland) en 23UT (Utrecht])en omvat ruwweg het gebied Gelderland en Utrecht. ‘Good engineering practice’ houdt onder andere in dat de vergunninghouder mag het netwerk uitrolt op basis van de Referentie Planning Configuratie 4. De mediane verzorgingsveldsterkte bedraagt in de buitenomgeving op de rand van het verzorgingsgebied minimaal 60 dB(μV/m) gemeten op een antennehoogte van 10 m. Deze veldsterkte is in artikel 6 als randvoorwaarde opgenomen.
Oplossingsrichtingen
Er zijn meerdere oplossingsrichtingen, geschikt voor het voorkomen van nabuurkanaalinterferentie, onder andere:
–
Het plaatsen van de zender op een reeds bestaande 12C-zenderlocatie;
–
Het plaatsen van een zogenoemde gap filler, dat is een kleinvermogenszender die in staat is het verzorgingsgat dat is ontstaan door een 12B-zender te dichten. Hiervoor is toestemming van de 12Cvergunninghouder vereist, omdat het gebruik van de benodigde frequentieruimte valt onder de vergunning van de vergunninghouder 12C.
–
Het aanpassen van de netwerktopologie, zodanig dat rekening wordt gehouden met de opstelpunten van de vergunninghouder van frequentieblok 12C.
De bepaling van artikel 6 geldt tot en met augustus 2010, de einddatum van de huidige 12C-vergunning.
Artikel 7
Dit artikel regelt het oplossen van storingsproblematiek op kabeltelevisienetwerken, voorzover het de ontvangst van kabeltelevisie betreft. De reden hiervoor is dat de frequentieruimte die zich bevindt in band III, en daarmee ook de frequentieruimte genoemd in deze vergunning),ook voor de verspreiding van televisiesignalen via kabelnetwerken gebruikt wordt. In beginsel beïnvloeden beiden netwerken elkaar niet tenzij bepaalde veldsterktegrenswaarden worden overschreden. In het artikel is geregeld dat in die gevallen de vergunninghouder voor oplossing zorgt draagt.
Artikel 8
Met de inwerkingtreding van het Besluit van 5 juli 2005 tot wijziging van de artikelen 8, 16 en 17 van het Frequentiebesluit, Stb. 2005, 386, is aan de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid toegekend om aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen te verbinden ter voorkoming van storingen of belemmeringen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat in andere apparaten. De Minister heeft, onverminderd de bepalingen ten aanzien van interferentie in kabeltelevisienetwerken bedoeld in artikel 7, als vaste beleidslijn dat in iedere vergunning waarin géén voorschriften over het maximale zendvermogen zijn opgenomen, het voorschrift op te nemen dat de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal mag veroorzaken. Op pagina 17 van de nota van toelichting bij het eerdergenoemde besluit is aangekondigd dat in een beleidsregel nader zal worden uitgewerkt wanneer er sprake is van een ontoelaatbare belemmering door het gewenste signaal.
Artikel 9
Als frequentieruimte in gebruik wordt genomen, informeert de vergunninghouder Agentschap Telecom tijdig (uiterlijk vier weken van tevoren) zodat eventuele storingen, zoals storing op kabelnetwerken of op buitenlandse allotments, snel opgelost of voorkomen kunnen worden, bijvoorbeeld in overleg met de stichting aanpak interferentie of buitenlandse administraties.
Voor de melding bedoeld in dit artikel kan gebruik gemaakt worden van het formulier bedoeld in bijlage II. Voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.
Artikel 10 en 11
Deze artikelen regelen dat kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning aan Agentschap Telecom moeten worden gezonden.
Artikel 12
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de vergunning. De vergunning heeft een looptijd van vijftien jaar.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Bijlage
B
Modelvergunning B
De Staatssecretaris van Economische Zaken
Gelezen de aanvraag van [naam] te [plaats] van [datum], kenmerk [kenmerk];
MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in het Radio Reglement van de ITU;
d.
notificatieverzoek MIFR: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen;
e.
ERO: European Radiocommunications Office;
f.
notificatieverzoek ERO: verzoek van de vergunninghouder aan de Minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door de ERO te registreren in het aldaar bijgehouden register teneinde bescherming binnen de bij de ERO aangesloten nationale administraties van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen;
g.
MA02revCO07: Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for the frequency band 1452–1479,5 MHz, Constanta 2007(MA02revCO07).
§
2
Verlening
Artikel
2
1
Aan [naam], ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel [plaats] onder nummer [inschrijfnummer], hierna te noemen: vergunninghouder, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 1452,192 MHz–1479,408 MHz, verdeeld in zestien afzonderlijke frequentieblokken, LA tot en met LP.
2
De vergunninghouder gebruikt de in het eerste lid genoemde frequentieruimte slechts in overeenstemming met de bestemming in het vigerende nationaal frequentieplan.
§
3
Voorschriften en beperkingen
Artikel
3
Het gebruik van de frequentieruimte in de frequentieblokken LA en LP respectievelijk LB tot en met LO, vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 1, respectievelijk het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 2, opgenomen in figuur 1, alsmede met inachtneming van de technische beschrijving, opgenomen in de bijlage I en III.
Artikel
4
1
De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover daardoor naar het oordeel van de Minister sprake is van belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte.
2
Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte.
3
Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die in het MIFR is geregistreerd.
4
Teneinde registratie in het MIFR te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek MIFR daartoe indienen bij de Minister.
5
Het notificatieverzoek MIFR geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek MIFR’, bedoeld in bijlage II.
Artikel
5
1
De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte voor zover daardoor naar het oordeel van de Minister sprake is van belemmeringen in het gebruik van de bij de ERO geregistreerde frequentieruimte door anderen.
2
Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van de bij de ERO geregistreerde frequentieruimte.
3
Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die bij de ERO of in het MIFR is geregistreerd.
4
Teneinde registratie bij de ERO te entameren kan vergunninghouder een notificatieverzoek ERO daartoe indienen bij de Minister.
5
Het notificatieverzoek ERO geschiedt aan de hand van het formulier ‘notificatieverzoek ERO’, bedoeld in bijlage II.
Artikel
6
1
De vergunninghouder neemt binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in ten minste in 16 van de in 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik en houdt deze in gebruik,
2
De vergunninghouder neemt binnen 72 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning in ten minste in 94 van de in 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik en houdt deze in gebruik.
Artikel
7
De vergunninghouder veroorzaakt geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.
§
4
Kennisgevingen en correspondentie
Artikel
8
Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II
Artikel
9
Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.
Artikel
10
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.
§
5
Slotbepaling
Artikel
11
Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
namens deze:
Hoofd Spectrummanagement, Agentschap Telecom,
J.T.M. Derksen
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop zij is verzonden een bezwaarschrift indienen bij de afdeling Juridische zaken van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, Postbus 450, 9700 AL te Groningen. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht, en de gronden van het bezwaar te bevatten.
Bijlage I, behorende bij de beschikking houdende verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in de L-band
De figuur, bedoeld in artikel 3, is als volgt:
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 3, luidt als volgt:
Het L-band kavel bestaat uit 117 (verzorgings)gebieden welke zijn samengesteld uit 141 allotments. De gebieden zijn gemarkeerd door 16 L-band-frequentieblokken, te weten de frequentieblokken LA, LB, LC, LD, LE, LF, LG, LH, LI, LJ, LK, LL, LM, LN, LO, LP.
In de figuren 2.1 t/m 2.16 en de bijbehorende tabellen zijn alle gebieden, inclusief de allotments waaruit de blokken zijn samengesteld, grafisch weergegeven.
Tijdens CEPT-bijeenkomsten zijn een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Tevens zijn er binnen Nederland zelf afspraken gemaakt. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft afgesloten. De afspraken zijn opgenomen in bijlage IV (op CD-ROM). Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in M-Sup Info A van de MA02revCO07 overeenkomst prevaleren de laatstgenoemde.
In kolom 2 van de tabellen is voor ieder allotment de identifier aangegeven. De identifiers zijn opgenomen in M-Annex 1 Part 2 van de MA02revCO07 overeenkomst. Eveneens is in kolom 2 het toegepaste referentienetwerk (2 of 3) vermeld die voor het allotment geldt. In de derde kolom staat vermeld of er bi-laterale afspraken zijn met andere landen die afwijken van de standaardprocedures voor storing en bescherming beschreven in de MA02revCO07-overeenkomst. Van deze afspraken is telkens het codenummer vermeld (bijvoorbeeld ‘T-DAB_0203’). In gevallen waarin het een afspraak betreft in relatie tot een buitenlands L-band-allotment, is ook het betreffende buitenlandse allotment weergegeven. De afspraken zijn vermeld in de aanvullende informatie M-Sup Info A van de MA02revCO07 overeenkomst.
