Verordening van het Productschap Vis van 2 oktober 2008, houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Vis ressorterende ondernemers op te leggen bestennningsheffing ten behoeve van onderzoek voor mosselen voor het jaar 2009 (Verordening financiering mosselonderzoek 2009)

Verordening financiering mosselonderzoek 2009

Het bestuur van het Productschap Vis;
Gehoord de Mosseladviescommissie;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

1a

Onder het productschap ressorterende ondernemers zijn wegens de uitoefening van hun bedrijfsactiviteiten in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 aan en ten behoeve van het productschap een heffing verschuldigd volgens de in de artikelen 2, 3 en 4 vermelde heffingsgrondslagen met de daarbij behorende tarieven. De berekening en de wijze van betaling vinden plaats, zoals in de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 is bepaald.

Artikel

2

Artikel

4

De secretaris kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een ondernemer om via de Mosselveiling te Yerseke betaalde heffingen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, binnen één week te restitueren als deze ondernemer in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a.

    de ondernemer dient een verzoek in bij het productschapskantoor te Yerseke onder vermelding van de partij mosselen, het productiegebied of verwatergebied waarvan deze partij afkomstig is en het productiegebied waarvoor deze partij bestemd is;

  • b.

    de ondernemer brengt de partij mosselen naar het ponton van de Mosselveiling en laat de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke deze partij opmeten en de tarra vaststellen als deze gegevens van de partij nog niet bekend zijn;

  • c.

    de ondernemer voor de betreffende partij mosselen de gegevens van de black box ter beschikking stelt indien de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke hierom verzoeken;

  • d.

    de ondernemer andere gevraagde gegevens ter beschikking stelt of meewerkt aan nader onderzoek indien de secretaris hierom verzoekt.

Artikel

5

Rijswijk
B.J. Odink voorzitter W.G. van de Fliert secretaris