Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9150320, houdende richtsnoeren voor het opleggen van bestuurlijke boetes op grond van wetgeving waarvan de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit is belast met het toezicht op de naleving (Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009)

Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a)

    overige overtredingen: de overtredingen van andere bepalingen uit de Mededingingswet dan de artikelen 6 en 24, van bepalingen van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer en de Tijdelijke wet mediaconcentraties en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de raad is belast met het toezicht op de naleving en die zijn genoemd in de bijlage bij deze beleidsregels, behoudens overtredingen waarvoor de raad een bestuurlijke boete kan opleggen aan natuurlijke personen;

  • b)

    betrokken omzet: de opbrengst die door een overtreder tijdens de totale duur van een overtreding is behaald met levering van goederen en diensten waarop die overtreding betrekking heeft, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;

  • c)

    jaaromzet: de netto-omzet van de overtreder, zijnde de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de overtreder, onder aftrek van kortingen en dergelijke, alsmede van over de omzet geheven belastingen;

  • d)

    boetegrondslag: een op grond van een percentage van de betrokken omzet of van een promillage van de totale jaaromzet vastgesteld bedrag, dan wel, indien de overtreder een natuurlijke persoon is, een aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder gerelateerd bedrag, dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete;

  • e)

    basisboete: het bedrag dat resulteert wanneer de boetegrondslag is bijgesteld aan de hand van de ernst van de overtreding en, voor zover van toepassing, de basisboetetoeslag of het gewicht van de overtreder, of, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, het bedrag van de boetegrondslag;

  • f)

    basisboetetoeslag: het bedrag waarmee de basisboete wordt verhoogd in geval van het begaan van een zeer zware overtreding van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet of van de artikelen 81 of 82 van het Verdrag.

§

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Een bestuurlijke boete wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders afschrikt.

Artikel

3

§

3

Overtreding van de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet en van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

Artikel

4

Artikel

5

De raad hanteert een boetegrondslag van 10% van de betrokken omzet van de overtreder.

Artikel

6

Artikel

7

§

4

Overige overtredingen

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

§

5

Het opleggen van bestuurlijke boetes aan natuurlijke personen

Artikel

11

§

6

Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:

  • a.

    de omstandigheid dat de overtreder anders dan in het kader van de Richtsnoeren Clementie verdergaande medewerking aan de NMa heeft verleend dan waartoe hij wettelijk gehouden was;

  • b.

    de omstandigheid dat de overtreder de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd, waarbij meer gewicht toekomt aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voordat de NMa een onderzoek is begonnen dan nadat het onderzoek is gestart;

  • c.

    de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.

Artikel

15

Wanneer de raad een bestuurlijke boete oplegt aan een natuurlijk persoon vanwege het geven van opdracht tot een overtreding of het feitelijk leiding geven aan een overtreding, kan de raad bij de vaststelling van eventuele boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden, als bedoeld in de artikelen 13 en 14, rekening houden met de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en de positie van de natuurlijke persoon binnen de onderneming, ondernemersvereniging of rechtspersoon waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel werkzaam was.

§

7

De vaststelling van de bestuurlijke boete

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen kan de raad, wanneer de bijzondere omstandigheden van het geval naar zijn oordeel hiertoe aanleiding geven, een symbolische bestuurlijke boete opleggen.

Artikel

19

De vastgestelde bestuurlijke boete wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 1.000,–.

§

8

Wijziging Elektriciteitswet 1998 en Gaswet per 1 januari 2011

Artikel

20

Wijzigt deze regeling.

Artikel

21

Wijzigt deze regeling.

§

9

Slotbepalingen

Artikel

22

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 oktober 2009, met uitzondering van de artikelen 20 en 21, die in werking treden met ingang van 1 januari 2011.

Artikel

23

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

Bijlage

I

Inleiding

In artikel 9 van deze beleidsregels is bepaald dat overige overtredingen waarvoor de raad een bestuurlijke boete kan opleggen, worden beboet op basis van een promillage van de totale jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009.

II

Indeling in categorieën

1

Elektriciteitswet 1998

2

Gaswet

3

Wet onafhankelijk netbeheer

4

Mededingingswet

5

Tijdelijke wet mediaconcentraties

6

Algemene wet bestuursrecht

De overtredingen van de Algemene wet bestuursrecht, bedoeld in artikel 69 van de Mededingingswet, artikel 77i, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gaswet en artikel 5 van de Tijdelijke wet mediaconcentraties, die bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 450.000,– of 1% van de totale jaaromzet als dat meer is, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

Categorie IV

a. artikel 5:20 juncto 5:15;

b. artikel 5:20 juncto 5:16;

c. artikel 5:20 juncto 5:17;

d. artikel 5:20 juncto 5:18;

e. artikel 5:20 juncto 5:19.

Categorie V

artikel 5:20 juncto artikelen 5:15 en 5:17