Artikel
1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt de terminologie van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel overgenomen en wordt voorts verstaan onder bloemen en planten: Snijbloemen, snijgroen, potplanten, perkgoed, kerstbomen zonder wortels, in het wild gegroeide gewassen welke met het oog op de sierwaarde in het economisch verkeer worden gebracht, alsmede afgesneden takken van siergewassen in blad-, bloem- of vruchtdragende toestand, met uitzondering van:
-
a)
winterharde houtgewassen in hun geheel voor zover niet vervroegd of verlaat, alsmede kerstbomen met wortels en delen van winterharde houtgewassen;
-
b)
voor zover in groene toestand de Japanse azalea’s, alsmede variëteiten en hybriden daarvan;
-
c)
dahliastekken, begonia- en gloxiniaplantjes, uitsluitend bestemd voor de teelt van knollen;
-
d)
aquariumplanten en niet-levende bloemkwekerijproducten.