Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 december 2008, TRCJZ/2008/3351, houdende regels ten aanzien van de interventie van agrarische producten en tot wijziging van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (Regeling interventie)

Regeling interventie

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op:
  • Verordening (EEG) Nr. 2921/90 van de Commissie van 10 oktober 1990 betreffende de steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt;

  • Verordening (EEG) Nr. 3002/92 van de Commissie van 16 oktober 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie;

  • Verordening (EG) Nr. 2799/1999 van de Commissie van 17 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de toekenning van steun voor ondermelk en mageremelkpoeder voor voederdoeleinden en de verkoop van voornoemd mageremelkpoeder;

  • Verordening (EG) Nr. 214/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor mageremelkpoeder;

  • Verordening (EG) Nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap;

  • Verordening (EG) 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten;

  • Verordening (EG) Nr. 1152/2007 van de Raad van 26 september 2007 tot wijziging van Verordening 1255/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector melk en zuivelproducten;

  • Verordening (EG) 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (‘Integrale GMO-verordening’);

  • Verordening (EG) Nr. 105/2008 van de Commissie van 5 februari 2008 houdende uitvoeringsmaatregelen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter;

  • Verordening (EG) Nr. 273/2008 van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van methoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten;

  • Verordening (EG) Nr. 826/2008 van de Commissie van 20 augustus 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de verlening van steun voor de particuliere opslag van bepaalde landbouwproducten;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Verordening 2921/90: Verordening (EEG) Nr. 2921/90 van de Commissie van 10 oktober 1990 betreffende de steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt (PB L 279);

  • b.

    Verordening 1130/2009: Verordening (EG) nr. 1130/2009 van de Commissie van 24 november 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie (PbEU L 310);

  • c.

    Verordening 1234/2007: Verordening (EG) Nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (‘Integrale GMO-verordening’) (PB L 138);

  • d.

    Verordening 2799/1999: Verordening (EG) Nr. 2799/1999 van de Commissie van 17 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de toekenning van steun voor ondermelk en mageremelkpoeder voor voederdoeleinden en de verkoop van voornoemd mageremelkpoeder (PB L 340);

  • e.

    Verordening 273/2008: Verordening (EG) Nr. 273/2008 van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van methoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten (PB L 88);

  • f.

    Verordening 884/2006: Verordening (EG) 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten (PB L 171);

  • g.

    Verordening 826/2008: Verordening (EG) Nr. 826/2008 van de Commissie van 20 augustus 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de verlening van steun voor de particuliere opslag van bepaalde landbouwproducten (PB L 223);

  • h.

    minister: Minister van Economische Zaken;

  • i.

    contractant: degene die met de minister in het kader van deze regeling een contract sluit;

  • j.

    melk en zuivelproducten: boter, room, mageremelkpoeder en ondermelk;

  • k.

    openbare opslag: aankoop door de minister van boter of mageremelkpoeder tegen een op grond van Europese besluiten vastgestelde gegarandeerde prijs waarna de minister deze producten opslaat;

  • l.

    particuliere opslag: tijdelijk door de contractant voor eigen rekening en risico opslaan van boter;

  • m.

    bijzondere steun: verlening van steun op grond van de in dit artikel bedoelde Europese verordeningen voor bepaalde, in die verordeningen genoemde maatregelen ter bevordering van de afzet van melk en zuivelproducten, al dan niet uit openbare opslag;

  • n.

    interventie: samenstel van openbare opslag, particuliere opslag en bijzondere steun;

  • o.

    productiebedrijf: productiebedrijf van boter, ondermelk, mageremelkpoeder of meerdere van deze producten of mengvoeder;

  • p.

    NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken;

  • q.

    COKZ: Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

  • r.

    RIKILT: Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten;

  • s.

    Verordening 1272/2009: Verordening (EU) nr. 1272/2009 van de Commissie van 11 december 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de aankoop en de verkoop van landbouwproducten in het kader van de openbare interventie (PbEU L 349);

  • t.

    Verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad(PbEU 2004, L 139);

  • u.

    verordening 2015/1852: Gedelegeerde verordening (EU) nr. 2015/1852 van de Commissie van 15 oktober 2015 tot opening van een tijdelijke buitengewone regeling voor de particuliere opslag van bepaalde soorten kaas en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag (PbEU 2015, L 271);

  • v.

    Verordening 854/2004: Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 139);

  • w.

    erkenningsnummer van de fabriek: erkenningsnummer als bedoeld in artikel 3, derde lid, van Verordening 854/2004.

Paragraaf

2

Aanwijzing interventiebureau en bevoegde instanties

Artikel

2

Als interventiebureau, bevoegde autoriteit of bevoegde instantie als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordeningen wordt aangewezen de minister.

Artikel

3

Artikel

4

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt het RIKILT aangewezen als bevoegde autoriteit voor het verrichten van de taken, vermeld in Bijlage V, Deel I, punt 3 van Verordening 1272/2009.

Paragraaf

3

Erkenningen

Artikel

5

Indien uit een van de in artikel 1 genoemde verordeningen voortvloeit dat een met een interventie verband houdende handeling slechts mag plaatsvinden ten opzichte van of door een natuurlijke of rechtspersoon die voldoet aan te stellen voorwaarden van persoonlijke of zakelijke aard en deswege moet zijn erkend, verleent de minister deze erkenning nadat de belanghebbende daartoe een aanvraag heeft ingediend en heeft aangetoond dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Als aanvullende eisen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, van Verordening 2799/1999 worden gesteld:

  • a.

    het bedrijf dat mageremelkpoeder denatureert of verwerkt tot mengvoeder houdt dagelijks een voorraadboekhouding en administratie bij, die ten minste de volgende gegevens bevat:

    • de aangekochte hoeveelheden mageremelkpoeder met daarbij de naam en het adres van de leverancier, het land van oorsprong en het gehalte aan melkeiwitten van de aangekochte producten;

    • de datum van de vervaardiging en de vervaardigde hoeveelheid gedenatureerd melkpoeder of mengvoeder alsmede de samenstelling van het product met opgave van het procentuele aandeel van de bestanddelen;

    • in voorkomend geval de hoeveelheden aangekochte en verwerkte denaturatiemiddelen met daarbij de naam en het adres van de leverancier, het land van oorsprong en het gehalte aan melkeiwitten van de aangekochte producten;

    • de data van verkoop en afgeleverde hoeveelheden gedenatureerde mageremelkpoeder of mengvoeder, alsmede de naam en het adres van de afnemer;

    • de hoeveelheidswijzigingen in de voorraden mageremelkpoeder als gevolg van verliezen, monsters, retourzendingen, omruiling of soortgelijke oorzaken.

  • b.

    het bedrijf beschikt over een geschikte ruimte ten behoeve van administratieve en bemonsteringswerkzaamheden.

Artikel

8

Erkenningen kunnen overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde verordeningen worden geschorst of ingetrokken door de minister.

Artikel

9

Een erkenning is geldig vanaf de datum van afgifte.

Paragraaf

4

Controle op de samenstelling en kwaliteit van boter uit de markt

Artikel

10

Indien boter in een andere lidstaat van de Europese Unie is vervaardigd en in Nederland een bestemming krijgt op grond van deze regeling:

  • a.

    verstrekt de aanbieder, bedoeld in artikel 20, het originele certificaat, bedoeld in Bijlage IV, Deel I, punt 6, eerste alinea, van Verordening 1272/2009, aan de minister, of

  • b.

    verstrekt de contractant het certificaat, bedoeld in Bijlage II van Verordening 826/2008, aan de minister.

Artikel

11

Paragraaf

5

Herkeuring van monsters

Artikel

12

Artikel

13

De belanghebbende dient binnen de in Bijlage XXI, eerste punt, van Verordening 273/2008 bedoelde termijn bij de minister een aanvraag tot nadere analyse van het duplo-monster als bedoeld in Bijlage XXI, eerste punt, van Verordening 273/2008 in.

Artikel

14

De minister wijst op verzoek van het tweede laboratorium als bedoeld in artikel 12, eerste lid, een ander laboratorium aan indien dat tweede laboratorium niet tot het verrichten van de benodigde analyses is uitgerust.

Artikel

15

De belanghebbende levert het in artikel 18, vijfde lid, van Verordening 273/2008 bedoelde bewijs aan de NVWA.

Artikel

16

Opslagpartijen boter, vermeld op de inslagopgave, bedoeld in artikel 82, eerste lid, komen niet in aanmerking voor steun op grond van Hoofdstuk 5, indien na de beoordeling, bedoeld in artikel 12, tweede lid, is gebleken dat de boter niet voldoet aan de steunvoorwaarden.

Paragraaf

6

Betalingen en zekerheden

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Vervallen

Hoofdstuk

2

Openbare opslag

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

20

In dit hoofdstuk wordt onder aanbieder verstaan: degene die boter of mageremelkpoeder ter overname aan de minister aanbiedt.

Paragraaf

2

Aankoop boter

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Door het indienen van de in artikel 22 bedoelde vooraanmelding verklaart de aanbieder zich akkoord dat de minister de partijen boter voordat de voorwaardelijke overname van de boter heeft plaatsgevonden, in bewaring geeft in door de minister aangewezen vrieshuizen en dat de partijen worden bemonsterd en gecontroleerd.

Artikel

24

Indien de aanbieder van de in artikel 22 bedoelde vooraanmelding gebruik maakt, brengt de minister de volgende kosten bij hem in rekening:

  • a.

    de kosten van aanmelding;

  • b.

    de kosten van het lossen;

  • c.

    de kosten van de opslag voor de periode van de dag van inslag in het door de minister aangewezen vrieshuis tot de dag van voorwaardelijke overname van de boter.

Artikel

25

Artikel

26

Paragraaf

3

Aankoop mageremelkpoeder

Artikel

27

Het in Bijlage V, Deel I, punt 6, van Verordening 1272/2009 bedoelde certificaat wordt op aanvraag door de minister afgegeven indien het productiebedrijf het bewijs levert dat aan de in dat artikellid gestelde eisen is voldaan.

Artikel

28

Paragraaf

4

Levering, opslag en uitslag boter en mageremelkpoeder

Artikel

29

De minister sluit met het opslagpand of het vrieshuis een opslagcontract als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening 884/2006.

Artikel

30

Artikel

31

Onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde lid, van Verordening 1272/2009 beschikken opslagpanden over weegschalen en toetsgewichten als bedoeld in artikel 30, onder e en f.

Artikel

32

Indien in het vrieshuis of het opslagpand beschadigde of vuile dozen boter of zakken mageremelkpoeder worden aangetroffen, wordt aangenomen dat de beschadiging of verontreiniging in het vrieshuis of het opslagpand is geschied en zullen de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van het vrieshuis of opslagpand komen.

Artikel

33

Indien het vrieshuis of het opslagpand naar het oordeel van de minister – rekening houdend met de duur van de opslag – niet voldoende zorgdraagt voor het op peil blijven van de kwaliteit dan wel de verpakking van de boter of het mageremelkpoeder, dan wel anderszins de gestelde voorwaarden niet of niet volledig nakomt, is de minister gerechtigd ofwel de boter of het mageremelkpoeder naar elders te doen vervoeren en te doen opslaan, ofwel de nodige andere maatregelen te treffen. De daaruit voortvloeiende kosten komen, voor zover het boter betreft, voor rekening van het vrieshuis en, voor zover het mageremelkpoeder betreft, voor rekening van het opslagpand.

Artikel

34

De aanbieder levert de boter of het mageremelkpoeder aan het vrieshuis respectievelijk het opslagpand aan op pallets die elk 1.000 of 1.250 kilogram omvatten, met uitzondering van de laatste pallet van een partij die een lager aantal kilogram mag omvatten.

Artikel

35

De pallets zijn per partij uniform van soort en van gewicht, tenzij elke pallet van een TARRA-etiket is voorzien dan wel het gewicht erin is gegraveerd.

Artikel

36

Per partij mageremelkpoeder levert de aanbieder ten minste drie lege zakken, bestemd voor mageremelkpoeder en die identiek zijn aan die van de geleverde partij, mee.

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

Indien de boter of het mageremelkpoeder niet in aanmerking komt voor overname in openbare opslag, neemt de aanbieder de betreffende boter of het mageremelkpoeder binnen 14 dagen na de datum van het afwijzingsbericht terug of hij slaat het voor eigen rekening en risico separaat van de interventievoorraad op dan wel laat hij het separaat opslaan. De analysekosten brengt de minister bij de aanbieder in rekening.

Artikel

40

Paragraaf

5

Verkoop boter en mageremelkpoeder

Subparagraaf

5.1

Zonder bestemmingsverplichting

Artikel

41

Artikel

42

Artikel

43

In de situatie als bedoeld in artikel 51, derde lid, van Verordening 1272/2009 wordt in opdracht van de minister door het opslagpand of het vrieshuis uiterlijk op de 30e dag na de datum van de door de minister opgestelde kennisgeving als bedoeld in artikel 47 een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van de aan de koper toegewezen mageremelkpoeder of boter als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van Verordening 1272/2009 die nog niet is afgehaald.

Artikel

44

De koper van het mageremelkpoeder of de boter informeert de minister schriftelijk over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand of vrieshuis, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

Artikel

45

De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 49 van Verordening 1272/2009 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

Artikel

46

De in artikel 41, derde lid, van Verordening 1272/2009 bedoelde berichten worden geplaatst op de website van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Subparagraaf

5.2

Met bestemmingsverplichting

Artikel

47

Artikel

48

De koper van het mageremelkpoeder informeert de minister schriftelijk over de door hem met het opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

Artikel

49

In de situatie als bedoeld in artikel 35, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 2799/1999 wordt in opdracht van de minister door het opslagpand uiterlijk op de 30e dag na de sluitingsdatum van de desbetreffende bijzondere openbare inschrijving een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van het aan de koper toegewezen mageremelkpoeder als bedoeld in artikel 35, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 2799/1999 dat nog niet is afgehaald.

Artikel

50

De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van Verordening 2799/1999 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Artikel

54

Het in artikel 26, vierde lid, van Verordening 2799/1999 bedoelde bericht wordt door de minister bekendgemaakt.

Hoofdstuk

3

Denaturatie en verwerking van mageremelkpoeder en ondermelk tot mengvoeder

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Indien aan alle voorwaarden voor het ontvangen van steun is voldaan, betaalt de minister het betreffende bedrag uiterlijk aan het begin van de vierde week na het verstrijken van de periode als bedoeld in artikel 56, eerste respectievelijk tweede lid.

Artikel

58

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Van de verwerkingsstaat als bedoeld in artikel 60, derde lid, houdt de fabrikant van mengvoeders vanaf de derde dag na afloop van de verwerkingsperiode een exemplaar ter beschikking van de NVWA.

Hoofdstuk

4

Steun voor de aankoop van boter door instellingen en gemeenschappen zonder winstoogmerk

Artikel

62

Vervallen

Artikel

63

Vervallen

Artikel

64

Vervallen

Artikel

65

Vervallen

Artikel

66

Vervallen

Artikel

67

Vervallen

Artikel

68

Vervallen

Artikel

69

Vervallen

Artikel

70

Vervallen

Artikel

71

Vervallen

Artikel

72

Vervallen

Artikel

73

Vervallen

Hoofdstuk

5

Particuliere opslag van boter

Artikel

74

Zodra de Commissie van de Europese Unie daartoe een specifieke uitvoeringshandeling heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van boter. Hij doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van boter van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de, in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringshandeling.

Artikel

75

Een aanvraag om de in artikel 74 bedoelde steun wordt ingediend bij de minister.

Artikel

76

Artikel

77

Particuliere opslag van boter vindt plaats in vrieshuizen die:

  • a.

    een van een geldig ijkmerk voorziene weegschaal – met een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig – beschikbaar hebben waarop een doos met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden,

  • b.

    de boter in particuliere opslag duidelijk scheiden van andere voorraden, en

  • c.

    beschikken over een bemonsteringsruimte.

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 82, eerste lid, vermelde opslagpartijen boter kunnen slechts bestaan uit boter die in dezelfde fabriek is geproduceerd.

Artikel

81

Vervallen

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

De uitslag bedraagt ten minste 1.000 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 1.000 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

Artikel

85

Artikel

86

Zo spoedig mogelijk na de uitslag zendt het vrieshuis bevestiging van de uitslag aan de minister.

Artikel

87

Hoofdstuk

5a

Particuliere opslag van mageremelkpoeder

Artikel

87a

Zodra de Commissie van de Europese Unie daartoe een specifieke uitvoeringshandeling heeft vastgesteld, kan de Minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder. Hij doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van mageremelkpoeder van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringshandeling.

Artikel

87b

Een aanvraag om de in artikel 87a bedoelde steun wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld formulier.

Artikel

87c

Artikel

87d

Artikel

87e

Artikel

87f

De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 87g, eerste lid, vermelde opslagpartijen mageremelkpoeder kunnen slechts bestaan uit partijen die in dezelfde fabriek zijn geproduceerd.

Artikel

87g

Artikel

87h

Artikel

87i

De uitslag bedraagt ten minste 1.000 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 1.000 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

Artikel

87j

Artikel

87k

Zo spoedig mogelijk na de uitslag zendt het opslagpand, met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier, bevestiging van de uitslag aan de Minister.

Artikel

87l

Hoofdstuk

5b

Particuliere opslag van kaas

Artikel

87m

Artikel

87n

Een aanvraag om de in artikel 87m bedoelde steun wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel

87o

Artikel

87p

Artikel

87q

Artikel

87r

Artikel

87s

Artikel

87t

De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 87u, eerste lid, vermelde opslagpartijen kaas kunnen slechts bestaan uit een partij die in dezelfde erkende fabriek is geproduceerd.

Artikel

87u

Artikel

87v

Artikel

87w

De uitslag bedraagt ten minste 500 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 500 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

Artikel

87x

Artikel

87y

Vervallen

Artikel

87z

Artikel

87aa

Hoofdstuk

6

Particuliere opslag varkensvlees en rundvlees

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

88

Artikel

89

Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen daartoe specifieke uitvoeringsregels heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van rundvlees en varkensvlees. De minister doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van varkensvlees en rundvlees van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringsregels.

Artikel

90

De aanvraag bedoeld in artikel 89 wordt ingediend conform een daartoe bij de minister op te vragen formulier.

Artikel

91

Paragraaf

2

Uitbening van rundvlees

Artikel

92

Indien in het kader van de particuliere opslag van rundvlees uitbening of versnijding plaatsvindt, worden de volgende voorschriften in acht genomen:

  • a.

    het uitbenen, versnijden en verpakken van het rundvlees vindt plaats in een uitsnijderij die is erkend op grond van Verordening (EG) Nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 226);

  • b.

    het bedrijf moet op de locatie waar wordt uitgebeend, versneden en verpakt beschikken over geijkte weegschalen met een afdrukeenheid en afleeseenheid van ten hoogste 100 gram ten behoeve van de afzonderlijke weging van voorvoeten en achtervoeten en dozen met uitgebeend rundvlees;

  • c.

    ten behoeve van de toetsing van een juiste gewichtsvaststelling beschikt de uitsnijderij over van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van ten minste 5 kilogram en ten hoogste 25 kilogram, elk voor een totaal gewicht van ten minste 100 kilogram;d. per uit te benen of te versnijden partij rundvlees worden door de uitsnijderij dagelijks bijgewerkte paklijsten opgemaakt volgens een bij de minister op te vragen formulier;

  • e.

    de werkzaamheden van het uitbenen en verpakken vinden plaats op werkdagen tussen 07.00 uur en 17.00 uur en uitsluitend onder toezicht van een ambtenaar van de NVWA;

  • f.

    de ruimte waar wordt uitgebeend en uitgesneden is afsluitbaar;

  • g.

    het bedrijf waar de uitsnijderij zich bevindt, beschikt over een deugdelijke kantoorruimte voor de ambtenaar van de NVWA;

  • h.

    tijdens het uitbenen en verpakken van het betrokken vlees mag in de uitsnijruimte waar wordt uitgebeend geen ander rundvlees aanwezig zijn dan het rundvlees waarop deze regeling van toepassing is.

Paragraaf

3

Inslag en opslag van varkensvlees en rundvlees

Artikel

93

Artikel

94

De contractant meldt de dag, het tijdstip en de plaats van inslag, en, in voorkomend geval, de plaats van de uitbening of versnijding, ten minste 2 werkdagen van tevoren uiterlijk om 10.00 uur schriftelijk aan de minister. Deze melding gebeurt conform een bij de minister op te vragen formulier.

Artikel

95

Artikel

96

De totale hoeveelheid varkensvlees en rundvlees waarvoor een contract is afgesloten, wordt in één vrieshuis opgeslagen.

Artikel

97

Artikel

98

Het vrieshuis legt in zijn administratie het gewicht van de van de uitsnijderij afkomstige uitgebeende of versneden producten rundvlees vast zoals die in de controlelijst/verzendlijst door de NVWA in de uitsnijderij zijn opgenomen.

Artikel

99

De contractant toont, op eerste verzoek van de NVWA, door middel van documenten aan dat het voor particuliere opslag bestemde varkensvlees voldoet aan de 10-dagen termijn bedoeld in Bijlage I, onder I. Vlees, onder c, van Verordening 826/2008.

Artikel

100

De contractant verstrekt aan de minister per contract een inslagopgave van alle ingeslagen partijen varkensvlees en rundvlees. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een bij de minister op te vragen document.

Artikel

101

Artikel

102

Van de in artikel 22, derde lid, van Verordening 826/2008 bedoelde voorraadboekhouding maken eveneens de aan die voorraadboekhouding ten grondslag liggende brondocumenten deel uit.

Artikel

103

Het vrieshuis kan de minister verzoeken om varkensvlees en rundvlees onder de in Bijlage 2 vermelde voorwaarden in stellingen op te mogen slaan die na de inslagcontrole door de NVWA worden verzegeld.

Artikel

104

Voor de inslag en opslag van varkensvlees en rundvlees komt uitsluitend een vrieshuis in aanmerking dat beschikt over:

  • a.

    een van een geldig ijkmerk voorziene weegschaal met een afleeseenheid op 1 kilogram nauwkeurig en waarop een opslageenheid als bedoeld in artikel 101, tweede lid, in zijn geheel kan worden gewogen, en

  • b.

    van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram zodat in ieder geval 200 kilogram kan worden gemeten.

Artikel

105

Indien het varkensvlees of rundvlees op een andere plaats wordt ingevroren dan waar het wordt opgeslagen dan gelden de voorwaarden als opgenomen in Bijlage 3.

Paragraaf

4

Uitslag van varkensvlees en rundvlees

Artikel

106

Paragraaf

5

Vervroegde uitslag van varkensvlees en rundvlees op grond van artikel 28, derde lid, van verordening 826/2008

Artikel

107

Artikel

108

Als dag van uitslag als bedoeld in artikel 28, derde lid, van Verordening 826/2008 wordt aangemerkt de in de kennisgeving, bedoeld in artikel 106, gemelde dag van uitslag.

Artikel

109

Hoofdstuk

6a

Herstructurering suikerindustrie

Artikel

109a

Vervallen

Hoofdstuk

7

Overige bepalingen

Paragraaf

1

De commissie officiële nederlandse zuivelnoteringen

Artikel

110

Artikel

111

Artikel

112

De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van de zaken- en bedrijfsgeheimen, welk hun als zodanig ter kennis zijn gekomen, en van alle aangelegenheden, waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen.

Artikel

113

Ter vaststelling van de notering van de in artikel 116 genoemde producten baseert de commissie zich zoveel mogelijk op de prijzen welke op de dag van de notering voor de desbetreffende Nederlandse producten gangbaar zijn en zij houdt tevens rekening met de voor de komende week in redelijkheid te verwachten ontwikkeling. Ingeval voor een bepaald product van Nederlandse origine voor langere tijd niet of nauwelijks een gangbare prijs voorhanden is, kan – mits zulks duidelijk bij de bekendmaking wordt vermeld – een product van E.G.-origine worden genoteerd.

Artikel

114

Artikel

115

De noteringen worden schriftelijk vastgesteld en onmiddellijk daarna bekend gemaakt.

Artikel

116

Paragraaf

2

Overmacht

Artikel

117

Paragraaf

3

Slotbepalingen en wijziging Regeling glb-inkomenssteun 2006

Artikel

119

Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

Artikel

120

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling interventie.

Artikel

121

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Den Haag
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 79

Voorwaarden voor de opslag van boter, mageremelkpoeder en kaas in verzegelde stellingen

  • 1.

    De pallets met boter, mageremelkpoeder en kaas worden zodanig in stellingen opgeslagen dat na het aanbrengen van het nylonkoord de pallets niet uit de stelling gehaald kunnen worden zonder dat het koord losgemaakt wordt.

  • 2.