De afspraken die tijdens MA02 gemaakt zijn om kleine incompatibiliteiten op te heffen, zijn in de tabellen niet opgenomen.
De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn in een CD-ROM neergelegd. De CD-ROM maakt onderdeel uit van bijlage I, de inhoud van de CD-ROM wordt beschreven in bijlage III.
Frequentieblok LA (1452,192 MHz–1453,728 MHz)
Figuur 2.1: Overzicht frequentieblok LA
L011
HOL30205 (3)
L017
HOL30304 (3)
L031
HOL30502 (3)
L063
HOL30711 (3), HOL30713 (3)
L071
HOL30806 (3)
T-DAB_0115: L071 accepteert RN storing van RN G_00042.
L113
HOL31110 (3)
Frequentieblok LB (1453,904 MHz–1455,440 MHz)
Figuur 2.2: Overzicht frequentieblok LB
L005
HOL30105 (3)
L022
HOL30403 (2)
T-DAB_0186: L022 accepteert RN storing van L029
L029
HOL30410 (3)
T-DAB_0186: L029 accepteert RN storing van L022
L062
HOL30709 (3), HOL30710 (3)
L077
HOL30818 (3)
T-DAB_0203: L077 accepteert RN storing van BEL 00002
T-DAB_0202: L074 accepteert RN storing van RN G_00039. G_00039 produceert 1.3 dB meer storing op L074 dan de referentiewaarde.
T-DAB_0416: Na conversie van allotments naar assignments mag maximaal 41dB(μV/m) geproduceerd worden op boundery tetstpoints van de Duitse co-allotments.
T-DAB_0416: Na conversie van allotments naar assignments mag max 41 dB(μV/m) geproduceerd worden op boundery testpoints van de Duitse co-allotments
L087
HOL31004 (3)
L091
HOL31008 (3)
L109
HOL31106 (3)
Frequentieblok LE (1459,040 MHz–1460,576 MHz)
Figuur 2.5: Overzicht frequentieblok LE
L006
HOL30106 (3)
L016
HOL30303 (3)
L024
HOL30405 (3)
L038
HOL30509 (3)
L041
HOL30512 (3)
L050
HOL30604 (3)
L070
HOL30804 (3), HOL30805(3)
L078
HOL30819 (3)
L081
HOL30902 (3)
L099
HOL31017 (3)
L101
HOL31019 (3)
L114
HOL31111 (3)
L116
HOL31202 (3)
Frequentieblok LF (1460,752 MHz–1462,288 MHz)
Figuur 2.6: Overzicht frequentieblok LF
L025
HOL30406 (3)
L043
HOL30514 (3)
L049
HOL30603 (3)
L104
HOL31101 (3)
Frequentieblok LG (1462,464 MHz–1464,000 MHz)
Figuur 2.7: Overzicht frequentieblok LG
L007
HOL30107 (3)
L009
HOL30201 (2), HOL30203 (2)
T-DAB_0416: Na conversie van allotments naar assignments mag maximaal 41 dB(μV/m) geproduceerd worden op boundery testpoints van de Duitse co-allotments
L018
HOL30305 (3)
L021
HOL30402 (3)
L027
HOL30408 (3)
T-DAB_0185 en T-DAB_0187: L027 accepteert storing van L036
L036
HOL30507 (3)
T-DAB_0185 en T-DAB_0187: L036 accepteert storing van L027
L045
HOL30516 (3)
L048
HOL30602 (3)
L060
HOL30706 (3)
L065
HOL30714 (3), HOL30715 (3)
T-DAB_0194: L065 accepteert RN storing van F_03301.
T-DAB_0367: L065 / F_03301; Na conversie van allotments naar assignments mag maximaal 41 dB(μV/m) geproduceerd worden op elkaars boundery testpoints
L075
HOL30812 (3), HOL30816 (3), HOL30817 (3)
L079
HOL30821 (3)
L083
HOL30907 (3), HOL30908 (3)
L094
HOL31012 (3)
L100
HOL31018 (3)
L106
HOL31103 (3)
Frequentieblok LH (1464,176 MHz–1465,712 MHz)
Figuur 2.8: Overzicht frequentieblok LH
L064
HOL30712 (3)
L085
HOL31002 (3)
L103
HOL31021 (3)
L110
HOL31107 (3)
Frequentieblok LI (1465,888 MHz–1467,424 MHz)
Figuur 2.9: Overzicht frequentieblok LI
L003
HOL30103 (3)
L010
HOL30202 (2), HOL30204 (3)
T-DAB_0168: L010 accepteert RN storing van G_00232.
