1
Indien de ontheffing wordt aangevraagd in verband met een wijziging van de indeling van concessiegebieden of een samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onder a, van de wet, legt de aanvrager gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om:
-
a.
de betrokken concessie(s) voor de duur van slechts een of enkele jaren bij wijze van overbruggingsmaatregel aan te besteden;
-
b.
de betrokken concessie(s) voor openbaar vervoer per trein bij wijze van overgangsmaatregel zonder aanbesteding te verlenen op grond van artikel 36a, eerste lid, van het besluit in het geval de einddatum van die concessie(s) niet overeenstemt met de einddatum van de andere betrokken concessie(s) voor openbaar vervoer anders dan per trein als bedoeld in artikel 61 van de wet;
-
c.
de wijziging van de indeling van de concessiegebieden of de samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie te realiseren door overeenkomstig artikel 9 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit, een aanbesteding uit te schrijven in percelen, die afzonderlijk worden gegund en op verschillende tijdstippen in werking treden;
-
d.
de concessieduur van de nog lopende betrokken concessie(s) bij wijze van overbruggingsmaatregel te verlengen;
-
e.
de concessieduur van de nog lopende betrokken concessie(s) bij wijze van overbruggingsmaatregel te verkorten zonder dat dit tot onevenredig hoge kosten leidt.