Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet

De Sociale Verzekeringsraad,
Overwegende dat met wet van 22 december 1993 (Stb. 744) de bevoegdheid van de Sociale Verzekeringsraad, genoemd in artikel 20, zesde lid, van de Werkloosheidswet is gewijzigd;
Overwegende dat het gewenst is zijn besluit van 18 december 1986, nr. 86/8028 in te trekken en een nieuw besluit te treffen;

Besluit:

Artikel

1

Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 20, derde en vierde lid, van de Werkloosheidswet worden met arbeidsuren gelijkgesteld:

  • a.

    uren waarin de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;

  • b.

    uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een vorstuitkeringsreglement heeft ontvangen.

Artikel

2

Artikel

3

Indien het aantal arbeidsuren in een kalenderweek ten aanzien van de werknemer, die in ploegendienst of volgens andere vormen van werkroosters gaat werken, gelet op zijn arbeidspatroon geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, worden zonodig in afwijking van de voorgaande artikelen niet-gewerkte uren zodanig gelijkgesteld met gewerkte uren dan wel, worden gewerkte uren zodanig buiten beschouwing gelaten, dat het gemiddeld aantal arbeidsuren overeenkomt met het aantal uren van dat arbeidspatroon.

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

5

Het besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 18 december 1986, nr. 86/8028 (Stcrt. 1986, 248) wordt ingetrokken.

Artikel

6

Het besluit, genoemd in artikel 5, blijft van toepassing op feiten en omstandigheden, ontstaan voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel

7

Dit besluit treedt in werking met ingang van vijfde kalenderweek na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet.

Zoetermeer
De Sociale Verzekeringsraad, W.J.P.M.Fasevoorzitter
N. van Veen algemeen secretaris