Regeling functieonderhoud politie

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

2

In de aanvraag tot functieonderhoud bedoeld in artikel 6, achtste lid, van het Besluit bezoldiging politie, maakt de ambtenaar aannemelijk dat hij gedurende ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag feitelijk opgedragen werkzaamheden heeft verricht die wezenlijk afwijken van de voor hem geldende functie.

Artikel

3

Het bevoegd gezag wijst de aanvraag om functieonderhoud af indien de feitelijke werkzaamheden:

  • a.

    niet zijn opgedragen;

  • b.

    niet gedurende ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag zijn verricht, of

  • c.

    niet wezenlijk afwijken van de functie van de ambtenaar.

Artikel

4

Artikel

5

Indien het bevoegd gezag besluit de functie van de ambtenaar vanwege het functieonderhoud niet aan te passen aan de feitelijk opgedragen werkzaamheden, wordt de opdracht beëindigd om de feitelijke werkzaamheden, voor zover deze wezenlijk afwijken van de functie, te verrichten.

Artikel

6

Voorafgaand aan een besluit bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 stelt het bevoegd gezag de ambtenaar in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

Artikel

7

In individuele gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet kan het bevoegd gezag een bijzondere voorziening treffen.

Artikel

8

Een aanvraag tot functieonderhoud door het bevoegd gezag ontvangen op uiterlijk 31 december 2008, wordt in het geheel behandeld conform de tot 1 januari 2009 in dat korps bestaande regionale regeling.

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling functieonderhoud politie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. terHorst