Alleen subsidieaanvragen die voldoen aan de drempelcriteria worden getoetst aan de volgende inhoudelijke criteria:
-
1.
Het project draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstelling van het Europafonds en past binnen één of meer prioritaire onderwerpen:
Prioritaire onderwerpen voor de tweede helft van 2009 zijn:
-
a.
De toekomst van Europa en de rol van Nederland daarin;
-
b.
De (concrete) gevolgen van EU-beleid voor de Nederlandse burger;
-
c.
Europees burgerschap;
-
d.
De rol van de EU t.a.v. klimaatbeleid, energiebeleid of financieel- economisch beleid (inclusief economische crisis);
-
e.
De EU en sport;
-
f.
20 jaar na de val van de Berlijnse Muur;
-
g.
Europese Jaar van Creativiteit en Innovatie.
Dit laat onverlet dat ook nog andere onderwerpen voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
-
2.
Het projectvoorstel is zover uitgewerkt (met stappenplan, tijdsplanning en financiën) dat het direct en daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. De doelstelling, doelgroep, onderwerpen en beoogde (meetbare) resultaten zijn hierin duidelijk beschreven.
-
3.
Bij de aanvraag is een 100 procent kostendekkende en sluitende begroting ingediend. Er wordt geen subsidie verleend ten behoeve van de integrale kosten van de werkzaamheden van de aanvrager of reiskosten naar het buitenland. Evenmin wordt subsidie verleend ten behoeve van aanvragen die voornamelijk op de overheadkosten van de aanvrager betrekking hebben.
-
4.
Het bereik van het project is realistisch en onderbouwd.
-
5.
Het project is aantoonbaar innovatief (nieuwe doelgroep en/of thematiek en/of communicatiemiddelen).
-
6.
Het project heeft een meer dan incidentele uitwerking. Het project is duurzaam.
-
7.
De gevraagde subsidie is kosteneffectief en staat in evenredige verhouding tot de aard, de omvang en de beoogde resultaten van de activiteiten en tot de omvang van de doelgroep.
-
8.
De aanvrager kan het project niet zonder subsidie van het Europafonds realiseren.
-
9.
De in Nederland gevestigde uitvoerder(s) is (zijn) deskundig en capabel om de activiteit uit te voeren. Dit kan blijken uit ervaring met soortgelijke projecten, professionaliteit van de aanvrager en die van eventuele samenwerkingspartners.
-
10.
Het bestaan van draagvlak voor de activiteiten. Het draagvlak kan blijken uit een bijdrage in de kosten door betrokkenen en/of samenwerking met derde partijen en/of een concrete vraag van de beoogde doelgroep(en).