Wet van 18 december 2008 tot wijziging van de Monumentenwet 1988 in verband met onder meer beperking van de ministeriële adviesplicht bij aanvragen om een monumentenvergunning

Wijzigingswet Monumentenwet 1988 en Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (beperking ministeriële adviesplicht bij aanvragen monumentenvergunning)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de adviesverplichting van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij aanvragen om een monumentenvergunning voor beschermde gebouwde monumenten te beperken, als gevolg waarvan de administratieve en bestuurlijke lasten voor het Rijk, de provincies, de gemeenten en de burgers zullen verminderen;
dat het gelet op het bestand aan beschermde gebouwde monumenten wenselijk is zeer terughoudend te zijn met aanwijzing als beschermd monument van monumenten op verzoek van belanghebbenden;
dat het wenselijk is andere procedurele vereenvoudigingen door te voeren;
dat in verband daarmee de Monumentenwet 1988 dient te worden gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Monumentenwet 1988.

Artikel

II

Artikel

III

Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Artikel

IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R. H. A. Plasterk
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin