Artikel
1
De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wordt mandaat verleend tot:
-
a.
het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer;
-
b.
het nemen van besluiten op aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer, voor zover de aanvraag voor een vergunning geen betrekking heeft op werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in werkruimten van het hoogste niveau (niveau 4);
-
c.
het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 21 en 22 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer;
-
d.
het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de onderdelen a, b, en c, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.