    Het aanbrengen van het koord en het verzegelen vinden tijdens de inslagcontrole plaats. Tijdens deze inslagcontrole dient de boter, mageremelkpoeder en kaas bereikbaar en controleerbaar te zijn of te worden gemaakt.

  • 3.

    Het koord wordt door het vrieshuis of opslagpand onder toezicht van de NVWA aangebracht, en de uiteinden worden zodanig samengeknoopt dat daar het zegel – t.b.v. de verzegeling – door de NVWA kan worden bevestigd.

  • 4.

    De verzegelde stelling wordt per opslagpartij voorzien van een kaart waarop de navolgende gegevens worden vermeld:

    • stellingnummer;

    • opslagpartijnummer(s);

    • aantal verpakkingseenheden per opslagpartij;

    • datum van inslag;

    • datum inslagcontrole, naam en handtekening en stempel van de NVWA;

    • datum opslagcontrole(s), naam en handtekening en stempel van de NVWA.

  • 5.

    Het vrieshuis of opslagpand draagt zorg voor het nylonkoord en voor de onder punt 4. bedoelde kaarten.

  • 6.

    De minister behoudt zich het recht voor om ongeacht de verzegeling toch een of meerdere partijen aan een nadere controle te onderwerpen. Dit betekent dat de opslagpartijen dan controleerbaar gemaakt moeten worden.

  • 7.

    Wanneer bij controle blijkt dat de verzegeling is verbroken zullen de desbetreffende opslagpartijen boter, mageremelkpoeder en kaas aan een intensieve controle worden onderworpen.

  • 8.

    Vóór uitslag vindt er een eindcontrole plaats en tijdens deze controle verbreekt de NVWA het zegel.

  • 9.

    Uitsluitend wanneer de uitslag tijdig is aangemeld en de desbetreffende opslagpartij(en) niet aan een eindcontrole wordt (worden) onderworpen mag het vrieshuis of opslagpand het zegel op de aangemelde dag van uitslag verbreken.

    In dat geval wordt op de in punt 4 genoemde kaart door de medewerker van het vrieshuis of opslagpand vermeld:

    • ‘verzegeling verbroken’;

    • datum en uur van ontzegelen;

    • naam en handtekening.

    Wanneer na de uitslag van de desbetreffende aangemelde (deel)-hoeveelheid van de partij zich nog boter, mageremelkpoeder en kaas in de desbetreffende stelling bevindt zal deze bij een volgende controle door de NVWA aan een intensieve controle worden onderworpen.

  • 10.

    Indien een contractant bezwaar heeft tegen opslag in stellingen, dient dit bezwaar vóór de opslag bij zowel de vrieshuishouder of opslagpandhouder als bij de minister schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 103

Voorwaarden voor de opslag van varkensvlees of rundvlees in verzegelde stellingen

  • 1.

    De opslageenheden met vlees worden zodanig in stellingen opgeslagen dat na het aanbrengen van het nylonkoord de opslageenheden niet uit de stelling gehaald kunnen worden zonder het koord los te maken.

  • 2.

    Het aanbrengen van het koord en het verzegelen vinden plaats tijdens de inslagfiatteringscontrole. Deze controle vindt plaats nadat de inslag van het desbetreffende contract is voltooid. Tijdens deze inslagfiatteringscontrole is het vlees bereikbaar en controleerbaar of kan het gemakkelijk bereikbaar en controleerbaar worden gemaakt.

  • 3.

    Het koord wordt door het vrieshuis onder toezicht van de NVWA aangebracht, en de uiteinden worden zodanig samengeknoopt dat de NVWA daar het zegel – ten behoeve van de verzegeling – kan bevestigen.

  • 4.

    De verzegelde stelling wordt per partij voorzien van een kaart waarop de navolgende gegevens worden vermeld:

    • stellingnummer;

    • naam product;

    • contractnummer;

    • naam contractant;

    • inslagdatum;

    • partijnummer;

    • aantal dozen/stuks;

    • aantal kilogrammen;

    • datum inslagfiatteringscontrole, naam, handtekening en stempel van de ambtenaar van de NVWA;

    • datum/data controle aanwezigheid, naam, handtekening en stempel van de ambtenaar van de NVWA.

  • 5.

    Het vrieshuis zorgt voor het nylonkoord en voor de onder punt 4 bedoelde kaarten.

  • 6.

    De AID kan ongeacht de verzegeling één of meer partijen aan een nadere controle onderwerpen. In dat geval maakt het vrieshuis de partijen controleerbaar.

  • 7.

    Wanneer bij controle blijkt dat de verzegeling is verbroken worden de desbetreffende partijen aan een intensieve controle onderworpen.

  • 8.

    Vóór de uitslag vindt er een eindcontrole plaats en tijdens deze controle verbreekt de NVWA het zegel.

  • 9.

    Uitsluitend wanneer de uitslag tijdig is aangemeld en de desbetreffende partij(en) niet aan een eindcontrole wordt (worden) onderworpen mag het vrieshuis het zegel op de aangemelde dag van uitslag zelf verbreken.

    In dat geval wordt op de in punt 4 genoemde kaart door de medewerker van het vrieshuis vermeld:

    • ‘verzegeling verbroken’;

    • datum en uur van ontzegelen;

    • naam en handtekening.

      Wanneer na de uitslag van de desbetreffende aangemelde (deel)-hoeveelheid van de partij zich nog vlees in de desbetreffende stelling bevindt, zal deze bij een volgende controle door de NVWA aan een intensieve controle worden onderworpen.

  • 10.

    Indien een contractant bezwaar heeft tegen opslag in stellingen, dient dit bezwaar vóór de opslag aan zowel de vrieshuishouder als aan de minister schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.

Bijlage

3

als bedoeld in artikel 105

Voorwaarden invriezen van rundvlees en varkensvlees op andere plaats dan plaats van opslag

Voor partijen vlees, die buiten de plaats van definitieve opslag worden ingevroren, gelden de volgende voorwaarden.

  • 1.

    Onmiddellijk na de weging wordt met betrekking tot de ingeslagen hoeveelheden door het vrieshuis een inslagbewijs opgemaakt. Dit inslagbewijs bevat ten minste de gegevens zoals vermeld in artikel 97, tweede lid.

  • 2.

    Alvorens de minister kan overgaan tot het in behandeling nemen van een aanmelding voor verplaatsing moet de minister in het bezit zijn van de inslagopgave, zoals vermeld in artikel 100.

  • 3.

    Na het invriezen wordt het vlees, in afwachting van het verplaatsen naar een ander vrieshuis per contract afzonderlijk en duidelijk gescheiden van andere voorraden, opgeslagen.

    Elke opslageenheid is voorzien van een kaart, waarop duidelijk leesbaar de gegevens zijn vermeld, bedoeld in artikel 101, tweede lid.

  • 4.

    De dag, het tijdstip en de naam en plaats van het vrieshuis, alsmede het contractnummer en de hoeveelheid vlees dat zal worden overgebracht, wordt ten minste 2 werkdagen tevoren uiterlijk om 10.00 uur schriftelijk aan de minister gemeld. De totale hoeveelheid van een contract wordt op dezelfde dag verplaatst.

  • 5.

    Uitsluitend de gehele hoeveelheid vlees waarvoor een contract is gesloten kan worden verplaatst, met dien verstande dat de overbrenging naar het vrieshuis van opslag binnen de voor varkensvlees en rundvlees geldende inslagtermijn moet hebben plaatsgevonden.

  • 6.

    Het transport gaat vergezeld van een afschrift of fotokopie van het onder punt 1 genoemd inslagbewijs. Bij de inslag in het vrieshuis van definitieve opslag, wordt dit document aan de NVWA, ten behoeve van de controle, overgelegd.

  • 7.

    Het nieuwe vrieshuis bewaart de onder punt 6 bedoelde inslagbewijzen, tezamen met de inslagbewijzen die door het nieuwe vrieshuis zijn opgemaakt, en legt deze op verzoek van de NVWA tijdens de opslagcontrole aan hem over.

  • 8.

    De contractant verstrekt van de inslag in het definitieve vrieshuis aan de minister een inslagopgave zoals bedoeld in artikel 100. Op de inslagopgave vermeldt de contractant tevens: ‘verplaatsing’.

    Deze inslagopgave is uiterlijk één maand na de inslag in het definitieve vrieshuis in het bezit van de minister.

  • 9.

    De opslagperiode gaat in op de dag volgend op de dag van inslag in het definitieve vrieshuis van opslag.