Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 24 september 2008, houdende de vaststelling van nadere regels ter zake van de invoer van jonge mannelijke mestrunderen

Verordening invoer jonge mannelijke mestrunderen (PVV) 2008

Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees;

Besluit:

Artikel

1

In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

  • 1.

    productschap: Productschap Vee en Vlees;

  • 2.

    bestuur: bestuur van het productschap;

  • 3.

    voorzitter: de voorzitter van het productschap;

  • 4.

    uitvoeringsverordening: Verordening (EG) Nr. 558/2007 van de Commissie van 23 mei 2007 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van jonge mannelijke mestrunderen (PbEU L 132);

  • 5.

    Verordening (EG) nr. 376/2008: Verordening van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PBEG L 114);

  • 6.

    Verordening (EG) nr. 1234/2007: Verordening van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU L 299);

  • 7.

    Verordening (EG) nr. 1760/2000: Verordening van 17 juli 2000 van het Parlement en de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten (PbEU L 204);

  • 8.

    Regeling identificatie en registratie van dieren: de Regeling identificatie en registratie van dieren (Stcrt. 2002, 248);

  • 9.

    formulier zekerheidstelling: formulier waarin de verklaring van het productschap wordt opgenomen houdende vermelding van de hoeveelheid en het soort product en het bedrag waarvoor zekerheid is gesteld, met welk formulier aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst mededeling wordt gedaan van het stellen van de zekerheid bij het productschap. Het model van het formulier is vervat in de bijlage bij de verordening;

  • 10.

    importeur: degene die jonge mannelijke mestrunderen invoert in het kader van de uitvoeringsverordening;

  • 11.

    invoercertificaat: document, gedefinieerd en nader bepaald in Verordening (EG) nr. 376/2008, dat het recht en de plicht meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven product en dat moet worden overgelegd bij de indiening van de aangifte ten invoer;

  • 12.

    gezondheidscertificaat: een door de douane afgestempelde kopie van het gezondheidscertificaat dat de veterinaire verklaring bevat van de officiële veterinaire dienst van het land van herkomst van de runderen, welk certificaat voldoet aan het bepaalde bij of krachtens Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees uit derde landen (PbEG L302);

  • 13.

    veterinaire verklaring: de in het gezondheidscertificaat opgenomen verklaring die gebaseerd is op de veterinaire situatie in het land van herkomst van de runderen, gespecificeerd naar bedrijfsniveau of naar individuele runderen;

  • 14.

    verklaring van een dierenarts of een andere veterinaire deskundige: een verklaring waarin ten minste zijn opgenomen, de identificatie- en registratie gegevens van het dier, het ziektebeeld, de reden voor de noodslachting of de vermoedelijke doodsoorzaak, de datum van overlijden of ,indien bekend,de datum van noodslachting;

  • 15.

    weeglijst: een lijst die een specificatie van het gewicht per rund bevat, onder vermelding van het oorspronkelijke identificatienummer van het land van herkomst van het betrokken rund;

  • 16.

    merk: merk als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren;

  • 17.

    transscriptielijst: een door de Gezondheidsdienst voor Dieren BV gewaarmerkte lijst waarin de oorspronkelijke en nationale oormerknummers per dier zijn vermeld;

  • 18.

    jonge mannelijke mestrunderen: jonge mannelijke runderen van de GN codes 01029005, 01029029 of 01029049, die bestemd zijn om in de Europese Gemeenschap te worden gemest;

  • 19.

    VWA: de Voedsel en Waren Autoriteit;

  • 20.

    erkend slachthuis: een slachthuis dat door de Voedsel en Waren Autoriteit is erkend;

  • 21.

    erkenningsnummer: het nummer waaronder een slachthuis is erkend door de Voedsel en Waren Autoriteit;

  • 22.

    stallijst: een melding als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub a, van deze verordening.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De importeur is gehouden bij de aangifte ten invoer van de desbetreffende runderen ten minste de onderstaande documenten te overleggen:

  • 1.

    een door het productschap afgegeven invoercertificaat jonge mannelijke mestrunderen;

  • 2.

    een elektronische aangifte of een schriftelijk opgemaakte aangifte ten invoer met een bijbehorend formulier zekerheidstelling;

  • 3.

    een weeglijst waarin een specificatie van het gewicht per rund is opgenomen onder vermelding van het nationale identificatienummer van het betrokken rund;

  • 4.

    een gezondheidscertificaat;

  • 5.

    eventueel aanvullend bewijs zoals is voorgeschreven in de uitvoeringsverordening.

Artikel

7

De importeur is gehouden aan het productschap ten minste de onderstaande documenten te overleggen:

  • 1.

    een door het productschap afgegeven invoercertificaat jonge mannelijke mestrunderen, dat is ondertekend door de douaneautoriteiten;

  • 2.

    een elektronische aangifte of bij een schriftelijke aangifte ten invoer met een bijbehorend formulier zekerheidstelling;

  • 3.

    een weeglijst waarin een specificatie van het gewicht per rund is opgenomen onder vermelding van het nationale identificatienummer van het betrokken rund;

  • 4.

    een gezondheidscertificaat;

  • 5.

    een transscriptielijst;

  • 6.

    een stallijst;

  • 7.

    aanvullend bewijs zoals is voorgeschreven in de uitvoeringsverordening.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Ten bewijze dat aan de in de uitvoeringsverordening opgenomen voorwaarden is voldaan dient de importeur ervoor zorg te dragen dat:

  • 1.

    in de week volgend op het verstrijken van de termijn van 120 dagen, de runderen voor controle ter beschikking worden gehouden op een aan het productschap te melden plaats in Nederland, of

  • 2.

    bij slachting in de week volgend op de termijn van 120 dagen, een slachtverklaring wordt overgelegd. Een dergelijke verklaring moet door een erkend slachthuis worden opgesteld onder vermelding van het erkenningsnummer, overeenkomstig een door het bestuur bij besluit vastgesteld model, of

  • 3.

    bij een om gezondheidsredenen geslacht dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is geslacht, een slachtverklaring zoals bedoeld in het tweede lid, en een door een dierenarts opgestelde verklaring waaruit de noodzaak tot vroegtijdig slachten wegens veterinaire redenen blijkt, wordt overgelegd, of

  • 4.

    bij een dier dat binnen de termijn van 120 dagen en een week is gestorven wegens ziekte of een ongeval, een verklaring door een dierenarts of een andere veterinaire deskundige wordt overgelegd aan het productschap, of

  • 5.

    wanneer de runderen binnen een week na de 120 dagen termijn worden geëxporteerd, het bewijs van uitvoer van de betrokken runderen wordt overlegd.

Artikel

11

De importeur die jonge mannelijke mestrunderen invoert in het kader van de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling is verplicht om:

  • 1.

    te allen tijde de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionarissen van het productschap, of andere door de voorzitter gemachtigde personen, in de gelegenheid te stellen de naleving van de voorschriften te controleren en daarbij alle verlangde medewerking te verlenen,

  • 2.

    een door het productschap toegestuurd controleformulier ondertekend en naar waarheid ingevuld terug te zenden aan het productschap, zodat het formulier uiterlijk een week voorafgaand aan de controledatum door het productschap is ontvangen,

  • 3.

    zich te richten naar de aanwijzingen, welke het productschap kan geven met het oog op een juiste uitvoering van de regeling,

  • 4.

    binnen de termijn gesteld in de uitvoeringsverordening en ten genoegen van het productschap aan te tonen dat de desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen,

  • 5.

    overigens alle inlichtingen aan het productschap te verstrekken, die het voor de toepassing van de uitvoeringsverordening nodig oordeelt,

  • 6.

    de door het productschap in het kader van deze regeling gemaakte controlekosten aan het productschap te vergoeden, als ten gevolge van een aan de importeur te wijten omstandigheid een afdoende controle van de onderhavige invoerregeling niet mogelijk is.

Artikel

13

Zoetermeer
J.E. Klijn plv. voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Bijlage

bij Verordening invoer jonge mannelijke mestrunderen (PVV) 2008