T-DAB_0416: Na conversie van allotments naar assignments mag maximaal 41 dB(μV/m) geproduceerd worden op boundery testpoints van de Duitse co-allotments.
L040
HOL30511 (3)
L053
HOL30607 (3)
L059
HOL30704 (3), HOL30705 (3), HOL30708 (3)
T-DAB_0190, T-DAB_0192, T-DAB_0196 en T-DAB_0197:
L059 accepteert RN storing van L072
T-DAB_0191, T-DAB_0105, T-DAB_0108 en T-DAB_0193:
L059 accepteert RN storing van G_00034
L072
HOL30807 (3), HOL30809 (3)
T-DAB_0190, T-DAB_0192, T-DAB_0196 en T-DAB_0197:
L072 accepteert RN storing van L059
T-DAB_0198, T-DAB_0106 en T-DAB_0107 en T-DAB_0200:
L072 accepteert RN storing van G_00034
L089
HOL31006 (3)
L108
HOL31105 (3)
Frequentieblok LJ (1467,600 MHz–1469,136 MHz)
Figuur 2.10: Overzicht frequentieblok LJ
L001
HOL30101 (3)
L008
HOL30108 (3)
L023
HOL30404 (2)
L033
HOL30504 (3)
L044
HOL30515 (3)
L066
HOL30716 (3)
L069
HOL30801 (3), HOL30802 (3), HOL30803 (3)
T-DAB_0195: L069 accepteert RN storing van HOL30802
L082
HOL30904 (2)
T-DAB_0068: L082 / F_03350; Na conversie van allotments naar assignments mag maximaal 41 dB(μV/m) geproduceerd worden op elkaars boundery testpoints
L084
HOL31001 (3)
L105
HOL31102 (2)
L111
HOL31108 (3)
Frequentieblok LK (1469,312 MHz–1470,848 MHz)
Figuur 2.11: Overzicht frequentieblok LK
L014
HOL30301 (3)
L020
HOL30401 (3)
T-DAB_0184: L020 accepteert RN storing van RN HOL30703
L034
HOL30505 (3)
L058
HOL30701 (3), HOL30702 (3), HOL30703 (3)
T-DAB_0188: L058 accepteert RN storing van RN G_00035
T-DAB_0189: L058 accepteert RN storing van RN HOL30401
L098
HOL31016 (3)
Frequentieblok LL (1471,024 MHz–1472,560 MHz)
Figuur 2.12: Overzicht frequentieblok LL
L042
HOL30513 (3)
L046
HOL30517 (3)
L068
HOL30718 (3)
Frequentieblok LM (1472,736 MHz–1474,272 MHz)
Figuur 2.13: Overzicht frequentieblok LM
L002
HOL30102 (3)
L013
HOL30207 (3)
L037
HOL30508 (3)
L047
HOL30601 (3)
L093
HOL31010 (3)
L095
HOL31013 (3)
L107
HOL31104 (3)
Frequentieblok LN (1474,448 MHz–1475,984 MHz)
Figuur 2.14: Overzicht frequentieblok LN
L012
HOL30206 (3)
L026
HOL30407 (3)
L030
HOL30501 (3)
L056
HOL30610 (3)
L067
HOL30717 (3)
L073
HOL30808 (3), HOL30813 (3)
T-DAB_0136 en T-DAB_0199: L073 accepteert RN storing van RN G_00081
L086
HOL31003 (3), HOL31011 (3)
T-DAB_0137 en T-DAB_0206: L086 accepteert RN storing van RN G_00081
T-DAB_0205: L086 accepteert RN storing van RN G_00085
L090
HOL31007 (3)
L102
HOL31020 (3)
L112
HOL31109 (3)
Frequentieblok LO (1476,160 MHz–1477,696 MHz)
Figuur 2.15: Overzicht frequentieblok LO
L019
HOL30306 (2)
L028
HOL30409 (3)
L039
HOL30510 (3)
L055
HOL30609 (3)
L057
HOL30611 (3)
L076
HOL30815 (3)
L088
HOL31005 (3)
L092
HOL31009 (3)
L115
HOL31201 (2)
Frequentieblok LP (1477,872 MHz–1479,408 MHz)
Figuur 2.16: Overzicht frequentieblok LP
L004
HOL30104 (3)
L032
HOL30503 (3)
L052
HOL30606 (3)
L061
HOL30707 (3)
L096
HOL31014 (3)
Bijlage II, behorende bij de beschikking houdende verlening aan [..] van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in de L-band
1.
Het formulier ‘notificatieverzoek’, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, alsmede artikel 5, vijfde lid luidt:
Item
Inhoud
Notificatie ITU/ERO
1
site name
O
2
het ID van het allotment waar het assignment bij hoort
O
3
de identicatiecode voor het Single Frequency Network (SFN) die bij het allotment hoort, ingeval de vergunninghouder gebruikt maakt van een SFN.
O
4
geografische locatie (longitude/latitude, WGS84)
X
5
maximum zendvermogen ERP (in polarisatie H en V)
X
6
type antenne (omni of gericht diagram)
X
7
polarisatie van het signaal (H, V of M)
X
8
de hoogte van de antenne boven het maaiveld
X
9
de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de antenne (ten opzichte van NAP)
O
10
de effectieve hoogte van de antenne in alle richtingen (in stapjes van 10 graden)
O
invullen tabel B
11
het antennediagram in alle richtingen (voor polarisatie H en/of V)
X
invullen tabel B
12
de toegewezen frequentie
(in MHz of aanduiding frequentieblok)
X
13
de datum waarop het station in dienst wordt gesteld
X
Toelichting bij kolom notificatie ITU:
X een gegeven dat noodzakelijk is voor het doen van de notificatie of melding
O een gegeven dat door de houder als relevant gegeven kan worden aangemerkt
– voor de toepassing (zie kolom) is het gegeven niet relevant
Tabel B bij item 10 en 11
0.0
180.0
10.0
190.0
20.0
200.0
30.0
210.0
40.0
220.0
50.0
230.0
60.0
240.0
70.0
250.0
80.0
260.0
90.0
270.0
100.0
280.0
110.0
290.0
120.0
300.0
130.0
310.0
140.0
320.0
150.0
330.0
160.0
340.0
170.0
350.0
Ter bespoediging van de afhandeling van het notificatieverzoek, wordt verzocht het formulier in elektronische vorm aan te leveren. Daarbij graag aangeven of een MIFR/ITU of ERO-melding is. Het elektronische formulier is opgenomen in de CD-ROM, bedoeld in bijlage III.
2.
De melding bedoeld in artikel 7, omvat de volgende gegevens:
1
geografische locatie (longitude/latitude, WGS84)
2
zendvermogen
3
de hoogte van de antenne boven het maaiveld
4
de in GE06 toegewezen frequentie
5
de datum waarop het station in dienst wordt gesteld
Bijlage
III
De volledige afspraken gemaakt tijdens GE06 en aanvullend, opgenomen op de cd-rom (pm)
1.
GE06 final acts
2.
GE06 NL allotments
3.
GE06 Bilaterale afspraken
4.
GE06 Aanvullende bilaterale afspraken
5.
MA02 final acts MA02revCO07
6.
MA02 NL allotments
7.
MA02 Bilaterale afspraken
8.
Notificatieverzoek
Toelichting
III
Algemeen
1
Doel en aanleiding
Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale omroep, althans gebruik in overeenstemming met het vigerende nationaal frequentieplan. Aan de vergunning liggen de volgende beleidsuitgangspunten ten grondslag.
De radioplanning waarop de frequentie-indeling is gebaseerd volgt hoofdzakelijk uit internationale afspraken, waarvan de MA02-afspraken de meest in het oog springende afspraken zijn. De frequentieruimte bestaat uit verschillende frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn. Van de MA-02 afspraken (MA02revCO07: Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for de frequency band 1452–1479,5 MHz, Constanta 2007(MA02revCO07) zijn overzichten samengesteld die u in de bijlagen aan treft. De afspraken zelf zijn in de MA02revCO07 overeenkomst opgenomen.
