Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
Overwegende dat de missie van het Fonds voor Cultuurparticipatie is iedere Nederlander, te beginnen bij jongeren, op termijn actief in aanraking te laten komen met een cultuurdiscipline;
Dat een van de instrumenten die het Fonds voor Cultuurparticipatie hiervoor inzet is het verstrekken van subsidies aan activiteiten op het gebied van cultuureducatie;

Besluit:

Artikel

1

Begrippen

1.
Adviescommissie:

Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, die aan het bestuur van het Fonds advies uitbrengt over de subsidieaanvraag.

2.
Cultuureducatief project:

Een project gericht op het aanleren van vaardigheden om kennis te kunnen nemen van en waardering te ontwikkelen voor kunst en erfgoed, projecten die gericht zijn op het actief deelnemen aan kunst en cultuur en projecten die de ontwikkeling van talent stimuleren.

3.
Het Fonds:

De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.

Artikel

2

Welke projecten komen in aanmerking voor ondersteuning?

Het bestuur kan een bijdrage verlenen aan cultuureducatieve projecten in of gericht op het (primair en voortgezet) onderwijs binnen alle kunstdisciplines (van podiumkunsten tot literatuur en van beeldende kunst, nieuwe media tot film) en het cultureel erfgoed met inbegrip van de Canon van Nederland.

Artikel

3

Voorwaarden

Artikel

4

Wat zijn de inhoudelijke beoordelingscriteria?

De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de context van de discipline(s) binnen het project:

  • a.

    Belang: Het project wordt beoordeeld op de bovenregionale uitstraling en het bijzondere, voorbeeldstellende karakter. Het project moet

    • i.

      meerwaarde hebben voor de ontwikkeling van (de expertise over) cultuureducatie, of

    • ii.

      een lacune in het cultuureducatieve aanbod vullen.

  • b.

    Doelgroep: Onder dit criterium wordt getoetst voor welke doelgroep het project wordt ontwikkeld. Daarnaast wordt gekeken of het project is toegesneden op de behoefte en mogelijkheden van de doelgroep. Belangrijk daarbij is de wijze waarop de doelgroep betrokken is (geweest) bij de ontwikkeling van het project.

  • c.

    Kwaliteit: Het project dient op een hoogwaardige en professionele manier uitgevoerd te worden.

Artikel

5

Hoe hoog is de financiële bijdrage?

Artikel

6

Subsidieplafond

Artikel

7

Verdeelsleutel

Artikel

8

Aanvraag

Artikel

9

Beslissing op de aanvraag

Artikel

10

Aan de subsidie verbonden voorwaarden

Artikel

11

Algemene verplichtingen

Artikel

12

Intrekken van de subsidieverlening

De subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, niet binnen een in het besluit tot subsidieverlening genoemde termijn hun aanvang hebben genomen.

Artikel

13

Voorschotten

Artikel

14

Subsidievaststelling

Artikel

15

Betaling subsidie

Een eventueel resterend deel van de vastgestelde subsidie wordt binnen 6 weken na het besluit tot subsidievaststelling betaald, tenzij in het besluit tot vaststelling anders is bepaald.

Artikel

16

Overige bepalingen

Artikel

17

Inwerkingtreding

Dit reglement treedt na goedkeuring van de Minister in werking met ingang van de tweede dag na die waarop het reglement in de Staatscourant is gepubliceerd en werkt terug tot 1 januari 2009.

Artikel

18

citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009.

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie