Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende bepalingen met betrekking tot de verstrekking van subsidies voor duurzame mobiliteit, logistiek en duurzaam waterbeheer (Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat)

Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

In deze regeling en in de op grond van deze regeling vastgestelde subsidieprogramma’s wordt verstaan onder:

  • aanvrager: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een subsidie op grond van deze regeling aanvraagt of heeft aangevraagd;

  • adviescommissie: adviescommissie duurzaamheid verkeer en waterstaat, bedoeld in artikel 30;

  • eco-innovatie: alle vormen van innovatie die leiden tot of gericht zijn op een aanzienlijke verbetering van de milieubescherming;

  • grote onderneming: onderneming die geen MKB-onderneming is;

  • innovatiecluster: een samenwerkingsverband van onafhankelijke ondernemingen of onderzoeksinstellingen, die in een bepaalde sector en regio actief zijn en die tot doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door het bevorderen van een intensieve onderlinge kruisbestuiving, het delen van faciliteiten en de uitwisseling van kennis en deskundigheid en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht, netwerking en informatieverspreiding tussen de ondernemingen binnen het cluster;

  • kleine onderneming: kleine onderneming in de zin van Verordening (EG) 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2008, L 214);

  • middelgrote onderneming: middelgrote onderneming in de zin van Verordening (EG) 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2008, L 214);

  • minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • MKB-onderneming: kleine of middelgrote onderneming;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, die een economische activiteit uitoefent;

  • onderzoeksinstelling:

    • a.

      een in onderdelen a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      een andere dan in de onder a bedoelde onderzoeksinstelling die geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid is gefinancierd en die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis;

    • c.

      een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs;

    • d.

      een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis;

    • e.

      een andere entiteit als zodanig door de minister aangewezen;

      • referentiesituatie: de situatie aan de hand waarvan wordt beoordeeld of en in welke mate een project, als bedoeld in artikel 5, onderdelen m tot en met p leidt tot de beoogde milieudoelstellingen en op basis waarvan kan worden bepaald of, en zo ja, in hoeverre er in het kader van de uitvoering van een project sprake is van extra kosten ten behoeve van het milieu;

      • subsidie-effectiviteit: het bedrag van de subsidie in relatie met de beoogde resultaten van het project;

      • subsidieprogramma: een door de minister op basis van deze regeling vastgesteld subsidieprogramma;

      • voucher: een door de minister op basis van een subsidieprogramma afgegeven document dat een geldswaarde vertegenwoordigt en dat kan worden ingeleverd bij één of meer van de instellingen, organisaties of ondernemingen ten behoeve van de uitvoering van een duurzaam project;

      • uitvoeringsinstantie: de door de minister aan te wijzen organisatie belast met de uitvoering van het subsidieprogramma;

  • verstrekken: verlenen, dan wel ingeval de subsidie direct wordt vastgesteld, vaststellen.

Artikel

2

Vaststellen van subsidieprogramma’s

Artikel

3

Vaststellen subsidieprogramma de-minimis

Artikel

4

Wijze van verdeling subsidiegelden

Artikel

5

Projecten die voor subsidie, kredietsubsidie en garantiesubsidie in aanmerking komen

Artikel

6

Cumulatie

Indien ter zake van een project reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan subsidies het van toepassing zijnde subsidiepercentage als percentage van de subsidiabele kosten niet wordt overschreden.

§

2

Aanvraag subsidie

Artikel

7

Aanvraag subsidie

§

3

Subsidiebedrag en subsidiabele kosten

Artikel

8

Maximale subsidiepercentages en maximale subsidiebedragen bij subsidie, kredietsubsidie en garantiesubsidie

Artikel

9

Maximale subsidiepercentages bij kredietsubsidie

Artikel

10

Gemaakte en betaalde kosten

Subsidiabele projectkosten komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover deze rechtstreeks aan de uitvoering van een project, als bedoeld in artikel 5, zijn toe te rekenen en na de datum van indienen van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger worden gemaakt en, indien de aard van deze kosten met zich meebrengt dat zij kunnen worden betaald, vóór de indiening van het verzoek tot subsidievaststelling zijn betaald.

Artikel

11

Subsidiabele kosten van haalbaarheidsprojecten

De subsidiabele kosten van een haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek, van een haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling en van een milieu-haarheidsproject zijn uitsluitend de studiekosten voor zover deze behoren tot de in artikel 12 genoemde kosten.

Artikel

12

Subsidiabele kosten van fundamenteel onderzoeksproject, industrieel onderzoeksproject en experimenteel ontwikkelingsproject

Artikel

13

Subsidiabele kosten van een detacheringsproject

Subsidiabele kosten van een detacheringsproject zijn uitsluitend de loonkosten voor het inlenen van hooggekwalificeerd personeel en een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de loonkosten.

Artikel

14

Subsidiabele kosten van een innovatieadviesproject

Artikel

15

Subsidiabele kosten van een innovatieondersteuningsproject

Artikel

16

Subsidiabele kosten van een advies- of andere dienstenproject

De subsidiabele kosten van een advies- of andere dienstenproject zijn uitsluitend:

  • a.

    de kosten van externe adviseurs. De betrokken diensten mogen niet van permanente of periodieke aard zijn, noch tot de gewone bedrijfsactiviteiten van de onderneming behoren;

  • b.

    de kosten van deelneming aan vakbeurzen en tentoonstellingen voor het huren, opzetten en gebruiken van een standplaats, uitsluitend wanneer de onderneming voor de eerste keer aan een bepaalde vakbeurs of tentoonstelling deelneemt.

Artikel

17

Subsidiabele kosten van een opleidingsproject

Artikel

18

Subsidiabele kosten van milieu-investeringsprojecten

Artikel

20

Subsidiabele projectkosten van een exploitatieproject voor energiebesparing

Artikel

21

Subsidiabele kosten innovatiecluster-investeringsproject

De subsidiabele kosten van een innovatie-investeringsproject zijn uitsluitend de kosten van investeringen in grond, gebouwen, machines en uitrusting en die betrekking hebben op:

  • a.

    opleidingsfaciliteiten en onderzoekcentra;

  • b.

    open acces-onderzoeksinfrastructuur zoals laboratoria en testfaciliteiten;

  • c.

    breedbandnetwerkinfrastructuur.

Artikel

22

Subsidiabele kosten innovatiecluster-exploitatieproject

De subsidiabele kosten van een innovatiecluster-exploitatieproject zijn uitsluitend de loon- en administratiekosten in verband met de volgende activiteiten:

  • a.

    marketing van het cluster om nieuwe ondernemingen aan te trekken die in het cluster deelnemen;

  • b.

    beheer van de open acces-faciliteiten van het cluster;

  • c.

    organisatie van opleidingsprogramma’s, workshops en conferenties om kennisdeling en netwerking tussen de clusterleden te bevorderen.

Artikel

24

Niet subsidiabele kosten

§

4

Vouchers

Artikel

25

Vaststellen subsidieprogramma met uitgifte van vouchers

Artikel

26

Vaststellen subsidieprogramma de-minimis met uitgifte van vouchers

Indien in een subsidieprogramma is opgenomen dat vouchers kunnen worden verleend als de-minimissteun in de zin van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (Pb EU 2006, L379), bevat het subsidieprogramma, naast het bepaalde in artikel 25, tevens de voorschriften die de genoemde verordening daaraan stelt.

Artikel

27

Aanvraag en verstrekking van vouchers

Artikel

28

Verstrekking van subsidie na overlegging van een voucher

Artikel

29

Kosten die in aanmerking komen bij de uitvoering van een project op basis van een voucher

§

5

Adviescommissie

Artikel

30

Adviescommissie duurzaamheid verkeer en waterstaat

Artikel

31

Advisering

§

6

Beslissing op de aanvraag

Artikel

32

Beslistermijn

Artikel

33

Rangschikking

Artikel

34

Weigeringsgronden

§

7

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

35

Uitvoering project

Artikel

36

Administratieve verplichtingen

Artikel

37

Verplichtingen met betrekking tot melden

Artikel

38

Openbaarmaking

Artikel

39

Artikel

40

Verplichtingen in relatie tot gebruik

§

8

Verplichtingen van de subsidieontvanger bij kredietsubsidie en ontheffingsmogelijkheid van terugbetaling

Artikel

41

Algemeen

Artikel

42

Mogelijkheid tot ontheffing van terugbetaling bij kredietsubsidie

§

9

Voorwaarde garantiesubsidie

Artikel

43

Voorwaarde garantiesubsidie

Indien een garantiesubsidie is verstrekt, verbindt de minister aan de subsidie de opschortende voorwaarde dat een in het vastgesteld subsidieprogramma bepaalde gebeurtenis binnen een in het subsidieprogramma vermelde termijn zich voordoet.

§

10

Voorschotten

Artikel

44

§

11

De subsidievaststelling

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Afwijkende verantwoordingsprocedure

Artikel

49

Inwerkingtreding

Artikel

50

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.C.Huizinga-Heringa

Bijlage

behorende bij artikel 45 van de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat

CONTROLEPROTOCOL AANGAANDE HET GEVEN VAN AANWIJZINGEN OVER DE REIKWIJDTE EN INTENSITEIT VAN DE ACCOUNTANTSCONTROLE VAN SUBSIDIES WAAROP DE KADERREGELING SUBSIDIES DUURZAAMHEID VERKEER EN WATERSTAAT VAN TOEPASSING IS.

behorende bij

ACCOUNTANTSVERKLARING

Betreffende het verzoek tot vaststelling van een subsidie.

1

Uitgangspunten

1.1

Doelstelling

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, die is belast met de controle van de, door de subsidieontvanger, bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (hierna te noemen IenM) in te dienen aanvraag om subsidievaststelling. De controle kan worden uitgevoerd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

1.2

Procedures

Reviewbeleid Ministerie van Infrastructuur en Milieu

De Departementale Auditdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu of een andere door deze dienst aangewezen accountant(sdienst) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden1Krachtens de Comptabiliteitswet 2001 (artikelen 43, 43a) heeft de Minister bij – commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt – het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. terzake ontvangen bescheiden.Ook zijn onze Ministers bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. Onze Ministers zijn bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

1.3

Wet- en regelgeving

Voor de controle van de rechtmatigheid volgens dit protocolis de volgende wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) van toepassing:

  • Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat en daarbinnen met name de artikelen 11 tot en met 24;

  • Het subsidieprogramma op basis waarvan de subsidie verleend is;

  • Eventuele specifieke subsidievoorwaarden volgens de beschikking tot subsidieverlening met directe financiële gevolgen voor de subsidieverantwoording;

2

Controleaanpak

2.1

Eisen voor de controleaanpak

De controle dient te voldoen aan de zogenaamde nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die daarvoor door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) zijn vastgesteld. Zonder de in voorgaande alinea geformuleerde voorschriften in te perken zijn voor de controle van specifieke financiële verantwoordingen ten behoeve van de vaststelling van bijdragen vanuit het Ministerie van IenM met name de volgende voorgeschreven controlewerkzaamheden van toepassing: De accountant stelt een risicoanalyse op inzake het risico dat de specifieke financiële verantwoording een materiële fout bevat. Deze risicoanalyse wordt specifiek gemaakt voor deze controle; niet volstaan kan worden met een standaard analyse. In de risicoanalyse maakt de accountant zichtbaar welke (eventuele aanvullende) controles gericht op deze risico’s zullen worden uitgevoerd. De accountant ontwikkelt op grond van de risicoanalyse een controleplan waarin zijn vastgelegd: de aard, de tijdsfasering en de omvang van de controlewerkzaamheden die door leden van het opdrachtteam moeten worden uitgevoerd om toereikende controle-informatie te verkrijgen om het controlerisico tot een aanvaardbaar laag niveau te reduceren. In het controleplan worden de feitelijk gebruikte controletolerantie (in relatie tot de financiële verantwoording) in euro’s vastgelegd. Hierbij wordt de goedkeuringstolerantie (zie paragraaf 2.2) vertaald naar toegepaste controletolerantie, waarbij de goedkeuringstolerantie het maximum is. Bij de controle wordt vastgesteld of de in de financiële verantwoording opgenomen posten, met in achtneming van de gestelde marges (zie 2.2), rechtmatig (zie definitie 2.3) zijn besteed. De accountant controleert of de financiële verantwoording voldoet aan de daarvoor gestelde eisen in de onder 1.3 genoemde wet- en regelgeving. De accountant controleert de bij de aanvraag om subsidievaststelling verstrekte informatie op de volgende punten:

  • De juiste en volledige weergave van de door andere bestuursorganen of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekte subsidies (en indien van toepassing bijdragen van andere derden) ter zake van de kosten van de gesubsidieerde activiteiten.

  • De juistheid van de verstrekte informatie over het al dan niet in aftrek kunnen brengen van de BTW.

  • De mededeling of de subsidieontvanger ten tijde van de beschikking tot subsidieverlening als een kleine of middelgrote onderneming moet worden aangemerkt in de zin van de bijlage 1 van de Verordening (EG) 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2008, L 214).

  • De accountant kan bij zijn controle gebruik maken van controlewerkzaamheden die zijn uitgevoerd bij de controle van de jaarrekening. Een enkele verwijzing hiernaar is onvoldoende documentatie. In het controledossier voor de specifieke verklaring dienen deze werkzaamheden te worden beschreven evenals de belangrijkste relevante conclusies. Het controledossier voor de specifieke verklaring moet zelfstandig bruikbaar zijn. Dit betekent dat de relevante stukken in dat dossier zelf opgenomen moeten worden en dat de informatie uit het jaarrekeningdossier voor dit doel gekopieerd en indien nodig bewerkt moet worden. De accountant zorgt voor adequate controledocumentatie waaruit blijkt, dat de werkzaamheden conform het controleplan zijn uitgevoerd, wat de uitkomsten van de controle zijn alsmede dat deze zijn beoordeeld door de eindverantwoordelijke partner. Deze documentatie omvat in ieder geval stukken waaruit blijkt:

    • o

      dat de cijfermatige juistheid van de verantwoording is nagegaan;

    • o

      dat de verantwoording aansluit met de financiële administratie;

    • o

      welke de aard en de omvang is van verrichte deelwaarnemingen op in de verantwoording opgevoerde kosten;

    • o

      dat een cijferbeoordeling is uitgevoerd van de werkelijk verantwoorde kosten ten opzichte van de begrote kosten;

    • o

      dat de accountant heeft gecontroleerd of de Europese aanbestedingsrichtlijnen door de instelling – indien van toepassing2Bedrijven/instellingen die in totaal voor meer dan 50% gesubsidieerd worden door aanbestedende diensten zijn daarmee zelf ook aanbestedende dienst geworden.– zijn nageleefd;

2.2

Goedkeuringstoleranties en gewenste zekerheid

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de subsidievoorwaarden streeft de accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Een accountantsverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, de meest waarschijnlijke fout in de financiële verantwoording niet groter is dan één procent van het totaal financieel belang van die verantwoording. De hierna vermelde tabel van toepassing.

Fouten in de verantwoording

≤1%

> 1% en ≤ 3%

N.v.t.

> 3%

Onzekerheden in de controle

≤3%

> 3% en ≤ 10%

> 10%

N.v.t.

Genoemde percentages zijn ontleend aan het Handboek Auditing Rijksoverheid (HARo) van het Interdepartementaal Overleg Departementale Auditdiensten (IODAD).

2.3

Definitie rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden

Van een rechtmatigheidsfout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (zie ook paragraaf 1.3).

Rechtmatigheidsfouten worden in absolute zin opgevat; saldering van fouten isdaarom niet toegestaan. Van een rechtmatigheidsonzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende controle-informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Kortom als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de eisen. Bij fouten in de verantwoording kan onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele fouten. Van een incidentele fout is sprake als het een toevallige fout betreft. Kenmerkend voor incidentele fouten is dat in principe geen herhaling optreedt van de geconstateerde fout. Van een structurele fout is sprake als de oorzaak van de fout is gelegen in (onderdelen van) het systeem van uitvoering, waardoor fouten met een (zeker) herhalingskarakter (kunnen) optreden. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op onzekerheden in de controles. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Omgaan met geconstateerde fouten en onzekerheden

Onderscheid moet gemaakt worden tussen materiële en niet-materiële fouten.

Materiële fouten, die niet worden gecorrigeerd, leiden tot een andere dan een goedkeurende strekking van de accountantsverklaring (cf. tabel par. 2.2).

Voor niet-materiële fouten, die bij de accountantscontrole blijken, is het uitgangspunt dat gevonden fouten in eerste instantie worden gecorrigeerd. Voor zover dat niet gebeurt, worden individuele fouten boven een belang van 0,1% van het absolute financieel belang (dus geen saldering van uitgaven en inkomsten) van de financiële verantwoording door de accountant in zijn bevindingen rapport gerapporteerd. Het ministerie van VenW beoordeelt in hoeverre deze fouten tot correcties leiden.

3

Verslaglegging

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverslag, dat bestaat uit de volgende onderdelen:

  • accountantsverklaring: het format van deze verklaring is hieronder opgenomen en is afgeleid van de ‘Voorbeeldtekst HRA 3 sectie II hoofdstuk 10.3: accountantsverklaring bij een subsidiedeclaratie in de publieke sector’ gehanteerd.

  • verslag van niet gecorrigeerde fouten: hierin rapporteert de accountant de gebleken niet-materiële fouten bij de controle, welke niet zijn gecorrigeerd, voor zover deze (per fout) de omvang van 0,1% van het financieel belang van de financiële verantwoording overschrijden. Dit rapport heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. De aard en omvang van deze fouten worden vermeld. Deze rapportage kan (uitsluitend) achterwege blijven indien dergelijke fouten niet zijn gebleken.

Voorbeeldtekst basis goedkeurende accountantsverklaring bij een subsidiedeclaratie waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is.

Aan: Opdrachtgever

ACCOUNTANTSVERKLARING

bij een aanvraag tot subsidievaststelling waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is.

Afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Opdracht

Wij hebben bijgevoegde en door ons gewaarmerkte aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge het Subsidieprogramma ...........(naam subsidieprogramma) van ........... (naam entiteit) te ........... (statutaire vestigingsplaats) over de periode dd/mm/jj3Aanvangsdatum activiteitentot en met dd/mm/jj4Einddatum van het project waarvoor subsidie is verleend (zie hiervoor de beschikking tot subsidieverlening)gecontroleerd. De aanvraag tot subsidievaststelling is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de entiteit5Afhankelijk van de aard van de entiteit te vervangen door een meer passende aanduiding zoals ‘het bestuur van de vennootschap’(BV/NV), ‘vereniging’, ‘stichting’ enz.. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de declaratie te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, en het controleprotocol voor subsidies waarop de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat van toepassing is. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de aanvraag tot subsidievaststelling de financiële verantwoording ten bedrage van EUR.................6Het bedrag van de totale subsidiabele projectkosten waarover subsidie wordt aangevraagd conform het formulier ‘aanvraag tot subsidievaststelling’.in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en volledig weer, in overeenstemming met het controleprotocol van het Ministerie van IenM van toepassing op subsidieprogramma’s gepubliceerd onder de Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat en de relevante wet- en regelgeving genoemd in dit controleprotocol.

Indien sprake is van een investeringssubsidie dient in het oordeel aangegeven worden dat de gesubsidieerde voorzieningen in Nederland in gebruik zijn genomen.

Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)7Deze paragraaf kan, vooruitlopend op de implementatie van ISA 800 (revised) optioneel worden toegepast.

De subsidiedeclaratie van ............... (naam entiteit) en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor ............... (naam entiteit) ter verantwoording aan ............... (naam subsidiegever) en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

Naam externe accountant en ondertekening met die naam