2
Beschikbaarheid van frequentieruimte
Deze frequentieruimte bedoeld in de vergunning bevindt zich in de L-band, binnen het frequentiebereik 1452,192 MHz–1479,408 MHz. De frequentieruimte is verdeeld in zestien afzonderlijke frequentieblokken, LA tot en met LP. De precieze geografische ligging van de blokken is aan de hand van een stelsel van grenspunten (boundary points) te vinden op de CD-ROM die bij deze vergunning hoort.
3
Voorschriften en beperkingen
Aan het gebruik van frequentieruimte zijn een aantal voorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen. Door toepassing van een spectrummasker wordt storing op naastliggende frequentieblokken (nabuurkanaalinterferentie) beperkt. Het voorgeschreven spectrummasker is stijler voor de grensblokken LA en LP dan voor de overige blokken LB tot en met LO.
In opdracht van het Ministerie van economische zaken is naar nabuurkanaalinterferentie onderzoek gedaan door de universiteit Twente (Schiphorst, R., A T-DAB field trial using a low-mast infrastructure, university of Twente, paragraaf 4.5.5, november 2006). Dit document is beschikbaar op de website van Agentschap Telecom; www.agentschap-telecom.nl en op de website van het Ministerie van economische zaken www.ez.nl.
De voorschriften en beperkingen opgenomen in deze vergunning zijn mede gebaseerd op de gegevens in M-Annex 2, paragraaf 4.1.2 van de Final Acts MA02revCO07.
4
Overig
Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld.
De in de vergunning genoemde frequentieruimte dient binnen 36 maanden in gebruik genomen te zijn (en in gebruik gehouden te worden) in tenminste zestien van de 117 allotmentgebieden. Na 72 maanden geldt dat voor 94 van de 117 allotmentgebieden Bij het bepalen van de termijnen is gelet op de verschillende potentiële businesscases en is rekening gehouden met het feit dat deze vorm van digitale omroep nog in de aanloopfase zit qua ontwikkeling. Hierdoor is een zware uitrolverplichting niet opportuun. De looptijd van de vergunning is vijftien jaar.
Wellicht ten overvloede zij er op gewezen dat de opstelpunten steeds binnen de grenzen van het allotment en naar good engineering practice moeten worden geplaatst en gebruikt. Indien daartoe aanleiding bestaat zal de vergunning worden aangepast.
IV
Artikelsgewijs
Artikel 1
In artikel 1 zijn de begripsomschrijvingen opgenomen.
Artikel 2
In artikel 2 wordt omschreven aan welke rechtspersoon de vergunning is toegekend en voor welke frequentieruimte dat is gebeurd. Voorts is de bestemming van de vergunning gekoppeld aan de bestemming in het geldende Nationaal Frequentieplan (NFP), zodat wijzigingen in het NFP direct doorwerken in de vergunning.
Artikel 3
Artikel 3 verwijst naar het voorgeschreven spectrummasker en naar de overige technische voorwaarden verbonden aan het gebruik van de frequentieruimte. Het spectrummasker is een set regels die de maximale bandbreedte van het radiosignaal regelt en is van belang om doelmatig ethergebruik te bevorderen. De voorwaarden zijn opgesomd in bijlage I van deze vergunning.
spectrummasker
Nederland heeft tijdens de CEPT MA02revCO07 bijeenkomst de frequentie gebruiksrechten verworven voor het L-band T-DAB layer met de frequentieblokken LA tot en met LP. Aan de bovenzijde grenst het T-DAB frequentieblok LP aan het frequentieblok 1479,5 MHz–1492 MHz. Omroep, S-DAB is in het vigerend Nationaal Frequentieplan de bestemming voor bovengenoemd frequentieblok. Ter voorkoming van inter-systeeminterferentie met S-DAB moeten de zenders van frequentieblok LP worden uitgerust met het spectrummasker ‘Case 1’.
Aan de onderzijde grenst het T-DAB frequentieblok LA aan het frequentieblok 1429 MHz–1452 MHz. Mobiele communicatie – toegewezen aan het Ministerie van defensie – is in het vigerend Nationaal Frequentieplan de bestemming voor het laatst genoemde frequentieblok. Ter voorkoming van inter-systeeminterferentie met de defensietoepassing moeten de zenders van frequentieblok LA worden uitgerust met het (gespiegelde) spectrummasker ‘Case 1’. Het toepassen van dit spectrummasker vermindert de kans op inter-systeeminterferentie.Dat is noodzakelijk gelet op het huidige gebruik maar ook met betrekking tot toekomstig gebruik. Met het voorschrijven van het spectrummasker’Case 1’ wordt bereikt dat het afgestraalde out of band spectrum in het 1e nabuurkanaal meer dan 10 dB wordt onderdrukt ten opzichte van het spectrummasker voor ‘Case 2’. Dit komt het doelmatig gebruik van schaarse frequentieruimte ten goede.
Bij het ontwerpen en implementeren van T-DAB zendernetwerken in de L-Band wordt van de vergunninghouder verwacht dat deze rekening houdt met nabuurkanaalinterferentie. De vergunninghouder draagt zelf de zorg voor het vermijden en oplossen van nabuurkanaalinterferentie.
Als scenario kunnen een T-DAB zendernetwerk gemarkeerd met frequentieblok LC (bijvoorbeeld gebied L074) in het grensgebied met het TDAB zendernetwerk gemarkeerd met frequentieblok LB (bijvoorbeeld gebied L077) wederzijds nabuurkanaalinterferentie veroorzaken. Nabuurkanaalinterferentie kan op die ontvangstlocaties optreden waar het verzorgingsgebied LC en het verzorgingsgebied LB elkaar raken. Er wordt een zogenoemd ‘verzorgingsgat’ geslagen.
Nabuurkanaalinterferentie is het gevolg van de technische apparatuur-eigenschappen van T-DAB zenders en T-DAB ontvangers. Dit effect is niet uniek voor T-DAB netwerken maar treedt ook op in andere radiosystemen.
Het voorkomen van nabuurkanaal interferentie
In M-Annex 2, paragraaf 4.1.2 van de Final Acts MA02revCO07 is de maximum interferentie veldsterkte beschreven om nabuurkanaalinterferentie te voorkomen. Nabuurkanaalinterferentie kan worden voorkomen als op een ontvangstlocatie in het grensgebied van twee aan elkaar grenzende allotments de equivalente nabuurfrequentieblokinterferentieveldsterkte van 81 dB(μV/m) niet wordt overschreden. Dit onder de voorwaarde dat de frequentieblokken van de aangrenzende allotments het 1e nabuurfrequentieblok van elkaar zijn. Voor referentie netwerk 2 en referentienetwerk 3 moet de veldsterktewaarde van 81 dB(μV/m) met respectievelijk 2 en 4 dB worden verhoogd.
Van de vergunninghouder/zenderoperator wordt verwacht dat deze het T-DAB netwerk in de L-Band uitrolt naar het principe van ‘good engineering practice’. ‘Good engineering’ practice houdt onder andere in dat van de vergunninghouder mag worden verwacht dat het netwerk is uitgerold op basis van de Referentie Netwerk 2 of Referentie Netwerk 3. De mediane verzorgingsveldsterkte voor 1470 MHz en voor 99% locatiewaarschijnlijkheid bedraagt in de buitenomgeving op de rand van het verzorgingsgebied minimaal 69 dB(μV/m) gemeten op een antennehoogte van 10 m.
Zie voor meer informatie omtrent deze interferentieproblematiek de Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for de frequency band 1452–1479,5 MHz Constanta 2007(MA02revCO07) M-Annex 2 chapter 4.1.2
De spectrummaskers ‘Case 1’ en ‘Case 2’ zijn grafisch weergeven in bijlage I van deze vergunning en toont een (denkbeeldige) omhullende in een frequentieblok waarbinnen het frequentiegebruik plaats kan vinden. De waarden die bij het ‘Case 1’ spectrummasker horen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Het masker is ontleend aan MA02. revCO07 M-Annex 2 chapter 5.3.
Out of band spectrumtabel voor de Case1 en Case 2 maskers:
Case 1 masker (frequentieblokken LA en LP)
+/- 0,77
–26
+/- 0,97
–71
+/- 1,75
–106
Case 2 masker (overige frequentieblokken)
+/- 0,97
–26
+/- 0,97
–56
+/- 3,0
–106
Tabel waarden spectrummaskers
Geografische grenzen van de frequentieblokken
In bijlage I wordt per frequentieblok omschreven in welk geografisch gebied binnen Nederland de frequentieruimte kan worden gebruikt en onder welke voorwaarden. De geografische gebieden zijn geschetst aan de hand van tijdens MA02 afgesproken grenspunten. De illustraties van de gebieden in Nederland zijn gebaseerd op deze grenspunten. Op de bijgesloten CD-ROM staan de geografische grenzen van elk frequentieblok nader gespecificeerd. De vergunninghouder moet zijn netwerk zo dimensioneren dat de waarden genoemd in de tabellen van bijlage 1 niet worden overschreden, zodat geen storing ontstaat op laatstgenoemde buitenlandse frequentieblokken.
Artikelen 4 en 5
Dit artikel beschrijft de procedure om opgenomen te worden in het Master International Frequency Register (MIFR), het frequentieregister van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). Dit register is ingesteld om in het geval van storing tussen zenders te kunnen bepalen wie (internationaal) welke rechten heeft ten aanzien van het gebruik van de betwiste frequentieruimte. Opname in het register gaat per zenderopstelpunt (assignment) en kan niet voor een geheel frequentieblok (allotment) plaatsvinden. Omdat deze vergunning frequentiegebruiksrechten in de vorm van frequentieblokken bevat, zodat een vergunninghouder zijn eigen netwerk kan plannen, moet – indien de vergunninghouder voor zijn frequentiegebruik internationaal gezien bescherming wenst – elk opstelpunt worden aangemeld bij het MIFR. De procedure is facultatief, echter internationale bescherming van de frequentieruimte is volgens de ITU-regels pas bij inschrijving in het MIFR definitief. Voordat tot inschrijving wordt overgegaan worden de gegevens eerst ter inzage gelegd (notificatieprocedure) Inschrijving/notificatie gebeurt op basis van de gegevens bedoeld in bijlage II en kan ook via het European Radiocommunications Office (ERO) verlopen. Deze gegevens zijn gerangschikt in de vorm van een formulier, voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Het tijdige aanleveren van gegevens in elektronisch bestand verdient de voorkeur. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.
Artikel 6
Dit artikel regelt de ingebruiknameverplichting van de frequentieruimte. Uiterlijk 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning moet in tenminste zestien van de 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik zijn genomen. Na 72 maanden geldt dit voor 94 van de 117 gebieden. Uiteraard dient het gebruik in overeenstemming te zijn met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP), zie daarvoor artikel 2 van deze vergunning.
Uitgangspunt bij de keuze voor de ingebruiknameverplichting is dat het niet in gebruik nemen van uitgegeven frequentieruimte ondoelmatig is. Tevens is een uitgangspunt dat, gelet op de uiteenlopende businesscasus en onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de markt voor digitale omroep, geen te zware ingebruiknameverplichting moet worden opgelegd. De gekozen ingebruiknameverplichting voldoet aan beide uitgangspunten.
Mocht in de praktijk blijken dat een vergunninghouder om defensieve redenen niet verder uitrolt dan strikt noodzakelijk is om aan de ingebruiknameverplichting te voldoen, dan zal worden bezien of het uit oogpunt van doelmatig ethergebruik nodig is om de uitrolverplichting aan te scherpen. Artikel 17 van het Frequentiebesluit biedt hiervoor de basis.
Artikel 7
Met de inwerkingtreding van het Besluit van 5 juli 2005 tot wijziging van de artikelen 8, 16 en 17 van het Frequentiebesluit, Stb. 2005, 386, is aan de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid toegekend om aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen te verbinden ter voorkoming van storingen of belemmeringen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat in andere apparaten. De Minister heeft als vaste beleidslijn dat in iedere vergunning waarin géén voorschriften over het maximale zendvermogen zijn opgenomen, het voorschrift op te nemen dat de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal mag veroorzaken. Op pagina 17 van de nota van toelichting bij het eerdergenoemde besluit is aangekondigd dat in een beleidsregel nader zal worden uitgewerkt wanneer er sprake is van een ontoelaatbare belemmering door het gewenste signaal.
Artikelen 8, 9 en 10
Als frequentieruimte in gebruik wordt genomen, informeert de vergunninghouder Agentschap Telecom tijdig (uiterlijk vier weken van tevoren) zodat eventuele storingen snel opgelost of voorkomen kunnen worden.
Voor de melding bedoeld in dit artikel kan gebruik gemaakt worden van het formulier bedoeld in bijlage II. Voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.
Deze artikelen regelen ook dat kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning aan Agentschap Telecom moeten worden gezonden.
Artikel 11
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de vergunning. De vergunning heeft een looptijd van vijftien jaar.