Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 22 april 2009, nr. 5599506/09, houdende verlening van mandaat en machtiging aan de Raad voor de rechtspraak inzake verzoeken tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
Regeling mandaat en machtiging Raad voor de rechtspraak (verzoeken tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn)
Aan de Raad voor de rechtspraak wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister van Justitie te beslissen en op te treden in zaken waarin de Minister van Justitie door een gerecht in het geding is geroepen om verweer te voeren tegen een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer gerechten.
Artikel
2
De Raad voor de rechtspraak kan aan onder hem ressorterende ambtenaren mandaat en machtiging verlenen de hem in artikel 1 verleende bevoegdheden uit te oefenen.
Artikel
3
Indien ingevolge de Algemene wet bestuursrecht tegen enig op grond van deze regeling genomen besluit bezwaar en beroep openstaat, beslist de Raad voor de rechtspraak op het bezwaarschrift of een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en treedt hij namens de Minister van Justitie op in beroep en hoger beroep.
Artikel
4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.