Wet van 11 december 2008 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de flexibilisering en verduidelijking alsmede enkele aanvullingen van de regeling van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding

Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met flexibilisering, verduidelijking en enkele aanvullingen van de rechtspositieregeling van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel

III

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel

IVa

Wijzigt de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Loodsenwet en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel

IVb

Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling, de Uitvoeringswet grondkamers, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Artikel

V

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

VI

Wijzigt de Algemene wet op het binnentreden.

Artikel

VII

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Artikel

VIIa

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.

Artikel

VIIb

Wijzigt de Militaire Ambtenarenwet 1931.

Artikel

VIIc

Wijzigt de Wet gewetensbezwaren militaire dienst.

Artikel

VIId

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel

VIIe

Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.

Artikel

VIIf

Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.

Artikel

VIIg

Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Artikel

VIIh

Wijzigt de Wet op de Raad van State en deze wet.

Artikel

VIIi

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel

VIIj

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State) en de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel

VIIk

Wijzigt de Wet Dieren en deze wet.

Artikel

VIIl

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.

Artikel

VIIm

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

VIIn

Wijzigt de Beroepswet en de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel

VIII

De artikelen 1:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 47, derde en vierde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing, indien een schriftelijke beslissing of een handeling van een onafhankelijk bij wet ingesteld met rechtspraak belast orgaan, de voorzitter of een lid van een zodanig orgaan, het bestuur van een zodanig orgaan of de voorzitter van dat bestuur, de Raad voor de rechtspraak, dan wel de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal bij de Hoge Raad, waarbij een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar als zodanig of een nagelaten betrekking of rechtverkrijgende belanghebbende is, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen of verricht.

Artikel

VIIIa

Artikel

IX

Na de inwerkingtreding van deze wet:

Artikel

X

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin