-
a.
adviseert het bestuur omtrent het door hem vast te stellen monitoringsprogramma met inbegrip van controle- en analysestrategie, als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de verordening;
-
b.
kan in verband met gewijzigde inzichten of naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (niet)toegestane stoffen, residuen of illegale behandelingen, een gewijzigd advies overleggen aan de voorzitter;
-
c.
voert de risico-analyse uit voor basismonitoring voor de boerderijfase en slachtfase, als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de verordening;
-
d.
adviseert over intensiteit van bemonstering en analyse voor onder meer de monitoring kritische stoffen, de bewaartermijnen van monsters, de te analyseren matrici. Een en ander is afhankelijk van meegekregen minimale randvoorwaarden welke kunnen voortvloeien uit sectorale inspanningen van erkende kwaliteitssystemen en bestaande activiteiten in relatie tot verboden stoffen;
-
e.
kan additioneel onderzoek verrichten bij niet conforme waarden, voortkomend uit de basismonitoring. Dit type onderzoek wordt slechts uitgevoerd op verzoek van het bedrijfsleven, dat hiervoor additionele middelen beschikbaar dient te stellen;
-
f.
kan monstermateriaal opvragen van de erkende kwaliteitssystemen en uit de basismonitoring ten behoeve van additioneel onderzoek naar onbekende stoffen, vallend onder A. in de bijlage van de verordening;
-
g.
stelt achteraf operationele rapportage op van uitgevoerde werkzaamheden in de kwaliteitssystemen en bij de basismonitoring tezamen;
-
h.
voert een inhoudelijke beoordeling uit van monitoringsactiviteiten van zowel de kwaliteitssystemen als de basismonitoring in relatie tot c en d en kan advies geven aan de voorzitter;
-
i.
adviseert de voorzitter inzake inspectie-organisaties en laboratoria.